EVO: Accijnsverhoging alternatieve brandstoffen slecht voor verduurzaming

Verladersorganisatie EVO is blij met de positieve uitkomsten van het onderzoek van TNO naar het gebruik van groen gas in de transportsector. Hieruit blijkt dat de COâ‚‚-reductie van een vrachtauto op groen gas maarliefst 80 procent bedraagt. Voor de verladersorganisatie zijn deze uitkomsten reden om er nogmaals bij het ministerie van Financiën op aan te dringen zeer terughoudend te zijn met het verhogen van accijnzen op duurzame alternatieve brandstoffen in het algemeen. Zeker nu de COâ‚‚-reductie in Nederland achter ligt bij de internationaal gemaakte afspraken, moeten effectieve bijdragen aan verduurzaming van logistiek gestimuleerd blijven. Hogere accijnzen op alternatieve brandstoffen passen daar volgens EVO zeker niet bij. Ook vindt de verladersorganisatie dat het tijd wordt dat het kabinet over de brug komt met een lange termijn visie op alternatieve brandstoffen en een innoverende en stimulerende aanpak.

Alternatieve brandstoffen gelijk behandelen

Vrachtauto’s rijden vrijwel altijd op diesel, terwijl de uitstoot van fijnstof en COâ‚‚ hierbij vrij hoog is. Bedrijven die de emissies van het wagenpark willen reduceren, kijken daarom naar betaalbare alternatieven voor diesel. De eerste resultaten van het gebruik van duurzame alternatieve brandstoffen tonen aan dat de COâ‚‚-emissies over de hele linie beduidend lager zijn dan bij reguliere fossiele brandstoffen. Maar de ontwikkelingen op het gebied van brandstoffen voor vrachtauto’s staan nog in de kinderschoenen. Er is nu sprake van een transitiefase, waarbij innovatie over de hele linie belangrijk is. Om die reden is EVO expliciet geen voorstander van de ‘bevoordeling’ van één specifieke groep alternatieve brandstoffen.

Langetermijnvisie nodig

EVO is van mening dat het de overheid ontbreekt aan een langetermijnvisie op brede inzetbaarheid van alternatieve brandstoffen. Ook bij lagere overheden bestaat er gebrek aan kennis over de toepassing van alternatieve brandstoffen. Vergunningen worden niet of pas na lange tijd verleend, waardoor de kosten aanzienlijk kunnen oplopen. Zonder langetermijnvisie weet het bedrijfsleven niet goed waar het aan toe is. Hierdoor zal het minder geneigd zijn te investeren in de ontwikkeling van en het gebruik van alternatieve brandstoffen. EVO wil dat de Rijksoverheid, in het bijzonder ministeries van I&M, EL&I en Financiën, samen met het bedrijfsleven een langetermijnvisie ontwikkelt. Deze moet niet alleen breed gedragen worden maar moet ook consistent, duidelijk en effectief zijn.

Bedrijfsleven zet beste beentje voor

EVO benadrukt dat het bedrijfsleven ondertussen zeker niet stil zit. Het is (eigen) vervoerders en verladers wel degelijk menens met het verduurzamen van transport. Op alle fronten wordt hard gewerkt aan de overgang naar een meer duurzame logistiek. Zo leveren de regionale Emissiereductieprojecten die EVO uitvoert bij bedrijven een besparing op van maar liefst 15 miljoen kg COâ‚‚ per jaar. Een fors aantal grote EVO-leden is inmiddels koploper in het Lean & Green programma van Connekt, waarbij zij zich hebben gecommitteerd aan 20 procent emissieverlaging binnen vijf jaar. De verladersorganisatie ziet graag dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu de Emissiereductieprojecten actief aanmoedigt door middel van nieuwe duurzaamheidsconvenanten met lokale en regionale overheden en het bedrijfsleven.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: EVO