Bouw Spiegelzee van start

Delft – Zaterdag 28 juni 2008 werd door Wethouder Vingerling van Katwijk het startsein gegeven voor de bouw van Spiegelzee. Hij onthulde het paneel waarop tekst en uitleg wordt gegeven over het paviljoen in de buurt van de plek waar het zal verrijzen: op het strand van Katwijk ten zuiden van de uitwatering van de Oude Rijn, ter hoogte van het verzwolgen Romeinse fort Brittenburg. Spiegelzee is bedacht door studenten en onderzoekers van de TU Delft.

Spiegelzee wil een breed publiek informeren over het verleden, het heden en de toekomst van de zeespiegel, en de rol van de natuur en de mens daarin. In het paviljoen ervaren mensen hoe hoog een zeespiegel van +6 meter is, de stand voor de laatste IJstijd, maar ook hoe laag een zeespiegel van -120 meter is, de stand net na de laatste IJstijd, toen de Noordzee droog stond.

Vrijdag 18 juli 2008 zal Spiegelzee worden geopend. Vanaf zaterdag 19 juli 2008 is het paviljoen voor iedereen gratis toegankelijk. Studenten en medewerkers van de TU Delft en TNO zullen op verzoek rondleidingen geven aan groepen. Midden juli zal het mogelijk zijn om via de de website www.spiegelzee.nl een rondleiding te boeken.

Spiegelzee is bedacht door studenten en onderzoekers van de TU Delft en vormgegeven door ZUS architecten. De financiering kwam tot stand dankzij het Nationaal Comité van het Jaar van de Planeet Aarde, TU Delft, TNO, Rijkswaterstaat, Rabobank Katwijk, Van Oord, Provincie Zuid Holland, Hoogheemraadschap Rijnland en de Gemeente Katwijk.


Meer informatie

MijnAarde is het Nederlandse programma van het Nationaal Comité van het Jaar van de Planeet Aarde die het voortouw neemt om bestuurders, beleidsmakers, burgers en scholieren kennis te laten maken met de aardwetenschappen en het belang daarvan voor de maatschappij. Het Comité bestaat uit 40 leden, afkomstig uit een breed spectrum van wetenschappelijke instellingen, taak- en marktinstituten, semi-overheidsorganisaties, NGO’s, musea en verenigingen. Zie ook: www.mijnaarde.nl

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: TU Delft Technische Universiteit Delft