Start sanering petroleumhaven Amsterdam

Haarlem – Op 30 augustus 2004 start de sanering van de Petroleumhaven in Amsterdam. In deze haven, gelegen aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal ter hoogte van de Coentunnel, is de waterbodem zeer verontreinigd met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) en minerale olie. Rijkswaterstaat verwijdert de vervuilde waterbodem om te voorkomen dat de verontreiniging de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater verder aantast.

Vlak onder de waterbodem bevindt zich een dichte klei/veenlaag die voorkomt dat verontreinigingen vanuit de bagger op de bodem, het dieper gelegen grondwater binnendringen. Op twee plaatsen is deze klei/veenlaag echter niet voldoende dicht, waardoor de vervuiling hier ongeveer 8 meter diep onder de klei/veenlaag in de ondergrond is terechtgekomen (in cirkels met een diameter van ca.15 en 28 meter).

Met de bedrijven rond de haven zijn afspraken gemaakt zodat hun bedrijfsvoering ongehinderd door kan gaan. Ook de scheepvaart ondervindt nauwelijks hinder. Tijdens de saneringswerkzaamheden zijn continu metingen om de luchtkwaliteit in de gaten te houden. Ook de waterkwaliteit wordt gemeten. De tijdelijke vervuiling van het water zal beperkt zijn omdat er bij de sanering speciale graaftechnieken worden gebruikt.

De sanering is eind 2005 gereed. De bodem van de Petroleumhaven is dan zo schoon, dat er geen risico meer is voor verspreiding van verontreinigde stoffen naar het oppervlaktewater en het grondwater.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Rijkswaterstaat, Directie Noord-Holland

Start sanering petroleumhaven Amsterdam | Infrasite

Start sanering petroleumhaven Amsterdam

Haarlem – Op 30 augustus 2004 start de sanering van de Petroleumhaven in Amsterdam. In deze haven, gelegen aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal ter hoogte van de Coentunnel, is de waterbodem zeer verontreinigd met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) en minerale olie. Rijkswaterstaat verwijdert de vervuilde waterbodem om te voorkomen dat de verontreiniging de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater verder aantast.

Vlak onder de waterbodem bevindt zich een dichte klei/veenlaag die voorkomt dat verontreinigingen vanuit de bagger op de bodem, het dieper gelegen grondwater binnendringen. Op twee plaatsen is deze klei/veenlaag echter niet voldoende dicht, waardoor de vervuiling hier ongeveer 8 meter diep onder de klei/veenlaag in de ondergrond is terechtgekomen (in cirkels met een diameter van ca.15 en 28 meter).

Met de bedrijven rond de haven zijn afspraken gemaakt zodat hun bedrijfsvoering ongehinderd door kan gaan. Ook de scheepvaart ondervindt nauwelijks hinder. Tijdens de saneringswerkzaamheden zijn continu metingen om de luchtkwaliteit in de gaten te houden. Ook de waterkwaliteit wordt gemeten. De tijdelijke vervuiling van het water zal beperkt zijn omdat er bij de sanering speciale graaftechnieken worden gebruikt.

De sanering is eind 2005 gereed. De bodem van de Petroleumhaven is dan zo schoon, dat er geen risico meer is voor verspreiding van verontreinigde stoffen naar het oppervlaktewater en het grondwater.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Rijkswaterstaat, Directie Noord-Holland