Rioolbuis. Foto: ANP / Fotobureau Dijkstra

Database geeft gemeenten meer zicht op risico rioolinstortingen

Om beter inzicht te krijgen in de oorzaken en gevolgen van rioolinstortingen, gaat Stichting Rioned uitgebreider en gedetailleerder onderzoek doen als vervolg op een eerdere inventarisatie. Het gaat namelijk om een aanzienlijk probleem waar driekwart van de Nederlandse gemeenten wel eens mee te maken heeft gehad.

De koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer roept gemeenten op om mee te werken door elke instorting van een riool, put of de daarboven gelegen weg te registreren. Storm loopt het nog niet met dat aantal meldingen, zegt Ton Beenen, de programmamanager die het onderzoek leidt. “Dat is maar goed ook, want dat betekent dat er weinig instortingen zijn. En meestal zijn het geen instortingen, maar gaat het om zandinspoeling, doordat de verbinding tussen de aansluiting en het hoofdriool of de verbinding tussen een kolk en het riool niet meer goed is en er een gat in de weg ontstaat.”

Sinkholes zeldzaam

In de bestrating valt een gat al snel op als stenen beginnen weg te zakken. Onder asfalt kan zandinspoeling veel langer ongemerkt doorgaan. Dan ontstaat er een holle ruimte onder het asfalt die, als er een zwaar voertuig overheen rijdt, ineens kan leiden tot een sinkhole. Beenen schat dat er in ons land jaarlijks zo’n vijf keer echt een groot gat in de straat ontstaat als gevolg van een rioolinstorting. “Meestal gaat het om een klein kuiltje in de weg, dat hooguit wat ongemak veroorzaakt.” Sinkholes onder asfaltwegen – ook al komen ze niet zo vaak voor – geven wel serieuze problemen. De ene gemeente krijgt er vaker mee te maken dan de ander. Vooral rondom de veengebieden in het Groene Hart is het geregeld raak.

De afgelopen jaren zijn al zo’n 400 meldingen verwerkt, maar Rioned heeft meer en gedetailleerdere informatie nodig om goede analyses te kunnen maken. Dat helpt gemeenten om problemen waar mogelijk te voorkomen. Dat rioolinstortingen niet op grote schaal voorkomen en sommige gemeenten er niet of nauwelijks mee te maken hebben, maakt het lastig om verbanden te leggen. Vandaar dat het onderzoek onlangs een doorstart heeft gemaakt. Hoe beter de landelijke database gevuld wordt, hoe makkelijker het voor gemeenten wordt om eventuele patronen te ontdekken en te leren van elkaars ervaringen.

Zettingen en grondwaterstanden

De kennis die de koepelorganisatie inmiddels al heeft opgedaan leert volgens Beenen dat er in grote lijnen twee oorzaken zijn van rioolinstortingen: zettingsgevoeligheid en wisselende grondwaterstanden. “Waar veel zettingen zijn hebben ook de verbindingen meer te verduren en dus vaker last hebben van zandinspoeling”, stelt hij. De technische staat van de riolen speelt zelden een rol, want volgens hem zijn er niet zo veel slechte riolen. Behalve waar drukriolering inprikt in vrijvervalriolen is geregeld sprake van aantasting. “Soms stort de weg in en blijkt het onderliggende riool bijna geheel verdwenen door de biochemische aantasting.”

Over de hoogte van de maatschappelijke kosten is nog weinig bekend. Daar moet in het vervolgonderzoek meer duidelijk over worden. Het onderzoek naar instortingen is onderdeel van een wat algemenere kennisstrategie, die gericht is op de omschakeling naar een vorm van meer risicogestuurd beheren, zodat gemeenten een beeld krijgen waar de risico’s zitten en daar in hun beheer op in kunnen spelen. Zo kunnen ze de kans verkleinen op schade aan het riool en aan de weg, evenals de kans op milieuverontreiniging of hinder voor weggebruikers door reparatiewerkzaamheden.

Risicogestuurd

Beenen: “Het voordeel van risicogestuurd beheer is dat je kleine risico’s bewust kunt accepteren om daarmee tijd en geld vrij te maken om de grote risico’s op een goede manier aan te pakken.” Vanuit die gedachte kunnen gemeenten vooral het beste inzetten op de grote riolen onder doorgaande wegen door preventief onderhoud te plegen.

Hoe logisch dat ook klinkt, die aanpak was tot nu nog niet zo gebruikelijk, zegt Beenen. “Naast de instortingen inventariseren we ook incidenten met persleidingen, kijken we naar meldingen rondom wateroverlast en proberen we gemeenten zo te ondersteunen met feiten. Een individuele gemeente maakt niet zo veel mee, maar als je alles bij elkaar optelt krijg je een beter beeld.”

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Redactie Infrasite