Kamerbrief over de sluis bij Klein Ternaaien

Den Haag – Op 31 augustus 2007 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarina antwoorden op kamervragen van het lid Roemer over de sluis bij Klein Ternaaien.

Hieronder leest u de volledig brief br.53082 Antwoorden op kamervragen van het lid Roemer over de sluis bij Klein Ternaaien. Kamerstuk| 2007-08-31.

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Roemer over de sluis bij Klein Ternaaien.

  • 1. Wat is uw mening over de grote stremming bij de grote sluis bij Klein Ternaaien waardoor ruim 60 schepen aanzienlijke vertraging opliepen?
    1. De grote sluis van Klein Ternaaien ligt in België en is onderdeel van een belangrijke verbinding tussen het Belgische en Nederlandse vaarwegennet. Stremmingen daarin zijn te betreuren, maar helaas kunnen er zich altijd onvoorziene gebeurtenissen voordoen.
  • 2. Kunt u aangeven wat de gevolgen van deze stremming zijn voor de scheepvaart tussen België en Nederland? Hoe hoog is de schade?
  • 2. In totaal hebben ruim 60 schepen liggen wachten aan weerszijden van de sluis. Een aantal schepen heeft na het bekend worden van de stremming en de onzekerheid over hoe lang deze zou duren, een andere route gekozen, zoals via Antwerpen en de Rijn-Schelde verbinding. De hoogte en de omvang van de schade is mij niet bekend. Daar kan ik momenteel dus geen uitspraak over doen.
  • 3. Wat heeft u gedaan met de uitspraak van de voorzitter van Koninklijke Schuttevaer tijdens het Drachter congres dat zij grote zorgen heeft over Klein Ternaaien?

    3. Mijn collega in Wallonië en ik onderschrijven het belang van een betrouwbare doorvaart tussen Nederland en België. Om deze in de toekomst te kunnen blijven faciliteren, wordt momenteel hard gewerkt aan de uitbreiding van het sluiscomplex bij Ternaaien. Daarbij heeft mijn Waalse collega het voortouw. Nederland levert een financiële bijdrage aan de bouw van de vierde sluiskolk in België. Daarnaast heeft Rijkswaterstaat regelmatig overleg met de Waalse projectleiding van de nieuwe vierde sluis over de voorbereidingen en de voortgang van de aanleg. Waar mogelijk wordt versnelling gestimuleerd.

  • 4. Deelt u de mening dat het onverantwoord is om geen preventief onderhoud plaats te laten vinden aan de sluis bij Klein Ternaaien totdat de nieuwe sluis is aangelegd? Kunt u uw antwoord toelichten?

    4. Aangezien de huidige sluiskolk ook na de uitbreiding in gebruik zal blijven, blijft onderhoud aan het sluiscomplex nodig. Er is voor mij geen enkele reden aan te nemen dat dit achterwege zal worden gelaten.

  • 5. Bent u bereid samen met uw Belgische collega maatregelen te nemen om meer bedrijfszekerheid te bieden aan de schippers voor de passage bij de sluis bij Klein Ternaaien?

    5. Voorzover nodig kunnen maatregelen met betrekking tot de bedrijfszekerheid van de huidige sluiskolk alleen genomen worden door de Waalse beheerder van de sluis. In de contacten van Rijkswaterstaat met deze beheerder zal het belang van meenemen van dergelijke maatregelen worden besproken. Na de aanleg van de nieuwe sluis zal de kans op een volledige stremming van het sluiscomplex van Ternaaien afnemen, aangezien er dan twee grote sluizen voorhanden zullen zijn om het scheepvaartverkeer af te handelen, zie ook mijn antwoord op vraag 3.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT
mw. J.C. Huizinga-Heringa