Kamerbrief over Dynamische maximumsnelheden

Den Haag – Op 20 februari 2007 heeft Minister Peijs van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over Dynamische maximumsnelheden.

Hieronder leest u de volledig brief br.221 Dynamische maximumsnelheden | Kamerstuk | 2007-02-20.

Geachte voorzitter,

In mijn brief van 18 oktober 2006 heb ik aangegeven dat ik u zou informeren over de benodigde aanpassingen in de Wegenverkeerswet 1994 en aanpalende wetgeving die nodig zijn voor de toepassing van dynamische maximumsnelheden en voor experimenten met dynamische maximumsnelheden.

Een voorstel voor een aanvulling van de experimenteerbepaling in de Wegenverkeerswet 1994 is opgesteld en na advies van de Raad van State behandeld in de Ministerraad op 9 februari 2007. Dit voorstel wordt door middel van een nota van wijziging bij het reeds aanhangige wetsvoorstel 30 827 op zeer korte termijn aan uw Kamer voorgelegd. Door invoering van deze bepaling en een daarmee samenhangende wijziging van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer wordt de doorlooptijd voor besluitvorming over een verkeersbesluit met een looptijd van ten hoogste 2 jaar en tot een maximumsnelheid van 120 km per uur aanzienlijk gereduceerd.

Juridisch kader
Zoals ik u destijds heb gemeld, kent de toepassing van dynamische maximumsnelheden een aantal juridische aandachtspunten. Voor een permanente aanpassing van de maximumsnelheid is een verkeersbesluit nodig. Ook voor dynamisering van de maximumsnelheid – voor zover die uitgaat boven de geldende maximumsnelheid – is een verkeersbesluit nodig. Op het moment dat een verkeersbesluit genomen wordt, moet worden voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteit- en geluidsregelgeving, en mogelijk ook natuurregelgeving. Daardoor kan een lange periode gemoeid zijn met de besluitvorming om in concrete gevallen de maximumsnelheid te dynamiseren. Een procedure tot vaststellen van een verkeersbesluit duurt in de praktijk soms tot twee jaar, met name bij snelheidsverhogingen.

In de brief is ook aangegeven dat ik eerst onderzoeken en een aantal proeven wil doen om snel een beter inzicht te krijgen in de mogelijkheden en effectiviteit van dynamische maximumsnelheden. Ik denk daarbij aan experimenten met een maximum duur van 1 à 2 jaar.

Experimenteerartikel Wegenverkeerswet 1994
Om experimenten met snelheden uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) te wijzigen. De wijzigingen hebben als doel sommige bepalingen uit de Wet geluidhinder buiten werking te stellen voor experimenten met de maximumsnelheid. Met name de procedure die voortvloeit uit de Wet geluidhinder is vrij bewerkelijk, waarbij volgtijdelijk vier stappen moeten worden doorlopen. Allereerst een – vaak omvangrijk – akoestisch onderzoek, vervolgens een besluit van burgemeester en wethouders omtrent geluidsreducerende maatregelen en een besluit over hogere waarden, waarna het verkeersbesluit zelf pas kan worden genomen. Daarbij kan tegen alle drie die besluiten bezwaar en beroep ingesteld worden. Daarom is met de besluitvorming in concrete gevallen vaak een lange periode gemoeid, tot wel twee jaar (vergelijk ook mijn antwoorden op vragen van het lid Duyvendak inzake de 80 km-zone bij Voorburg (Kamervragen met antwoord 2006/07, nr. 88)).

Deze procedure is voor een experiment met bijvoorbeeld dynamische snelheden echter niet wenselijk en disproportioneel in relatie tot de korte duur van een experiment. Als een experiment slaagt, zal voor het definitieve verkeersbesluit uiteraard wel een volwaardige procedure met akoestisch onderzoek uitgevoerd moeten worden. Dat onderzoek vindt dan plaats gedurende de resterende looptijd van het experiment, zodat het definitieve verkeersbesluit naadloos kan aansluiten op het experiment. Als het experiment niet slaagt, herleeft van rechtswege het verkeersbesluit zoals dat gold vóór aanvang van het experiment.

Bij die experimenten waarbij sprake is van een snelheidsverhoging van 100 naar 120 km/u wordt vooraf onderzoek gedaan naar de wijzigingen in geluidbelastingen die als gevolg van het experiment zullen optreden. Dit behelst geen akoestisch onderzoek als bedoeld in de Wet geluidhinder, maar een eenvoudiger beeld van de effecten op de geluidbelasting. In gevallen waar reeds forse normoverschrijdingen voorkomen in verstedelijkt gebied, worden in principe geen experimenten voor snelheidsverhogingen in het gebied van 100 naar 120 km/u voorgesteld.

Voorts dient voldaan te worden aan de vereisten van de Natuurbeschermingswet 1998. De Natuurbeschermingswet 1998 kan niet via een experimenteerartikel in de WVW 1994 buiten toepassing worden verklaard, omdat de Europeesrechtelijke verplichtingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn onverkort blijven gelden. Dat betekent dat voor een experiment met mogelijk significante gevolgen voor een Vogel- en Habitatrichtlijngebied, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, een passende beoordeling gemaakt dient te worden. De experimenten met dynamische snelheden zullen voldoen aan de vigerende regelgeving voor luchtkwaliteit.

Nota van wijziging
De genoemde nota van wijziging voorziet in de benodigde aanvulling van de Wegenverkeerswet 1994 met een aanvulling van de experimenteerbepaling in die wet voor de toepassing van dynamische snelheden. Parallel wordt de eerder genoemde wijziging van het BABW voorbereid. Daarbij zal vanzelfsprekend overleg worden gevoerd met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en met bestuurlijke partners. Ik streef ernaar de gewijzigde WVW 1994 en het gewijzigde BABW zo snel mogelijk in werking te laten treden, zodat in het najaar van 2007 het eerste experiment van start kan gaan.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
Karla Peijs

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Peijs wil proeven met dynamische maximumsnelheden (18-10-206)

Experimenten dynamische snelheden wettelijk mogelijk 20-11-2006