Kamerbrief over onderzoek dijken Noord-Nederland

Den Haag – Op 22 oktober 2007 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op kamervragen over onderzoek naar de dijken in het Noorden.

Hieronder leest u de volledig brief br. 2007158955807. Kamervragen van het lid De Krom over onderzoek naar de dijken in het Noorden. Kamerstuk | 2007-10-22.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen van het lid De Krom over onderzoek naar de dijken in het Noorden.

  • 1. Bent u bekend met het artikel ‘Noorden is achter met onderzoek naar dijken’?

    1. Ja.

  • 2. Is het waar dat Rijkswaterstaat achter loopt met het onderzoek naar de Waddendijken in het Noorden?

    2. Rijkswaterstaat voert onderzoek uit naar de golfbelastingen waarop de waterkeringen berekend moeten zijn, dit onderzoek loopt conform planning. Dit onderzoek zal de basis vormen voor een volgende toetsing.

    N.B. Het Waterschap is verantwoordelijk voor het handhaven van de veiligheidsnorm voor de waterkering. Hiertoe is door de Waterschappen in 2006 over deze dijken gerapporteerd op grond van de 5 jaarlijkse toetsing op veiligheid uit de Wet op de waterkering. Aan deze toetsing liggen hydraulische randvoorwaarden ten grondslag die daarvoor vanwege het Rijk beschikbaar zijn gesteld. De Tweede Kamer is over het resultaat van de toetsing op 19 september 2006 geïnformeerd.

    De verbetermaatregelen, die in aanmerking komen voor rijksfinanciering, zijn opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Hierover is de Tweede Kamer op 20 september 2006 geïnformeerd.

  • 3. Hoeveel vertraging heeft het onderzoek naar de Waddendijken opgelopen en wanneer verwacht u de eerste onderzoeksresultaten te presenteren?

    3. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, heeft het geplande onderzoek naar golfbelastingen dat door Rijkswaterstaat uitgevoerd wordt in het kader van project “Sterkte en Belastingen Waterkeringen” geen vertraging opgelopen. Wel is de oorspronkelijke opzet van het onderzoek gewijzigd. In 2003 is het onderzoek gestart met zes meetboeien in het Amelander Zeegat, gelegen tussen Terschelling en Ameland. In 2005 is dit aantal uitgebreid met vier extra meetboeien. Op basis van de resultaten van deze waarnemingen wordt het onderzoek in de Eems-Dollard optimaal vormgegeven. In 2008 verwacht RWS het gehele meetprogramma voor deze omgeving operationeel te hebben. Het onderzoek in het kader van project “Sterkte en Belastingen Waterkeringen” loopt tot 2016. De onderzoekresultaten worden verwerkt in de toetsinstrumenten die bestemd zijn voor de vierde toetsronde (2011-2016). De door het onderzoek verkregen inzichten kunnen leiden tot een bijstelling van de vigerende Hydraulische Randvoorwaarden en zonodig een aangepast Voorschrift voor Toetsen op Veiligheid. Beide toetsinstrumenten worden in 2012 opnieuw vastgesteld. Het vigerende toetsinstrumentarium voor de derde ronde toetsen op veiligheid zijn recent door mij vastgesteld. Over de resultaten hiervan wordt in 2011 gerapporteerd.

  • 4. Waarom zitten er grote verschillen in de uitvoering bij de plaatsing van meetpunten langs de Nederlandse kust?

    4. De verschillen worden veroorzaakt door de variëteit van de geografie en morfologie van de Nederlandse kust. De Waddenzee is een complex systeem. Het bepalen van de juiste meetlocaties vraagt daarom veel onderzoek en daarmee een gedegen en tijdrovende voorbereiding.

  • 5. Waarom wordt de noodzakelijke meetapparatuur pas volgend jaar geplaatst en niet eerder?

    5. Veel meetapparatuur is reeds geplaatst en in werking. Vanaf 2003 worden in dit kader metingen in de Waddenzee uitgevoerd, namelijk in het Amelander Zeegat. Op dit moment wordt in en rond de Waddenzee gemeten met één meetpaal en 24 meetboeien, waarvan 20 meetboeien specifiek voor dit onderzoek zijn geplaatst. Op basis van de hiermee opgedane ervaring wordt het meetsysteem voor de Eems-Dollard optimaal ingericht. Het plaatsen van de meetapparatuur in de Waddenzee is vergunningplichtig en dat vereist tevens de nodige doorlooptijd. Daarnaast stemt RWS het plaatsen van meetapparatuur in de Eems-Dollard af met Duitsland, om te komen tot een meetopstelling die zowel voor Nederland als Duitsland zinvol is.

  • 6. Deelt u de opvatting dat het onderzoek naar de Waddendijken te traag verloopt en dat haast is geboden met de plaatsing van meetapparatuur?

    6. Ik deel uw opvatting dat onderzoek naar de golfdoordringing in de Waddenzee prioriteit heeft, maar ik deel uw mening niet dat het benodigde onderzoek naar de golfbelasting van de dijken te traag verloopt. Dit onderzoek verloopt volgens planning. Zowel de voorbereiding, het plaatsen van meetapparatuur als ook het verzamelen en bewerken van de meetresultaten, dient zorgvuldig te geschieden. Dit gehele proces vergt de nodige tijd. De voorbereiding voor het plaatsen van de laatste meetpalen is reeds in gang gezet en ik verwacht dat deze medio 2008 operationeel zijn.

  • 7. Bent u bereid maatregelen te nemen die het onderzoek naar de Waddendijken versnellen? Zo neen, waarom niet?

    7. De laatste meetpalen worden al zo snel als mogelijk geplaatst. Het tempo wordt mede bepaald door de tijd die benodigd is voor afgifte van de vereiste vergunningen en is tevens afhankelijk van goede weercondities. Alles is er op gericht om de meetlocatie Eems-Dollard conform de planning medio 2008 operationeel te hebben. Extra maatregelen zijn niet nodig.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Resultaten tweede toetsing primaire waterkeringen (20-09-2006)

Kamerbrief over onderzoek dijken Noord-Nederland | Infrasite

Kamerbrief over onderzoek dijken Noord-Nederland

Den Haag – Op 22 oktober 2007 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op kamervragen over onderzoek naar de dijken in het Noorden.

Hieronder leest u de volledig brief br. 2007158955807. Kamervragen van het lid De Krom over onderzoek naar de dijken in het Noorden. Kamerstuk | 2007-10-22.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen van het lid De Krom over onderzoek naar de dijken in het Noorden.

  • 1. Bent u bekend met het artikel ‘Noorden is achter met onderzoek naar dijken’?

    1. Ja.

  • 2. Is het waar dat Rijkswaterstaat achter loopt met het onderzoek naar de Waddendijken in het Noorden?

    2. Rijkswaterstaat voert onderzoek uit naar de golfbelastingen waarop de waterkeringen berekend moeten zijn, dit onderzoek loopt conform planning. Dit onderzoek zal de basis vormen voor een volgende toetsing.

    N.B. Het Waterschap is verantwoordelijk voor het handhaven van de veiligheidsnorm voor de waterkering. Hiertoe is door de Waterschappen in 2006 over deze dijken gerapporteerd op grond van de 5 jaarlijkse toetsing op veiligheid uit de Wet op de waterkering. Aan deze toetsing liggen hydraulische randvoorwaarden ten grondslag die daarvoor vanwege het Rijk beschikbaar zijn gesteld. De Tweede Kamer is over het resultaat van de toetsing op 19 september 2006 geïnformeerd.

    De verbetermaatregelen, die in aanmerking komen voor rijksfinanciering, zijn opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Hierover is de Tweede Kamer op 20 september 2006 geïnformeerd.

  • 3. Hoeveel vertraging heeft het onderzoek naar de Waddendijken opgelopen en wanneer verwacht u de eerste onderzoeksresultaten te presenteren?

    3. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, heeft het geplande onderzoek naar golfbelastingen dat door Rijkswaterstaat uitgevoerd wordt in het kader van project “Sterkte en Belastingen Waterkeringen” geen vertraging opgelopen. Wel is de oorspronkelijke opzet van het onderzoek gewijzigd. In 2003 is het onderzoek gestart met zes meetboeien in het Amelander Zeegat, gelegen tussen Terschelling en Ameland. In 2005 is dit aantal uitgebreid met vier extra meetboeien. Op basis van de resultaten van deze waarnemingen wordt het onderzoek in de Eems-Dollard optimaal vormgegeven. In 2008 verwacht RWS het gehele meetprogramma voor deze omgeving operationeel te hebben. Het onderzoek in het kader van project “Sterkte en Belastingen Waterkeringen” loopt tot 2016. De onderzoekresultaten worden verwerkt in de toetsinstrumenten die bestemd zijn voor de vierde toetsronde (2011-2016). De door het onderzoek verkregen inzichten kunnen leiden tot een bijstelling van de vigerende Hydraulische Randvoorwaarden en zonodig een aangepast Voorschrift voor Toetsen op Veiligheid. Beide toetsinstrumenten worden in 2012 opnieuw vastgesteld. Het vigerende toetsinstrumentarium voor de derde ronde toetsen op veiligheid zijn recent door mij vastgesteld. Over de resultaten hiervan wordt in 2011 gerapporteerd.

  • 4. Waarom zitten er grote verschillen in de uitvoering bij de plaatsing van meetpunten langs de Nederlandse kust?

    4. De verschillen worden veroorzaakt door de variëteit van de geografie en morfologie van de Nederlandse kust. De Waddenzee is een complex systeem. Het bepalen van de juiste meetlocaties vraagt daarom veel onderzoek en daarmee een gedegen en tijdrovende voorbereiding.

  • 5. Waarom wordt de noodzakelijke meetapparatuur pas volgend jaar geplaatst en niet eerder?

    5. Veel meetapparatuur is reeds geplaatst en in werking. Vanaf 2003 worden in dit kader metingen in de Waddenzee uitgevoerd, namelijk in het Amelander Zeegat. Op dit moment wordt in en rond de Waddenzee gemeten met één meetpaal en 24 meetboeien, waarvan 20 meetboeien specifiek voor dit onderzoek zijn geplaatst. Op basis van de hiermee opgedane ervaring wordt het meetsysteem voor de Eems-Dollard optimaal ingericht. Het plaatsen van de meetapparatuur in de Waddenzee is vergunningplichtig en dat vereist tevens de nodige doorlooptijd. Daarnaast stemt RWS het plaatsen van meetapparatuur in de Eems-Dollard af met Duitsland, om te komen tot een meetopstelling die zowel voor Nederland als Duitsland zinvol is.

  • 6. Deelt u de opvatting dat het onderzoek naar de Waddendijken te traag verloopt en dat haast is geboden met de plaatsing van meetapparatuur?

    6. Ik deel uw opvatting dat onderzoek naar de golfdoordringing in de Waddenzee prioriteit heeft, maar ik deel uw mening niet dat het benodigde onderzoek naar de golfbelasting van de dijken te traag verloopt. Dit onderzoek verloopt volgens planning. Zowel de voorbereiding, het plaatsen van meetapparatuur als ook het verzamelen en bewerken van de meetresultaten, dient zorgvuldig te geschieden. Dit gehele proces vergt de nodige tijd. De voorbereiding voor het plaatsen van de laatste meetpalen is reeds in gang gezet en ik verwacht dat deze medio 2008 operationeel zijn.

  • 7. Bent u bereid maatregelen te nemen die het onderzoek naar de Waddendijken versnellen? Zo neen, waarom niet?

    7. De laatste meetpalen worden al zo snel als mogelijk geplaatst. Het tempo wordt mede bepaald door de tijd die benodigd is voor afgifte van de vereiste vergunningen en is tevens afhankelijk van goede weercondities. Alles is er op gericht om de meetlocatie Eems-Dollard conform de planning medio 2008 operationeel te hebben. Extra maatregelen zijn niet nodig.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Resultaten tweede toetsing primaire waterkeringen (20-09-2006)