EVO: gerechtigheid voor Brabants bedrijfsleven

Zoetermeer – Minister Peijs besloot in juni 2005 dat het Wilhelminakanaal niet vergroot mag worden. De Tweede Kamer heeft op 29 september 205 geëist dat de minister alsnog besluit het kanaal op te waarderen voor grotere binnenvaartschepen (klasse IV). Decennialang hebben de rondom het Wilhelminakanaal gevestigde bedrijven geïnvesteerd op basis van de verwachting dat het rijk de bereikbaarheid voor de binnenvaart zou verbeteren. Wat EVO betreft komt hiermee een einde aan een strijd die ruim dertig jaar heeft geduurd. Het kabinet moet nu de daad bij het woord voegen en de noodzakelijke vervolgstappen nemen, zodat zo snel mogelijk begonnen kan worden met de opwaardering.

In de Nota Mobiliteit wordt het Wilhelminakanaal van de Amer tot aan de haven Loven in Tilburg erkend als hoofdvaarweg. Ook is het Wilhelminakanaal in zijn geheel opgenomen als potentieel distributienetwerk. Deze constateringen waren in schrille tegenspraak met het besluit van minister Peijs om het Wilhelminakanaal in Tilburg niet te vergroten en niet te verdiepen tot aan industrieterrein Loven.

De positieve uitkomst van de discussie tussen de Tweede Kamer en de minister is niet alleen van belang voor het Tilburgse bedrijfsleven, maar ook van groot belang voor het vertrouwen van alle andere ondernemers die gebruik maken van de binnenvaart. Dit vertrouwen is tanende door het vele achterstallige onderhoud en de lange termijn die wordt uitgetrokken om dit slechts voor een gedeelte weg te werken. Ook wat dat betreft ziet de toekomst er weer beter uit. Niet alleen nam de Tweede Kamer vandaag de angst weg dat deze belangrijke verbinding niet wordt opgewaardeerd, ook lijkt na het debat van vandaag de kans kleiner dat de reeds lang in het MIT opgenomen projecten op het laatste moment nog worden geschrapt.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: EVO