N279 kan regio Eindhoven bereikbaar houden

‘s-Hertogenbosch – De bereikbaarheid van de regio Zuidoost Brabant is ook naar de toekomst toe gebaat met een bovenregionale benadering. Gedeputeerde Staten stellen voor om als lange termijn oplossing een capaciteitsverruiming van de N279 tussen A50 (Veghel) en A67 (Asten) in combinatie met een nieuwe oost-westverbinding tussen A50 (Son) en N279 (Laarbeek) te realiseren. Op de korte termijn en voor het verbeteren van de lokale en regionale bereikbaarheid pleit het college van GS voor het maximaal benutten van de bestaande infrastructuur en het investeren in fiets en openbaar vervoer (OV-netwerk BrabantStad) in de regio Zuidoost Brabant. Dit stellen Gedeputeerde Staten op basis van het rapport “Bovenregionale visie wegenstructuur Eindhoven – Helmond”.

GS verzoeken het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven de uitkomsten van dit rapport te betrekken bij de finale besluitvorming over de BOSE-studie en nodigen het SRE uit om gezamenlijk de oplossing van de bereikbaarheidsproblematiek op te pakken.

In het Meerjarenprogramma Verkeer, Vervoer en Infrastructuur 2006-2010 wordt de planstudie voor de opwaardering van de N279 betrokken. Ten behoeve van de nieuwe oost-westverbinding wordt de Regioraad van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven geadviseerd om te kiezen voor het principe van alternatief 4a uit de Trajectnota/MER BOSE, zonder de omlegging bij Dierdonk en met de restrictie dat de tracering door het Dommeldal zodanig wordt aangepast dat minimale schade wordt aangericht en waarbij de mogelijkheden van ondertunneling of overbrugging nadrukkelijk betrokken worden. In de planstudiefase moet nader inzicht worden verkregen in de kosten van deze oplossingsrichting. De Statencommissie voor Economie, Mobiliteit en Grote Stedenbeleid wordt over dit advies van GS geïnformeerd.

Balans
De BOSE-studie van het SRE richt zich primair op het oplossen van lokale en regionale problemen tot 2020. De capaciteitsverruiming op de rijkswegen aan de zuid- en westkant van Eindhoven (A2/A67) lost de regionale en lokale problemen aan de oostkant ook niet op. Ook heeft het dichtslibben van de wegen negatieve effecten op leefbaarheid (met name luchtkwaliteit) en milieu in de regio. Met de door GS voorgestelde oplossingsrichtingen kunnen op verschillende terreinen positieve effecten worden geboekt die ook hun werking hebben na 2020.

De N279+, als verbinding met 2×2 rijstroken en een maximumsnelheid van 80 km/u, geeft gecombineerd met de noordtangent goede resultaten. De noordtangent vervult zeker op lange termijn een belangrijke functie in de verkeersafwikkeling van de regio Zuidoost Brabant. De betere spreiding van de verkeersdruk, de afnemende kwetsbaarheid van het wegennet, de mogelijkheden voor uitbouw in de toekomst en de ondersteunende functie voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de regio leiden tot de slotsom dat deze oplossingsrichting veel potentie heeft, zowel tot 2020 als daarna.

Vanuit ecologisch en sociaal-cultureel oogpunt kennen de oplossingsrichtingen zowel voordelen als nadelen. De N279+ heeft als positief effect dat het verkeer aantrekt vanuit aangrenzende landelijke gebieden, waardoor de leefbaarheid in deze gebieden toeneemt. De ruimtelijke inpassing van de weg bij Veghel en Helmond is een aandachtspunt.

Aanleg van de noordtangent, ook als 2X2 autoweg met 80 kilometer per uur, heeft als nadelige consequentie dat het Dommeldal en het deels open gebied met ecologische, cultuurhistorische/archeologische en landschappelijke kwaliteiten langs het Wilhelminakanaal wordt doorsneden. De aanleg van de noordtangent heeft daarnaast als positief effect dat de ringstructuur om de regio Eindhoven – Helmond wordt gesloten. Deze (gesloten) ring heeft een aanzuigende werking op verkeer uit het middengebied. De intensiteiten op de A/N270 nemen met zo’n 20 tot 30% af. Ook op andere onderliggende wegen in het middengebied (Gerwen – Lieshout, Nuenen – Son en Breugel) zorgt de aanleg van de noordtangent er voor dat de verkeersintensiteiten afnemen. De verkeersdruk op delen van het Groene Middengebied neemt dus af, waardoor nieuwe kansen ontstaan voor versterking van het ecologisch en sociaal-cultureel kapitaal. Een vorm van (regionale) beprijzing kan de werkingssfeer van de oplossingsrichtingen versterken.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Noord-Brabant