Koninklijke onderscheidingen voor weerwaarnemers op zee

Staatssecretaris bekroont en beloont zeevarenden

Staatssecretaris Huizinga van Verkeer en Waterstaat heeft op 10 november 2008 bij het KNMI in De Bilt medailles en barometers uitgereikt aan kapiteins en stuurlieden van de Koopvaardij en de Marine voor hun verdiensten op het gebied van de meteorologie.

De onderscheiden officieren hebben jarenlang op vrijwillige basis waarnemingen van het weer op zee naar het KNMI gestuurd. Waarnemingen vanaf schepen zijn naast de meteorologische gegevens van satellieten, vliegtuigen, radar en automatische meetstations, nog altijd essentieel voor weersverwachtingen en klimaatonderzoek. Op de weerkaart zijn grote delen van zeeën en oceanen vaak nog blinde vlekken. Bovendien kunnen waarnemers aan boord van schepen metingen doen die anders niet mogelijk zijn.

Een satelliet is bijvoorbeeld niet in staat om luchtdruk te meten, terwijl deze informatie voor meteorologen van groot belang is om depressies en stormen te kunnen volgen. Daarnaast worden de menselijke waarnemingen op zee gebruikt om satellietmetingen te kalibreren. De schepen hebben er zelf ook belang bij. Zeevarenden, rederijen en de offshore maken gretig gebruik van weersverwachtingen en stormwaarschuwingen waarvoor ze zelf gegevens aanleveren. Niet alleen voor de veiligheid maar ook om economische redenen. Op basis van de verwachtingen en windgegevens bepalen schepen de meest rendabele vaarroutes.

Ons land kent door zijn lange historie als zeevarende natie een lange traditie in het uitreiken van prijzen aan zeevarenden. De beroemde meteoroloog Buys Ballot, die het KNMI in 1854 oprichtte, heeft het verrichten van metingen aan boord van schepen sterk gestimuleerd. Al in de 19e eeuw zijn medailles uitgereikt voor de beste scheepsjournalen. Tegenwoordig verzorgen circa 200 schepen onder de Nederlandse vlag op jaarbasis ongeveer 66.000 weerwaarnemingen. De gegevens worden via een telecommunicatienetwerk en internet verspreid en rechtstreeks naar computers gestuurd.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie van Verkeer en Waterstaat