TNO onderzoekt arbeidstijdenrichtlijnen wegvervoer EU

TNO onderzoekt in opdracht van de Europese Commissie de gevolgen van de implementatie van de nieuwe Europese arbeidstijdenrichtlijn voor het wegvervoer. Afgezien van een actueel overzicht van de implementatie van de Richtlijn in de 25 lidstaten, moet het onderzoek antwoord geven op twee vraagstukken:
1. Wat zijn de gevolgen voor veiligheid, concurrentie, sectorstructuur en sociale gevolgen als eigen rijders worden uitgesloten? En wat zijn de condities waaronder ze mogelijk ingesloten zouden kunnen worden?
2. Wat zijn de gevolgen van de regels omtrent nachtarbeid voor beroep en sector?

TNO voert het project uit met een multidisciplinair team dat bestaat uit onderzoekers en adviseurs op het gebied van arbeid, mobiliteit & logistiek en transportveiligheid. EU-breed worden sociale partners en brancheorganisaties bij het project betrokken. TNS NIPO verzorgt voor TNO de casestudies in alle 25 landen. Het project startte onlangs met een succesvolle kick-off meeting in Brussel.

Achtergrond
In maart 2002 heeft de Europese Commissie met een Richtlijn vastgesteld dat de maximale gemiddelde werkweek voor chauffeurs 48 uur is (*). De Europese commissie wil hiermee de veiligheid en gezondheid bevorderen en oneigenlijke concurrentie verhinderen.

De Richtlijn had in maart 2005 door alle lidstaten geïmplementeerd moeten zijn, maar zowel de behandeling van de Richtlijn in het Europese parlement als de implementatie binnen de lidstaten gaat met veel discussie gepaard. Deze discussie betreft enerzijds de regels omtrent nachtarbeid en anderzijds de zogenoemde ‘eigen rijders’ in het wegvervoer. De richtlijn zou in 2009 ook op hen van toepassing moeten zijn, terwijl er tot op heden geen arbeidstijdenbeperkingen bestaan voor zelfstandigen. Afgesproken is dat de Europese Commissie over beide onderwerpen een rapport opstelt en voor
23 maart 2007 aan het Europese Parlement voorlegt.

(*) Richtlijn 2002/15/EC betreffende de organisatie van arbeidstijd in het wegvervoer

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: TNO (Centraal kantoor)