Officiële afronding werkzaamheden zandsuppletie Roggenplaat

Minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen heeft 3 februari 2020 tijdens een werkbezoek aan de Roggenplaat de officiële afronding van de uitgevoerde zandsuppletie gemarkeerd.

Zij deed dit door een plaquette te onthullen en te overhandigen aan Anita Pijpelink, gedeputeerde provincie Zeeland en Marc van den Tweel, directeur Natuurmonumenten.

Minister Van Nieuwenhuizen: ‘Met het ophogen van de Roggenplaat zorgen we niet alleen voor een voedselrijke zandplaat. We brengen hiermee verschillende belangen bij elkaar. We zorgen voor een slimme kustverdediging, bouwen aan een rijke en diverse natuur en creëren kansen voor economische ontwikkeling. Met dit mooie project hebben we hier in Zeeland weer veel nieuwe kennis opgedaan.’

Belang voor de natuur

De Roggenplaat is van groot belang voor de natuur in de Oosterschelde en de veiligheid van de dijken in de omgeving. Met het suppleren van 1,4 miljoen m3 zand is de Roggenplaat weer toegerust voor de toekomst en behoudt zij haar functie als wegrestaurant voor trekvogels en rustplaats voor zeehonden. De ontwikkeling van de Roggenplaat wordt de komende jaren nauwgezet gevolgd. De plaquette krijgt een plaats in de expositie in de Plompe Toren bij Burgh-Haamstede. Vanuit deze toren, in beheer bij Natuurmonumenten, is een goed uitzicht op de Roggenplaat.

Herstel bodemleven

De Roggenplaat heeft een zeer rijk bodemleven met kreeftjes, nonnetjes, wormen, schelp- en schaaldieren. Er wordt gemonitord op dit bodemleven en op mossels, vogels en zeehonden tijdens en na de uitvoering van de zandsuppletie. Bij het storten van een laag nieuw zand sterft een groot deel van het bodemleven af, daarom zijn vooral minder rijke delen van de zandplaat opgehoogd. Om versneld herstel hier te stimuleren, zijn er proefvakken opgehoogd met een laagje bestaand voedselrijk zand van de Roggenplaat. Op een aantal locaties zijn in totaal 16,4 ton kokkels uitgestort. De methode bleek succesvol. Zo’n 95 tot 98% van de kokkels groef zich vrijwel gelijk in in het nieuwe zand en daardoor blijft bodemleven continu aanwezig. Belangrijk voor vogels die nu hun buikjes rond moeten eten en een goede les voor mogelijke toekomstige zandsuppleties.

Behoud Roggenplaat als ‘wegrestaurant’

De Roggenplaat is een belangrijke plek voor vogels om voedsel te zoeken en rustplek voor zeehonden. Zonder ingrijpen verdwijnt de zandplaat onder water. Daarmee dreigt een ecologische ramp voor kustvogels, die de Roggenplaat gebruiken om op te vetten tijdens hun lange reis tussen West-Afrika en het hoge noorden. De oorzaak is zandhonger. Door de Oosterscheldekering is de stroming minder sterk, waardoor er geen natuurlijke opbouw meer is van zandplaten. Met name tijdens stormen verdwijnt er zand in de naastgelegen geulen. Daardoor wordt de voor de natuur zo belangrijke Roggenplaat steeds lager en kleiner. Door de ophoging blijft het typische Oosterscheldelandschap met droogvallende platen behouden. Ook de veiligheid wordt gediend: de dijken aan de zuidkant van Schouwen-Duiveland krijgen te maken met verminderde golfaanval. Hierdoor is onderhoud pas later noodzakelijk. ‘We zijn blij dat de Roggenplaat voor de komende 25 jaar behouden blijft. Blij voor de vogels en zeehonden. Daar zet Natuurmonumenten zich samen met haar achterban graag voor in, ook in de toekomst. Deze samenwerking en manier van werken smaken naar meer’, aldus Marc van den Tweel.

Samenwerking zandsuppletie Roggenplaat

Het project is een samenwerking van verschillende landelijke en regionale partijen, die ook bijgedragen hebben in de financiering, te weten het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Natuurmonumenten, LNV, provincie Zeeland, Het Zeeuwse Landschap, 7 Oosterscheldegemeenten en burgers (via crowdfunding). Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten zetten zich in voor de suppletie van de zandplaten die cruciaal zijn voor de natuur. De suppletie van de Roggenplaat is onderdeel van het project Smartsediment in het kader van het Europese subsidieprogramma Interreg V Vlaanderen-Nederland.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat