Aanpassing projectscope Zandmaas en Grensmaas

Den Haag – Op 5 februari 2008 heeft Staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over haar besluit de scope van de projecten Zandmaas en Grensmaas aan te passen.

Hieronder leest u de volledig brief 20088260338. Aanpassing projectscope Zandmaas en Grensmaas. Kamerstuk | 2008-02-05.

Geachte voorzitter,

Hierbij bericht ik u over mijn besluit de scope van de projecten Zandmaas en Grensmaas aan te passen. De aanpassing heeft betrekking op de ‘sluitstukkaden’, de kaden die na afronding van de rivierverruimende maatregelen nog gerealiseerd en/of verhoogd dienen te worden om het toegezegde beschermingsniveau van 1:250 in het plangebied van Zandmaas en Grensmaas te realiseren.

Het besluit tot aanleg van de sluitstukkaden is reeds genomen in 2002. De realisatie staat gepland voor de periode na 2011. In de 11e Voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas1 heb ik aangegeven dat, ter voorbereiding op het toekomstig ontwerp van de sluitstukkaden, in kaart gebracht zou worden welke (beleidsmatige) ontwikkelingen zich sinds 2002 hebben voorgedaan die aanpassing van de scope sluitstukkaden wenselijk c.q. noodzakelijk maken.

Wet op de waterkering

In 2005 zijn de kaden in Limburg onder de Wow gebracht. Met de aanvullende technische eisen die voortvloeien uit de Wow ten aanzien van overstroombaarheid en het treffen van maatregelen bij kabels en leidingen, is in 2002 bij het nemen van het besluit tot aanleg van de sluitstukkaden geen rekening gehouden.

Overwegende dat de aanvullende technische eisen voortvloeien uit een wettelijk kader, heb ik besloten om de scope sluitstukkaden hierop aan te passen. De noodzakelijke aanpassingen worden doorgevoerd bij alle in het kader van de projecten Zandmaas en Grensmaas aan te leggen en op te hogen sluitstukkaden die zich in het plangebied van Zandmaas en Grensmaas bevinden. Ook de bestaande kaden in de plangebieden die reeds op goede hoogte zijn maar niet voldoen aan de aanvullende technische eisen, zullen worden aangepast. Voor de (met voorrang) in de stedelijke gebieden aan te leggen kaden is deze scopewijziging al eerder doorgevoerd en derhalve niet meer noodzakelijk.

De kosten van de door te voeren scopewijziging bedragen naar schatting € 15 mln. Deze raming kent nog een onzekerheid van 40%. Na detailuitwerking van het ontwerp van de sluitstukkaden zal deze onzekerheid teruggebracht zijn naar 20%. In het projectbudget van Zandmaas en Grensmaas is geen rekening gehouden met deze extra kosten. In de 12e Voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas heb ik aangegeven dat de prognose eindstanden van de projecten Zandmaas en Grensmaas binnen de beschikbare projectbudgetten vallen. (2)

Naar huidig inzicht kunnen de extra kosten die verband houden met de scopewijziging dus binnen het projectbudget worden opgevangen. Dit houdt wel in dat – na het doorvoeren van de scopewijziging – er binnen het projectbudget minder ruimte zal zijn om (nu nog onvoorziene) risico’s en tegenvallers op te vangen.

De waterschappen hebben aangegeven de uitvoering van de sluitstukkaden voor hun rekening te willen nemen. Ik heb Rijkswaterstaat opdracht gegeven parallel aan de detailuitwerking van de scope sluitstukkaden met de waterschappen hierover nadere werkafspraken te maken.

Reactivering Oude Maas

Een deel van de aan te leggen, respectievelijk op te hogen kaden in het plangebied van Zandaas en Grensmaas bevindt zich ter hoogte van Broekhuizen, Blitterswijck en Arcen. Een aantal regionale partijen, waaronder de Provincie Limburg, ziet mogelijkheden dit gebied in een breder kader te ontwikkelen. De voorgenomen aanleg van de sluitstukkaden parallel aan de Maas zou eventueel van invloed kunnen zijn op de mogelijkheden voor de ontwikkeling van dit gebied. Door de provincie Limburg is in de regio onlangs een stuurgroep opgericht die een planstudie moet initiëren naar de mogelijkheden van integrale gebiedsontwikkeling, in combinatie met reactivering van de Oude Maasarm tussen Broekhuizenvorst en Wanssum – rivierverruiming – en de aanleg van sluitstukkaden rond de bevolkingscentra.

Rekening houdend met de raakvlakken tussen de voorgenomen aanleg van de sluitstukkaden en de mogelijkheden van integrale gebiedsontwikkeling heb ik ingestemd met de participatie van Rijkswaterstaat in de stuurgroep die de planstudie gaat begeleiden.

Voor mij staat het – tijdig en binnen het taakstellend budget – realiseren van de toegezegde hoogwaterbescherming voor de bewoners voorop. Op 1 januari 2010 zullen daartoe de eerste onomkeerbare stappen in de uitvoering van de sluitstukkaden daadwerkelijk worden genomen. Uit het voorgaande volgt dat ik uiterlijk 1 oktober 2009 van de regionale partijen uitsluitsel zal moeten krijgen over de gebiedsgerichte ontwikkeling, de plaats van reactivering van de Oude Maasarm en de sluitstukkaden daarbinnen, de kosten en de financiering.

Tot slot

In 2007 heb ik de Leidraad Rivieren gepubliceerd. De Leidraad geeft voor zowel rivierverruiming als dijkversterking aanbevelingen om te komen tot een goede invulling van ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Basisgedachte van de Leidraad is dat zoveel mogelijk geanticipeerd moet worden op toekomstige hogere waterstanden/afvoeren als gevolg van onder andere klimaatverandering (“robuust ontwerpen”). Voorjaar 2008 worden de aanbevelingen uit de Leidraad door Rijkswaterstaat nader geconcretiseerd aan de hand van een aantal pilots. Aan de hand van de resultaten van die pilots moet blijken of een aanvullende scopewijziging van de sluitstukkaden aan de orde is. Indien dit het geval blijkt te zijn, zal ik u hierover informeren.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

(1) Kamerstuk 18106, nr. 181, vergaderjaar 2006-2007

(2) Kamerstuk 18106, nr. 185, vergaderjaar 2007-2008, pag. 22.