Onderzoek alternatieven Neder-Rijn/Lek

Den Haag – In opdracht van staatssecretaris Melanie Schultz-Van Haegen onderzoekt de projectorganisatie Ruimte voor de Rivier enkele alternatieve maatregelenpakketten voor de Neder-Rijn/Lek. Hiermee komt de staatssecretaris tegemoet aan bezwaren van regionale belanghebbenden tegen het maatregelenpakket, dat dit voorjaar werd gepresenteerd in de ontwerp Planologische Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier. Met name de beoogde dijkverlegging bij Lienden en de berging van uiterwaardgrond in de Marspolder stuitten op weestand in de regio. Bij het onderzoek naar mogelijke alternatieven staat voorop dat de doelstellingen voor veiligheid en ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijven.

Vier alternatieve pakketten onderzocht
Op dit moment worden vier alternatieve maatregelpakketten onderzocht. De pakketten bestaan uit combinaties van rivierverruimende maatregelen en dijkverbeteringen. Twee van de vier pakketten lijken sterk op het oorspronkelijke pakket zoals dat in het voorjaar is gepresenteerd, met als belangrijkste verschil dat er bij Lienden niet wordt uitgegaan van dijkverlegging maar van een aantal grootschalige vergravingen in de uiterwaarden. Het gaat dan om vergravingen in de Middelwaard, de Rhenensche uiterwaard en de Elster uiterwaard. Het derde alternatieve pakket bestaat uit een serie kleinschalige vergravingen tussen Utrecht en Arnhem. Het laatste alternatieve pakket bestaat uit dijkverbetering tussen Schoonhoven en Arnhem (waar dat nodig is), gecombineerd met een aantal projecten die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In dit laatste pakket wordt de veiligheid dus grotendeels gerealiseerd door dijkverbetering. In de andere pakketten wordt veiligheid grotendeels gerealiseerd door rivierverruiming.

Beoordeling effecten
De komende tijd wordt gekeken wat de precieze effecten zijn van deze vier pakketten. De projectorganisatie kijkt onder andere naar de maatschappelijke impact van de pakketten, de ruimtelijke kwaliteit, de hoeveelheid overtollige grond die vrijkomt, het aantal benodigde gronddepots en de effecten op de waterstandsdaling. De effecten van de vier nieuwe pakketten worden vergeleken met de drie reeds bestaande pakketten: het pakket met de dijkverlegging bij Lienden (voorkeur in PKB deel 1), het alternatief uit het Regioadvies en het referentie-alternatief van uitsluitend dijkverbetering.

De alternatieven worden besproken in de landelijke stuurgroep Ruimte voor de Rivier. De verwachting is dat het kabinet uiterlijk in februari 2006 een besluit neemt over de voorstellen. Dit kabinetsbesluit moet vervolgens door de Eerste en Tweede Kamer worden goedgekeurd, alvorens met de uitvoering van de plannen kan worden gestart.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ruimte voor de rivier