Inspraak Ruimte voor de Rivier afgesloten

Den Haag – Het Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat heeft circa 1500 reacties ontvangen op de ontwerp Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier en het bijbehorend milieueffectrapport. Dinsdag 23 augustus was de laatste dag van de inspraakperiode, die vanaf 1 juni heeft gelopen. Met het project Ruimte voor de Rivier wil het kabinet een duurzame oplossing bieden tegen dreigende hoogwaterstanden. Het project omvat maatregelen langs de Rijn, Waal/Merwede, Neder-Rijn/Lek, IJssel, Bergsche Maas/Amer en Volkerak-Zoommeer. Hoofddoelstelling is de veiligheid van het rivierengebied te verbeteren door het water meer ruimte te geven. Tevens wordt beoogd om de ruimtelijke kwaliteit in het gebied te verbeteren. Het kabinet heeft ruim twee miljard euro uitgetrokken voor het project.

Gemeten aan de ervaring van het Inspraakpunt met andere grote projecten is het aantal binnengekomen reacties aan de lage kant. Van de circa 1500 reacties zijn veruit de meeste gericht op de hoogwatergeul langs de IJssel tussen Veessen en Wapenveld. Over deze maatregel ontving het Inspraakpunt VenW ruim 800 brieven. Verder zijn er enkele tientallen reacties binnengekomen over de dijkverleggingen bij Lienden en Lent.

De projectorganisatie zal in de komende weken de reacties inventariseren en beoordelen. Op basis daarvan zal worden bezien of er aanleiding is om de PKB op onderdelen aan te passen. Daarbij weegt ook het oordeel van betrokken regionale overheden mee. Staatssecretaris Melanie Schultz Van Haegen van Verkeer en Waterstaat zal in de komende weken in de regio bestuurlijk overleg voeren over het plan. Deze overleggen vinden plaats in Wageningen, Gorinchem en Zutphen.

Afhankelijk van eventuele planaanpassingen wordt het kabinetsbesluit op zijn vroegst rond de jaarwisseling verwacht. In de tussengelegen periode zal de projectorganisatie Ruimte voor de Rivier de binnengekomen inspraakreacties gebundeld ter inzage leggen in diverse gemeenten in het projectgebied.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ministerie van Verkeer en Waterstaat