Verantwoordelijkheid veiligheid openbaar vervoer onduidelijk

verantwoordelijkheid voor veiligheid bij aanbestedingen openbaar vervoer moet duidelijker

Op 20 februari 2010 vonden twee voorvallen plaats in de metrotunnel van Amsterdam. Rond vier uur ’s middags ontstond brand in de achterste cabine van een metrotrein die net was binnengekomen op het ondergrondse metrostation Centraal Station, het eindpunt van de metrolijn. De metrotrein en het station moesten worden ontruimd en de brand werd door de brandweer geblust. Niemand raakte gewond. Tegen half vijf diezelfde middag vertrok een metrotrein van het bovengrondse station Amstel in de richting van het ondergrondse station Wibautstraat. De metrotrein moest voor een sein stoppen omdat er op station Wibautstraat nog een metrotrein stond. Deze stilstaande metrotrein kon niet vertrekken als gevolg van de brand op het Centraal Station. Het spoor op de helling was echter glad, waardoor de tweede metrotrein onvoldoende kon remmen en achterop de stilstaande metrotrein botste. Er raakten 31 mensen lichtgewond, waaronder een van de twee bestuurders. Beide metrotreinen raakten zwaar beschadigd.

Brand in een metrotrein in Amsterdam komt zo’n tien keer per jaar voor en ook (door)glijden van metrotreinen gebeurt regelmatig. Tien jaar geleden heeft de Raad voor de Transportveiligheid, de voorganger van de Onderzoeksraad, een rapport uitgebracht naar aanleiding van een brand in 1999 in een sneltram in Amsterdam in een ondergronds metrostation. De Raad concludeerde destijds dat de zorg voor veiligheid niet structureel en systematisch in de organisatie van het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam (thans GVB) was vastgelegd. GVB heeft tien jaar later de aanbeveling van de Raad opgevolgd om een veiligheidsmanagementsysteem op te zetten. De inschatting van de veiligheidsrisico’s moet echter nog verbeterd worden.

De huidige wet legt de zorg voor veiligheid van de reizigers exclusief bij de bestuurder van de spoorwegdienst, in dit geval het GVB. Tegenwoordig is de Stadsregio echter de opdrachtgever voor het openbaar vervoer: deze verleent de concessie en kan daar ook veiligheidseisen in opnemen. Op dit moment is dit laatste niet het geval. De Onderzoeksraad verwacht dat de Stadsregio deze eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid actief invult en hiermee niet wacht tot nieuwe wetgeving dit voorschrijft.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)

Verantwoordelijkheid veiligheid openbaar vervoer onduidelijk | Infrasite

Verantwoordelijkheid veiligheid openbaar vervoer onduidelijk

verantwoordelijkheid voor veiligheid bij aanbestedingen openbaar vervoer moet duidelijker

Op 20 februari 2010 vonden twee voorvallen plaats in de metrotunnel van Amsterdam. Rond vier uur ’s middags ontstond brand in de achterste cabine van een metrotrein die net was binnengekomen op het ondergrondse metrostation Centraal Station, het eindpunt van de metrolijn. De metrotrein en het station moesten worden ontruimd en de brand werd door de brandweer geblust. Niemand raakte gewond. Tegen half vijf diezelfde middag vertrok een metrotrein van het bovengrondse station Amstel in de richting van het ondergrondse station Wibautstraat. De metrotrein moest voor een sein stoppen omdat er op station Wibautstraat nog een metrotrein stond. Deze stilstaande metrotrein kon niet vertrekken als gevolg van de brand op het Centraal Station. Het spoor op de helling was echter glad, waardoor de tweede metrotrein onvoldoende kon remmen en achterop de stilstaande metrotrein botste. Er raakten 31 mensen lichtgewond, waaronder een van de twee bestuurders. Beide metrotreinen raakten zwaar beschadigd.

Brand in een metrotrein in Amsterdam komt zo’n tien keer per jaar voor en ook (door)glijden van metrotreinen gebeurt regelmatig. Tien jaar geleden heeft de Raad voor de Transportveiligheid, de voorganger van de Onderzoeksraad, een rapport uitgebracht naar aanleiding van een brand in 1999 in een sneltram in Amsterdam in een ondergronds metrostation. De Raad concludeerde destijds dat de zorg voor veiligheid niet structureel en systematisch in de organisatie van het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam (thans GVB) was vastgelegd. GVB heeft tien jaar later de aanbeveling van de Raad opgevolgd om een veiligheidsmanagementsysteem op te zetten. De inschatting van de veiligheidsrisico’s moet echter nog verbeterd worden.

De huidige wet legt de zorg voor veiligheid van de reizigers exclusief bij de bestuurder van de spoorwegdienst, in dit geval het GVB. Tegenwoordig is de Stadsregio echter de opdrachtgever voor het openbaar vervoer: deze verleent de concessie en kan daar ook veiligheidseisen in opnemen. Op dit moment is dit laatste niet het geval. De Onderzoeksraad verwacht dat de Stadsregio deze eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid actief invult en hiermee niet wacht tot nieuwe wetgeving dit voorschrijft.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)