Natuur doet het goed in Amsterdam

Het gaat steeds beter met de natuur in Amsterdam, zo blijkt uit het boekje ‘Amsterdamse Natuurwaarden in kaart’ dat vandaag in de gemeenteraadscommissie Infrastructuur en Duurzaamheid besproken wordt. Deze Natuurwaardenkaart beschrijft hoe de natuur ervoor staat in de stad zelf, en in het Amsterdamse bos. Vooral aan de rand van de stad en in de parken neemt de biodiversiteit toe, en de kademuren langs de grachten blijken een uitstekende plek voor een aantal muurplanten.

Uit de vorige meting in 2009 was al een positieve trend zichtbaar en deze ontwikkeling heeft doorgezet. Zowel kwantitatief als kwalitatief is er vooruitgang waargenomen. In het Geuzenbos zijn er bijvoorbeeld meer ijsvogels en haviken aangetroffen en in het Diemerbos meer insecten, vleermuizen en ringslangen. Nieuwe soorten zijn waargenomen in het Beatrixpark, zoals de bosvleermuis en de kleine dwergvleermuis. En binnen de stadsgrenzen, in het Sloterpark, broedt nu de lepelaar.

Al eerder bleek dat de natuur in en om Amsterdam het buitengewoon goed doet ten opzichte van de ontwikkeling in Nederland als geheel. Terwijl het in Nederland en wereldwijd slecht gaat met de bij, is in Amsterdam het aantal soorten wilde bijen 20% gestegen tussen 2000 en 2014. Bijen en vlinders zijn graadmeters voor het stadsmilieu: als zij het beter doen, doet andere flora en fauna dat ook. Het gaat overigens niet overal gaat het beter ten opzichte van 2009: in sommige delen van Waterland en in nieuwbouwgebieden in Amsterdam Noord is de diversiteit afgenomen, voornamelijk als gevolg van intensiever of ander gebruik.

Wethouder Groen Abdeluheb Choho: ‘Het ging al goed met de Amsterdamse natuur, en gelukkig blijkt het steeds beter te gaan. Succesvolle maatregelen, zoals het anders maaien van groenstroken en het inzaaien van insectvriendelijke planten, gaan we veel breder toepassen, en Amsterdammers zullen dat de komende tijd ook gaan zien.’

Sinds 2012 is er de Ecologische Structuur Amsterdam, een netwerk van zowel grote als kleine ‘groene’ en ‘blauwe’ gebieden. Door deze gebieden aan elkaar te verbinden, kunnen dieren zich makkelijker door de stad bewegen en wordt ook het leefgebied van planten vergroot. Een mooi voorbeeld van zo’n verbinding is recent aangelegd bij de Beemsterweg in Noord.

De verbindingen zijn goed voor de biodiversiteit en dus het stadsmilieu. In de Agenda Groen 2015-2018 is vorig jaar bepaald dat er tot 2020 nog 80 ecologische verbindingen in de stad zullen worden toegevoegd. In de Ecologische Structuur wordt bovendien insectvriendelijk beheerd. Er wordt geen gif gebruikt en meer ecologisch ingericht(bijvoorbeeld gebruik van inheemse planten en inzaaien van bloemrijk gras). In Het Kleine Loopveld in Buitenveldert, zijn daardoor nu meer soorten wilde bijen aangetroffen.

Achtergrond

De methode die is gebruikt om de actuele situatie van de natuur in Amsterdam in beeld te brengen, is ook gebruikt voor de natuurkaarten van 2002 en 2009. De kaart is bepaald op basis van soortenaantal, natuurlijkheid, vervangbaarheid en de rol van het gebied in de ecologische structuur. Daarnaast zijn er specifieke deelonderzoeken naar de verspreiding van de huismus, dagvlinders, wilde bijen en muurplanten die de conclusie onderbouwen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Gemeente Amsterdam