Nog te veel verkeersongevallen in stedelijke gebieden

Het verkeersveiligheidsrapport 2014 van expertiseorganisatie DEKRA laat zien dat in 2012 bijna 60 procent van alle verkeersongevallen in de stedelijke gebieden heeft plaatsgevonden. Dat komt doordat in deze gebieden veel verschillende soorten verkeersdeelnemers op een relatief klein oppervlak onderweg zijn. Om de verkeerssituatie in urbane gebieden veiliger te maken heeft DEKRA haar verkeerveiligheidsrapport 2014 op urbane mobiliteit gericht. Het rapport analyseert de huidige situatie en levert de politiek, verkeersexperts en wetenschappelijke instituten waardevolle info die ze kunnen meenemen in hun onderzoeken en beleidsplannen.

De afgelopen jaren is het aantal verkeersdoden duidelijk verminderd. In de EU kwamen in 2013 25.885 mensen om het leven tijdens een verkeersongeval. Dat is acht procent minder dan in 2012. Tussen 2011 en 2012 was er ook al sprake van een daling en wel van negen procent. Er kunnen echter nog meer levens gered worden. Met name in de stedelijke gebieden is er nog veel winst te behalen. Op Nederlandse wegen waar maximaal 60 kilometer per uur gereden mag worden, vielen in 2012 nog 87 slachtoffers (bron: Rijksoverheid). “In de steden ontmoeten de sterkste voertuigen, dus bussen, vrachtauto’s en personenauto’s, de zwakkere fietsers en voetgangers. Daarnaast zijn er soms ook nog trams op de weg te vinden. Dit alles leidt tot specifieke risico’s,” aldus Clemens Klinke, van de Business Unit Automotive van DEKRA.“ Aangezien de steden blijven groeien en daarmee ook het stedelijke verkeer toeneemt, moeten we alle verbetermogelijkheden op het gebied van verkeersveiligheid in de steden onderzoeken.”

De gevaarlijkste verkeersongevallen zijn in de regel botsingen tussen voertuigen en voetgangers. In totaal is dit 13,5 procent van alle ongevallen in Europa. Deze ongevallen zijn echter verantwoordelijk voor 20,7 procent van alle zwaargewonden en voor 35,6 procent van alle dodelijke verkeersslachtoffers. “Dat voetgangers en fietsers gemiddeld genomen meer gevaar lopen, laten ook de statistieken zien die de risico’s voor de verschillende deelnemers aan het verkeer behandelen. Zo is bijvoorbeeld voor een voetganger het risico om te overlijden bij een verkeersongeval in een stad ongeveer tien keer zo groot als dat van iemand in een personenauto,” vertelt Klinke.

Vision Zero

Een populair doel dat vele steden nastreven op het gebied van verkeersveiligheid is ‘Vision Zero’: geen dodelijke slachtoffers in het verkeer. Dat dit doel geen utopie is blijkt uit de cijfers van DEKRA. Tussen 2009 en 2012 heeft een aantal Duitse steden met meer dan 50.000 inwoners dit doel al bereikt. Ditzelfde geldt ook voor een aantal steden met meer dan 100.000 inwoners. Om Vision Zero realistischer te maken, heeft DEKRA verschillende actiepunten opgesteld in het verkeersveiligheidsrapport van 2014. Allereerst is het gedrag van de verkeersdeelnemer belangrijk. “Verkeersdeelnemers moeten op straat meer met elkaar samenwerken,” legt Klinke uit. “Een groter verantwoordelijkheidsgevoel is belangrijk.” Daarnaast zullen ook de elektronische rij-assistentiesystemen een grote rol gaan spelen. Volgens DEKRA moet er meer geïnvesteerd worden in ingebouwde veiligheidssystemen om op deze manier de veiligheid te verhogen. Het laatste belangrijke punt is infrastructuur. Kruispunten, meerbaanswegen of bushaltes, alle complexe verkeerssituaties moeten zo eenvoudig mogelijk vormgegeven worden.

DEKRA richt zich al bijna negentig jaar op de verbetering van de verkeersveiligheid. De expertiseorganisatie was een van de eerste die de EU-Charta voor verkeersveiligheid ondertekende. De EU-Charta ondersteunt het actieprogramma van de EU dat als doel heeft het aantal verkeersdoden van 2010 te halveren voor 2020.

Het complete verkeersveiligheidsrapport kan gedownload worden op http://www.dekra.de/en/verkehrssicherheitsreport-2014.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: DEKRA Certification B.V.