Inspraak nieuwe stijl bij projecten

Den Haag – De formele inspraak bij ruimtelijk-economische projecten moet worden aangepast. De rijksoverheid moet bewoners meer gelegenheid geven om mee te denken over plannen zoals de aanleg van een weg op het moment dat er nog echt wat met hun inbreng kan gebeuren. Dat staat in het kabinetsvoorstel ‘Inspraak Nieuwe Stijl’ dat minister Peijs van Verkeer en Waterstaat – mede namens minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer – aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het kabinet volgt daarmee het advies van de interdepartementale Werkgroep Inspraak, onder leiding van prof. Tops. Die concludeerde dat de huidige inspraakmethoden aan verandering toe zijn. In het begin van het beleidsproces zijn plannen nog te abstract om er goed op te kunnen reageren. Aan het eind wekt inspraak soms verkeerde verwachtingen over de invloed die dan nog mogelijk is.

Als alternatief voor de huidige inspraakrondes stelt de werkgroep twee stappen voor: consultatie tijdens de beleidsvoorbereiding en een belangentoets in de besluitfase. In plaats van gelijke procedures in verschillende situaties, wordt gekozen voor maatwerk. Hiermee is de betrokkenheid van burgers veel duidelijker en beter te benutten.
De voorgestelde werkwijze zal in de praktijk worden getoetst. Daarvoor zijn zeven projecten aangewezen, waaronder de ontpoldering Noordwaard en de regionale mobiliteitsnota Twente. Als aangetoond is dat bestuurders met ‘Inspraak Nieuwe Stijl’ besluiten kunnen nemen die op meer begrip kunnen rekenen, wordt de aanpak breder ingevoerd. Eind 2007 worden de eerste resultaten gepresenteerd.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerraad