A’dam: Meer cameratoezicht op metrostations en â€â€

Amsterdam – Het college van B&W wil het cameratoezicht op de Amsterdamse metrostations en –haltes uitbreiden. Vanaf begin 2005 wordt het aantal camera’s uitgebreid van 290 naar circa 650. Op het nieuwe hoofdkantoor van het GVB aan de Arlandaweg (vanaf januari 2005) komt een centrale camera-observatieruimte waar de beelden van de camera’s worden uitgelezen. De kosten voor het project cameratoezicht bedragen circa 3,2 miljoen euro.

Wethouder van der Horst (Verkeer, Vervoer en Infrastructuur): ‘Cameratoezicht zorgt ervoor dat snel kan worden ingegrepen bij onveilige situaties en is dus een belangrijk middel om de sociale veiligheid te vergroten. Maar cameratoezicht is meer dan alleen het plaatsen van camera’s. Het is een manier van werken waarbij de camera’s signaleren, waarna de toezichthouders en het controlepersoneel snel ter plaatse zijn en actie ondernemen. Het dus ‘en’ (camera’s) ‘en’ (toezichthouders).’

Sociale veiligheid openbaar vervoer
Het project cameratoezicht is één van de vele maatregelen die de gemeente Amsterdam neemt om de veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren. De gemeente werkt hierbij samen met diverse partijen, waaronder de politie, het GVB, de NS en het Openbaar Ministerie. Per taakgebied zijn er onder meer de volgende maatregelen en projecten:
– infrastructuur: Renovatie Oostlijn, plaatsing toegangspoortjes, project Schoon en Heel
– kaartcontrole: conducteurs op alle trams, trainingen agressie en geweld, invoering chipcard
– toezicht: project cameratoezicht, veiligheidsconvenanten met diverse partijen, zakkenrollersproject.

Doelstellingen en metingen
In het Veiligheidsplan Amsterdam staat als doelstelling dat het percentage Amsterdammers dat zich onveilig voelt in en rond het openbaar vervoer op 1 januari 2006 4% lager moet zijn dan het niveau van 1 januari 2004. Op verzoek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat stelt het college tevens jaarlijks specifiekere streefcijfers vast in een Meerjarenplan. Het behalen van de doelstelling wordt gemeten in de monitor Leefbaarheid en Veiligheid Amsterdam. Uit de analyse van de monitor van 2003 blijkt dat onveiligheidsgevoelens en ervaren overlast het grootst zijn in en om de metro en dat vermijdingsgedrag voorkomt bij een derde van de (potentiële) reizigers. Opvallend aan de cijfers is o.a. dat onveiligheidsgevoelens groter zijn op de halte dan in het voertuig, maar dat incidenten vaker voorkomen in voertuigen dan op haltes.

Toegangspoortjes
Het project cameratoezicht heeft een duidelijke relatie met de komst van toegangspoortjes (tourniquets). Ook voor de poortjes zijn camera’s nodig om deze te bewaken, zowel voor het mogelijk optreden van vandalisme als voor hulp ter plekke kunnen bieden aan reizigers die moeite hebben met het gebruik van de poortjes of de OV-chipkaart. In Amsterdam komen de eerste poortjes op de metrostations in mei 2005. Ze gaan in werking per 1 januari 2006.

Observatie en privacy
In de camera-observatieruimte worden alle camerabeelden continu bekeken. Het personeel leert de observatietechniek in een speciaal hiervoor ontwikkelde training. Cameratoezicht is onderworpen aan de wettelijke regelgeving betreffende privacybescherming. Het GVB maakt gebruik van een vastgesteld privacy-reglement dat door het landelijke College Bescherming Persoonsgegevens is getoetst en goedgekeurd. Beelden worden na 48 uur gewist, behalve in die situaties waarbij door middel van beelden nader onderzoek is vereist. Ook in deze laatste situatie gelden vastgestelde procedures volgens welke gewerkt moet worden. Alleen bij strafrechterlijk onderzoek worden beelden aan de politie ter beschikking gesteld. Alleen geautoriseerde medewerkers kunnen bij de opgeslagen beelden.
Behandeling in de raadscommissie is op 6 oktober 2004.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht gemeente Amsterdam

A’dam: Meer cameratoezicht op metrostations en  | Infrasite

A’dam: Meer cameratoezicht op metrostations en â€â€

Amsterdam – Het college van B&W wil het cameratoezicht op de Amsterdamse metrostations en –haltes uitbreiden. Vanaf begin 2005 wordt het aantal camera’s uitgebreid van 290 naar circa 650. Op het nieuwe hoofdkantoor van het GVB aan de Arlandaweg (vanaf januari 2005) komt een centrale camera-observatieruimte waar de beelden van de camera’s worden uitgelezen. De kosten voor het project cameratoezicht bedragen circa 3,2 miljoen euro.

Wethouder van der Horst (Verkeer, Vervoer en Infrastructuur): ‘Cameratoezicht zorgt ervoor dat snel kan worden ingegrepen bij onveilige situaties en is dus een belangrijk middel om de sociale veiligheid te vergroten. Maar cameratoezicht is meer dan alleen het plaatsen van camera’s. Het is een manier van werken waarbij de camera’s signaleren, waarna de toezichthouders en het controlepersoneel snel ter plaatse zijn en actie ondernemen. Het dus ‘en’ (camera’s) ‘en’ (toezichthouders).’

Sociale veiligheid openbaar vervoer
Het project cameratoezicht is één van de vele maatregelen die de gemeente Amsterdam neemt om de veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren. De gemeente werkt hierbij samen met diverse partijen, waaronder de politie, het GVB, de NS en het Openbaar Ministerie. Per taakgebied zijn er onder meer de volgende maatregelen en projecten:
– infrastructuur: Renovatie Oostlijn, plaatsing toegangspoortjes, project Schoon en Heel
– kaartcontrole: conducteurs op alle trams, trainingen agressie en geweld, invoering chipcard
– toezicht: project cameratoezicht, veiligheidsconvenanten met diverse partijen, zakkenrollersproject.

Doelstellingen en metingen
In het Veiligheidsplan Amsterdam staat als doelstelling dat het percentage Amsterdammers dat zich onveilig voelt in en rond het openbaar vervoer op 1 januari 2006 4% lager moet zijn dan het niveau van 1 januari 2004. Op verzoek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat stelt het college tevens jaarlijks specifiekere streefcijfers vast in een Meerjarenplan. Het behalen van de doelstelling wordt gemeten in de monitor Leefbaarheid en Veiligheid Amsterdam. Uit de analyse van de monitor van 2003 blijkt dat onveiligheidsgevoelens en ervaren overlast het grootst zijn in en om de metro en dat vermijdingsgedrag voorkomt bij een derde van de (potentiële) reizigers. Opvallend aan de cijfers is o.a. dat onveiligheidsgevoelens groter zijn op de halte dan in het voertuig, maar dat incidenten vaker voorkomen in voertuigen dan op haltes.

Toegangspoortjes
Het project cameratoezicht heeft een duidelijke relatie met de komst van toegangspoortjes (tourniquets). Ook voor de poortjes zijn camera’s nodig om deze te bewaken, zowel voor het mogelijk optreden van vandalisme als voor hulp ter plekke kunnen bieden aan reizigers die moeite hebben met het gebruik van de poortjes of de OV-chipkaart. In Amsterdam komen de eerste poortjes op de metrostations in mei 2005. Ze gaan in werking per 1 januari 2006.

Observatie en privacy
In de camera-observatieruimte worden alle camerabeelden continu bekeken. Het personeel leert de observatietechniek in een speciaal hiervoor ontwikkelde training. Cameratoezicht is onderworpen aan de wettelijke regelgeving betreffende privacybescherming. Het GVB maakt gebruik van een vastgesteld privacy-reglement dat door het landelijke College Bescherming Persoonsgegevens is getoetst en goedgekeurd. Beelden worden na 48 uur gewist, behalve in die situaties waarbij door middel van beelden nader onderzoek is vereist. Ook in deze laatste situatie gelden vastgestelde procedures volgens welke gewerkt moet worden. Alleen bij strafrechterlijk onderzoek worden beelden aan de politie ter beschikking gesteld. Alleen geautoriseerde medewerkers kunnen bij de opgeslagen beelden.
Behandeling in de raadscommissie is op 6 oktober 2004.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht gemeente Amsterdam