Alcoholgebruik in het verkeer opnieuw gedaald

Den Haag – Het aantal automobilisten dat in weekendnachten onder invloed van alcohol rijdt is in 2005 opnieuw gedaald. Vorig jaar had bij alcoholcontroles 2,8 procent van de gecontroleerde automobilisten meer gedronken dan de wettelijke toegestane hoeveelheid van 0.5 promille. Dit is een daling van 17 procent ten opzichte van het jaar 2004 (3,4 procent). Daarmee is het laagste niveau sinds de invoering van de alcohollimiet in 1974 bereikt. Dit blijkt uit het jaarlijks onderzoek ‘Rijden onder invloed’ van Rijkswaterstaat Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM). De alcoholcontroles zijn in samenwerking met de 25 politieregio’s uitgevoerd. De circa 30.000 uitgevoerde blaastesten vonden plaats in de weekendnachten.

Het aantal bestuurders dat minder dan 0.2 promille blaast (nuchter of hooguit 1 glas gedronken) is licht gestegen van 92,2% in 2004 naar 92,8% in 2005. Van de overtreders is ongeveer 83% man. Bij alle leeftijdscategorieën onder de mannen is sprake van een daling. Voor het eerst sinds 2000 heeft de groep 25 tot 34 jaar bij de mannen het hoogste percentage overtreders. De groep 35 tot 49 jaar vertoont in het laatste jaar de sterkste daling, namelijk 3,7% ten opzichte van 5,0% in 2004. Bij vrouwen is het hoogste percentage overtreders net als in eerdere jaren te vinden in de groep 35 tot 49 jaar. De helft van alle overtreders komt nog steeds uit de horecagelegenheden. Het aandeel weggebruikers dat thuis of bij vrienden alcohol heeft genuttigd is nagenoeg gelijk gebleven, van 36 naar 35%. De provincie met het hoogste percentage overtreders in 2005 is Noord-Brabant (3,9%). Als tweede provincie volgt Zuid-Holland met 3,7%. In de provincie Drenthe is het percentage met 1, 1% overtreders het laagst.

Opvallend is dat het percentage zware drinkers (boven 1.3 promille) al jarenlang rond 0,6% schommelt, terwijl het totaal aantal automobilisten onder invloed van alcohol daalt. Deze kleine groep lijkt niet te worden beïnvloed door de BOB-campagne of door de toegenomen handhaving, terwijl zij verantwoordelijk zijn voor een groot deel (80%) van de alcoholgerelateerde ongevallen. Daarom voert het ministerie voor deze groep in 2009 het alcoholslotprogramma in. Dit kan in Nederland volgens berekeningen maar liefst 30 doden op jaarbasis besparen. Het programma bestaat uit een blaasapparaat met een startonderbreker dat in het voertuig wordt ingebouwd. De bestuurder moet elke keer voordat de auto wordt gestart een blaasproef doen. Daarnaast volgt een medisch-psychologisch begeleidingsprogramma van zo’n 2 jaar.

Naast het alcoholslot wil de minister drinkers ook eerder verplichten de EMA-cursus te volgen, bij 0.8 promille in plaats van 1.3 promille nu. Zo zal een structuur ontstaan met oplopende gradaties: van een lichte EMA (vanaf 0.8 promille) het huidige EMA en een alcoholslotprogramma tot de uiterste maatregel: het ongeldig verklaren van het rijbewijs. Minister Peijs heeft de plannen hierover toegelicht in een brief aan de Tweede Kamer van 28 april jl. Het aantal EMA-cursussen waartoe het CBR in 2005 overtreders verplichtte, steeg met 8,5 procent ten opzichte van 2004. Het aantal rijbewijzen dat ongeldig werd verklaard vanwege alcoholgebruik steeg met 7,5 procent. De politie maakte vaker bij het CBR melding van rijbewijsbezitters die voor een EMA-cursus of onderzoek –de zogeheten vorderingsprocedure– in aanmerking kwamen. Het aantal meldingen steeg in een jaar met 7,1 procent.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat start in juni een nieuwe BOB-campagne waarin een koppeling wordt gelegd tussen Bob en sport. De nadruk ligt op alcoholgebruik in sportkantines, bij sportevenementen, tijdens het kijken naar sportevenementen in een horecagelegenheid en bij vrienden of familie thuis. Ook wordt ingehaakt op het WK-voetbal.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ministerie van Verkeer en Waterstaat