Vooroeversuppletie Heemskerk van start

Rijkswaterstaat start vrijdag 8 juli 2011 met de vooroeversuppletie Heemskerk tussen strandpaal 45,75 en strandpaal 50,25. De werkzaamheden bestaan uit het aanbrengen van circa 1.600.000 m3 zand en duren tot eind oktober 2011. Rijkswaterstaat gebruikt bij de vooroeversuppletie Heemskerk zand uit de IJgeul. Deze geul ligt ter hoogte van IJmuiden. Door gebruik te maken van zand uit de IJgeul houdt Rijkswaterstaat de vaargeul op diepte en hoeft de sleephopperzuiger niet naar een vergelegen zandwinlocatie in de Noordzee te varen. Deze werkwijze reduceert kosten. De vooroeversuppletie maakt onderdeel uit van het landelijke suppletieprogramma 2011 waarin Rijkswaterstaat in 2011 en 2012 circa 8,5 miljoen m3 zand aanbrengt langs de Nederlandse Noordzeekust. Met het suppletieprogramma houdt Rijkswaterstaat de Noordzeekust op peil.

Vooroeversuppletie

Bij een vooroeversuppletie zuigt een sleephopperzuiger – ook wel baggerschip genoemd – het zand uit een zandwingebied. Voor de vooroeversuppletie Heemskerk is dat uit de IJgeul. Vlak voor de kust wordt het zand op de zeebodem gestort. Hierdoor ontstaat een soort zandbank die de golven breekt, waarna het zand door de stroming van het water vervolgens richting de kust ‘beweegt’. Strandbezoekers merken weinig van het aanbrengen van het zand, omdat het enkele honderden meters uit de kust gebeurt.

Nog meer suppleties in Noord-Holland

Naast de vooroeversuppletie Heemskerk staan nog gepland voor 2011 en 2012:

• Texel-midden: een vooroeversuppletie met 1.800.000 m3 zand en strandsuppletie met 700.000 m3 zand

• Julianadorp bij Den Helder: een strandsuppletie met 650.000 m3 zand.

Natuurlijk onderhoud

Met zandsuppleties op het strand of op de vooroever onder water vlak voor de kust bestrijdt Rijkswaterstaat op efficiënte wijze het afkalven van de kust (structurele erosie van de kust) . Zo blijft de Nederlandse kustlijn in stand en beweegt deze mee met de stijgende zeespiegel. Functies van de kust, zoals veiligheid, waterwinning, recreatie, economie en natuur blijven hierdoor behouden.

De omstandigheden ter plaats bepalen de keuze voor een vooroever- of een strandsuppletie. Daarbij is het uitgangspunt: waar het kan onder water, waar het moet op het strand, want over het algemeen zijn strandsuppleties duurder en geven ze meer overlast.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Rijkswaterstaat Dienst Noord-Holland