Bijzondere stinswier in Sneek

Leeuwarden РBij archeologische opgraving in opdracht van de Provincie Frysl̢n zijn in het trac̩ van de toekomstige rondweg A7 om Sneek ten westen van industrieterrein De Hemmen belangwekkende vondsten gedaan. Onderzoeksbureau ADC ArcheoProjecten trof sporen aan van een stinswier met bijbehorende boerderij. Het blijkt om de resten van een onbekende Stins of steenhuis uit de 13e eeuw te gaan, een soort klein kasteeltje of versterkte woontoren. De fundering van de stinswier bleek nog intact te zijn, wat bijzonder is, aangezien wieren vaak volledig afgegraven zijn. Het is bovendien de eerste maal in Frysl̢n dat een van de agrarische bijgebouwen kon worden opgegraven.

De provincie had eerder al booronderzoek laten uitvoeren. Men vermoedde op grond hiervan dat er bewoningsresten uit de ijzertijd konden worden aangetroffen en er waren zelfs aanwijzingen voor een een stins. Tijdens de opgraving is van bewoning in de ijzertijd niets gebleken, wel werden inderdaad de resten van de stins blootgelegd. Van het huis zelf is helaas niet meer over dan puin waarmee ooit de gracht rondom de vierkante terp is volgestort. Wel zijn de zware eikenhouten palen van de fundering van de brug over de gracht gevonden. Deze palen hadden een doorsnede van 40 cm. en bleken hergebruikt, waarschijnlijk afkomstig uit een vroeger bouwwerk. De brug gaf toegang tot het erf waar een kleine boerderij van 13 meter lang is aangetroffen omgeven door een ovaalvormige wandgreppel. In de boerderij bevonden zich stalboxen met vlechtwerk van twijgen. Naast de boerderij zijn waterputten en perceelgreppels gevonden.

Unieke constructie van de stinswier
Belangrijk resultaat van deze opgraving is studie van de houten constructie waarmee de stinswier bleek te zijn verstevigd. De houten constructie bestaat uit lange palen die rondom en midden in de wier tot 2.5 meter diepte zijn geheid. Daartussen bevinden zich liggende balken die achter de staande palen zijn geklemd door middel van dwarslatten. Zo ontstond een soort raamwerk dat heeft gediend om de opgeworpen klei bijeen te houden en verschuiving tegen te gaan.

Resten van de stins
Op grond van het gevonden materiaal wordt geconcludeerd dat het hier om een stins uit de 13e eeuw moet gaan, een woontoren of versterkt huis dat meestal eigendom was van een familie van adel. De volgende materialen zijn gevonden: bewerkt tufsteen van boogvensters, stukken vensterbank, kloostermoppen, natuursteen met mortel en dakpannen. Verder werden er ook ‘pingsdorf’ aardewerk en stukken van kogelpotten aangetroffen met zogenaamde ‘besenstrich’ versiering.

De opgraving wordt medio april 2005 afgerond. Na uitwerking gaan de vondsten naar het interprovinciale archeologische depot te Nuis.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Fryslân