Richtlijnen planstudie Schiphol-Almere vastgesteld

Haarlem – In de maand januari 2005 heeft de startnotitie hoofdwegverbinding Schiphol-Amsterdam-Almere ter inzage gelegen. Deze studie richt zich op de lange termijn oplossingen na 2010 om de bereikbaarheid van het traject te verbeteren. Ruim 8000 reacties zijn binnengekomen. Mede op basis van het advies van de commissie mer en de inspraakreacties zijn de richtlijnen voor de Trajectnota/MER (milieu-effectrapport) vastgesteld door de ministers van Verkeer en Waterstaat en VROM en is een alternatieve oplossingsrichting aan de planstudie toegevoegd, namelijk het nul-plus alternatief. De richtlijnen geven aan wat in de studie moet worden onderzocht. In het achtergronddocument, dat is toegevoegd aan de richtlijnen, zijn de onderwerpen toegelicht, die veelvuldig in de inspraak naar voren kwamen.

Aanleiding studie
Het verkeer in het gebied tussen Schiphol, Amsterdam en Almere is de afgelopen 15 jaar sterk gegroeid vooral als gevolg van het toenemende aantal bedrijven en inwoners. Het wegennet op dit traject kent nu al vele capaciteitsknelpunten. De te verwachte groei van wonen en werken in de periode 2010-2030 (o.a. in Almere met circa 40.000 woningen) vergroot de mobiliteitsvraag aanzienlijk. Zonder uitbreiding van de weginfrastructuur zal de bereikbaarheid in het gebied Schiphol-Amsterdam-Almere sterk afnemen.

Alternatieven
Naast het Nul Alternatief – de te verwachte situatie in 2020 zonder verdere uitbreiding – en het Meest Milieuvriendelijke Alternatief worden in de planstudie drie oplossingsrichtingen uitgewerkt:
– Het nulplus alternatief: het in beeld brengen van het effect van een vorm van “anders betalen voor mobiliteit”, het beprijzen van het autoverkeer;
– het stroomlijnalternatief: uitbreiden en stroomlijnen van de bestaande snelwegen A6, A1, A9 en A10;
– het verbindingsalternatief (voorheen A6/A9-alternatief genoemd): een nieuwe wegverbinding tussen de knooppunten Muiderberg (A6) en Holendrecht (A9) en aansluitende wegdelen.

Rijkswaterstaat voert de komende jaren de planstudie uit. Het kabinet heeft het voornemen in 2006 voor de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere een hoofdkeuze te maken tussen de alternatieven. In de volgende fase van de planstudie wordt dit alternatief vervolgens verder uitgewerkt.

Communicatie
Het achtergronddocument is tezamen met een brief van de minister aan de insprekers gestuurd. De richtlijnen en het achtergronddocument zijn te vinden op www.schiphol-amsterdam-almere.nl Ook kunnen deze documenten opgevraagd worden bij Rijkswaterstaat Noord-Holland, telefoon 023 – 530 14 01.

De planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere richt zich op de lange termijn oplossingen na 2010. Om de doorstroming snel te verbeteren worden vóór 2010 de benuttingmaatregelen op de A1/A6/A9 al uitgevoerd. Deze zijn: het inrichten van de vluchtstroken als spitsstroken langs de A1 ’t Gooi, de A1/A6 Muiderberg-Almere en de A9, Holendrecht-Diemen, en het uitbreiden van de wisselstrook op het wegdeel A1 Diemen-Muiderberg.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland