Kamer bezorgd over effecten OV-Chipkaart

Den Haag – Niet de invoering van de OV-chipkaart, maar het plan van minister Peijs om 350 verkooppunten van strippenkaarten te sluiten was dinsdag 29 maart 2005 het belangrijkste onderwerp van gesprek tijdens het algemeen overleg in de Tweede Kamer. Daar waar de overige partijen zich tevreden stelden met het antwoord van de minister dat dit staand beleid is en dat er geen verband is met het toekomstige distributienetwerk van de OV-Chipkaart, volhardde SP-Kamerlid Gerkens in haar procedurele bezwaar dat de minister eerst de consumentenorganisaties om advies hadden moeten vragen alvorens dit besluit te nemen.

Motie
Gerkens is van plan een motie in te dienen om de sluiting van 350 verkooppunten per 1 mei te voorkomen. De minister heeft uiteindelijk de toezegging gedaan dat de sluiting van de verkooppunten door gaat, maar dat de consumenten alsnog de mogelijkheid krijgen aan te geven waar sluiting van een verkooppunt in hun ogen echt problematisch is voor de verkrijgbaarheid van de strippenkaart. Wanneer dat daadwerkelijk het geval is heeft de minister beloofd maatregelen te nemen. Gerkens bleef ook na deze toezegging bij haar voornemen een motie in te dienen.

Vertraging
De Tweede Kamer uitte haar lof over de voortgang die de minister maakt op het chipkaartdossier. De kamerleden verwachten veel van de OV-Chipkaart op het gebied van een sociale veiligheid. Kamer uitte gisteren haar zorgen over de vertraging van de Rotterdamse pilot en het risico dat dit mogelijk tot vertraging leidt voor landelijke invoering. De minister heeft de kamerleden gerust kunnen stellen met het feit dat ze in haar planning rekening heeft gehouden met een eventuele uitloop en dat de invoeringsdatum zeker gehaald gaat worden.

Sociale veiligheid
Daarnaast waren er kamerbreed zorgen over de verkrijgbaarheid van de chipkaart en het aantal oplaadpunten en de werkelijke effecten van de chipkaart op het gebied van sociale veiligheid. De minister heeft op het eerste punt beloofd op een later moment met de kamer in debat te gaan over de door haar voor de zomer aan de kamer toe te sturen distributiestrategie. De zorgen van de kamerleden op het tweede punt hadden vooral betrekking op het feit dat niet alle stations worden afgesloten en het zwartrijden in de bus volgens de kamerleden met een OV-Chipkaart alleen maar makkelijker wordt door dat er geen controle is op te vroeg uitchecken en vervolgen met de bus verder te reizen. De kamerleden vreesden dat het effect van de Chipkaart op de sociale veiligheid niet zo groot is als ze hopen. De minister verwacht op de bus en tram geen grote veranderingen in het percentage zwartrijders en behoorlijke verbetering in de trein en metro. Op de mogelijkheid van te vroeg uitchecken komt de minister terug nadat ze hier meer in detail naar heeft gekeken.

Collectief vervoer
De kamer pleitte ervoor om de Chipkaart ook zo snel mogelijk in het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) en op de straattaxi in te voeren. De minister is van mening dat de straattaxi’s geen OV zijn in de zin van de WP2000 en dat KNV Taxi bij de minister aan het verkeerde adres is wanneer ze vragen om (financiële) steun voor de invoering van de OV-Chipkaart in straattaxi’s. Mastwijk (CDA) zal hier in een overleg over het taxibeleid op terugkomen. Met betrekking tot de Chipkaart in het CVV zal de komende tijd geïnventariseerd worden voor in welke regio’s er op korte termijn behoefte is aan de invoering van de OV-Chipkaart in het CVV. Op korte termijn wil zeggen gelijktijdig met het dienstregelinggebonden openbaar vervoer. In overleg met deze regio’s worden de knelpunten en eventuele oplossingen geïnventariseerd. Peijs gaat de overige CVV-systemen na invoering van de OV-Chipkaart op Trein, Metro, Tram en Bus dwingen de chipkaart in te voeren. Ze gaf geen antwoord op de termijn waarop het hele CVV is voorzien van de OV-Chipkaart.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Interprovinciaal Overleg (IPO)