Binnenvaart in Europa heeft impuls nodig

Vandaag bracht een consortium bestaande uit NEA, Via Donau, CE Delft, PLANCO en MDS Transmodal een rapport uit over de vooruitzichten voor de binnenvaart op middellange en lange termijn in Europa. Deze studie is gefinancierd door de Europese Commissie en vormt de basis voor de Commissie voor het ontwerpen van haar binnenvaartbeleid richting jaar 2020, in lijn met het Europese witboek voor transportbeleid.

In de komende jaren zijn de belangrijkste uitdagingen het omkeren van de dalende trend in de modal share van binnenvaart en het stimuleren van toepassing van schone motoren in binnenschepen. Het consortium stelt daarom meer dan 60 maatregelen voor om de Europese binnenvaartsector te versterken.

Er zijn twee belangrijke uitdagingen die in de komende jaren de aandacht vragen:

  • De modal share van binnenvaart neemt langzaam af;
  • De milieuprestatie van de binnenvaart neemt, ten opzichte van wegvervoer, snel af.

Binnenvaart wordt gekenmerkt door zeer lage transportkosten, hoge transport capaciteit, geen files op waterwegen, een laag energieverbruik, een lage CO2 uitstoot, vrijwel geen geluidshinder en weinig ongevallen en laag risico van diefstal van lading. Vanuit maatschappelijk perspectief is het daarom gunstig om meer gebruik te gaan maken van vervoer over water, mede gezien de congestie op autowegen en gebrek aan capaciteit op railcorridors. Een belangrijk doel is daarom om het aandeel binnenvaart in het totale vervoer te vergroten.

In de afgelopen decennia is echter het aandeel van binnenvarat langzaam teruggelopen. Ook de vooruitzichten voor de middellange en langere termijn zijn negatief als er geen maatregelen worden genomen. Voor het wegvervoer en het railgoederenvervoer wordt een hogere groei verwacht dan voor binnenvaart. Deze trend is tegengesteld aan het beleidsdoel.

Het tweede punt van zorg is de trage voortgang door de binnenvaart in het beperken van de luchtvervuiling zoals stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM2.5). Het wegvervoer gebruikt reeds modernere en dus schonere motoren. In veel gevallen is de uitstoot per tonkilometer momenteel nog gunstig voor binnenvaart, maar dit komt enkel voort uit het schaalvoordeel. Echter, in 2020 zal het wegvervoer nog veel schoner zijn als gevolg van de snelle modernisering van het wagenpark. Daardoor zullen in nog veel meer gevallen de emissies per tonkilometer voor wegvervoer geringer zijn dan in de binnenvaart. Het huidige concurrentie voordeel van de binnenvaart op het gebied van de milieuprestatie dreigt in gevaar te komen.

Het consortium stelt een aantal specifieke maatregelen voor die direct of indirect helpen om aan de twee uitdagingen het hoofd te bieden. Daarnaast heeft het consortium een set maatregelen aanbevolen om de marktomstandigheden te verbeteren zodat vervoerders in staat zijn om efficiënter te werken. In totaal worden ruim 60 maatregelen aanbevolen aan de Europese Commissie, de Rivier commissies, de sector zelf en de sociaal-economische organisatie, onderwijsinstellingen en binnenvaart promotie kantoren.

De meest belangrijke maatregelen richten zich op:

  • Het ondersteunen en bevorderen van het onderhoud aan vaarwegen om binnenschepen in staat te stellen om efficiënt grote ladingen te vervoeren en de gevoeligheid voor laagwaterperioden te verkleinen;
  • Het wegnemen van knelpunten en ontbrekende verbindingen in het Europese vaarwegennetwerk;
  • De volledige uitrol en toepassing van River Information Services om de efficiency en de betrouwbaarheid van het vervoer te vergroten en de samenwerking met andere modaliteiten te ondersteunen;
  • De ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig netwerk van binnenhavens en terminals, inclusief aan vaarwegen gelegen bedrijfsterreinen;
  • De ondersteuning van verladers en bevrachters om de binnenvaart te integreren in supply-chains;
  • Het creëren van financiële prikkels voor scheepseigenaren om in moderne, schone motoren, alternatieve brandstoffen (bijvoorbeeld LNG) en retrofit technieken te investeren, mede ondersteund door strengere emissie eisen aan nieuwe en bestaande motoren in de binnenvaart;
  • Het ontwikkelen van benchmarking tools en betere markt informatie, inclusief prognoses, om onder andere de investeringsbeslissingen te verbeteren waardoor onder andere het risico van overcapaciteit in de markt verkleind wordt;
  • Het ondersteunen van Europese en nationale campagnes gericht op de rekrutering van jonge mensen en zij-instromers en ook maatregelen gericht op de verbetering van arbeidsomstandigheden;
  • Het starten van de voorbereidende werkzaamheden voor een discussie over prijsbeleid en internaliseren van externe kosten in de binnenvaart om meer zicht te krijgen over de hoogte van de kosten en de effecten van verschillende scenario’s op de concurrentiepositie.

Het consortium

Het consortium dat het project heeft uitgevoerd, bestond uit de volgende bedrijven:

  • NEA, business unit van Panteia, Nederland (projectleider)
  • via donau, Oostenrijk
  • CE Delft, Nederland
  • PLANCO, Duitsland
  • MDS Transmodal, Groot Brittannië

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: NEA Transportonderzoek en -opleiding B.V.