Kamerbrief over bedienen op afstand van sluizen, bruggen, stuwen

Den Haag – Op 2 juli 2008 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over het bedienen op afstand van sluizen, bruggen en stuwen.

Hieronder leest u de volledige brief 200877467133 Bedienen op afstand van sluizen en bruggen. Publicatiedatum: 02-07-2008. stukdatum: 02-07-2008.

Geachte voorzitter,

Naar aanleiding van het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat van 29 mei 2008 over het bedienen op afstand van sluizen, bruggen en stuwen in beheer bij de Rijkswaterstaat, doe ik u deze brief toekomen.

Zoals afgesproken ga ik in op de actuele planning en fasering als ook op de kosten en besparingen van bedienen op afstand. Tevens doe ik u hierbij de evaluatie toekomen over de inzet van stewards op sluizen in periodes met veel recreatievaart.

Actuele planning, fasering en evaluatie

Ik heb bij de invoering van de bediening op afstand gekozen voor de volgende aanpak. Als eerste worden de kleinere complexen aangepakt. De grotere complexen volgen waarbij de opgedane ervaringen worden verwerkt. Op deze wijze worden nieuwe technieken getest en bij gebleken geschiktheid systematisch ‘uitgerold’. Tegelijkertijd uniformeert Rijkswaterstaat de werkprocessen. Het bedienend personeel wordt opgeleid onder andere door simulatortraining en coaching op de werkvloer. Deze gefaseerde aanpak resulteert in een zorgvuldige en veilige invoering van bedienen op afstand.

De nieuwe bediencentrale Maas-Zuid in Limburg en de bediencentrales Topshuis en Terneuzen in Zeeland zullen volgens de huidige planning uiterlijk 2011 volledig operationeel zijn. Tijdens de startfase zal extra bedienend personeel aanwezig zijn om bij te kunnen springen, als ook technici om storingen en andere aanloopproblemen te verhelpen.

Tenslotte zal Rijkswaterstaat bedienend personeel handhaven op de grotere objecten totdat de grootst mogelijke zekerheid is verkregen dat hun aanwezigheid niet meer vereist is.

De invoering van bedienen op afstand vanuit de nieuwe bediencentrale Maas-Zuid in Limburg en bediencentrales Topshuis en Terneuzen in Zeeland zal aan de hand van de volgende criteria geëvalueerd worden:

• tevredenheid van de vaarweggebruikers;

• tevredenheid en werkbelasting bedienend personeel;

• afwikkelingsniveau en snelheid van de afhandeling van het scheepvaart verkeer;

• nautische veiligheid op basis van een analyse van eventuele incidenten;

• beveiliging van de objecten in relatie tot toegankelijkheid voor schippers, nautisch personeel en hulpdiensten;

• aantal en aard van eventuele (technische) storingen gerelateerd aan het bedienen op afstand;

• feitelijke exploitatiekosten en besparingen.

De evaluatieresultaten zullen benut worden voor hierna te realiseren bediencentrales, maar kunnen ook aanleiding zijn om bestaande bediencentrales en/of werkprocessen aan te passen.

Voor wat betreft de nieuwe bediencentrale Maas-Noord wil ik vooralsnog twee mogelijkheden open houden. Namelijk het doorgaan met de oorspronkelijke planning in combinatie met een tijdelijke handhaving van bedienend personeel op de betrokken grote sluiscomplexen, of het aanpassen van de planning in afwachting van de uitkomsten van de evaluatie van de pilotprojecten Zeeland en Zuid-Limburg. Een aanpassing van de planning zal er toe leiden dat de bediencentrale Maas-Noord naar verwachting niet eind 2013 maar begin 2016 operationeel zal zijn. Ik zal een nadere keuze maken tussen deze twee mogelijkheden op basis van de voortgang van de voorbereiding voor de bediencentrale Maas-Noord en de eerste bevindingen bij de grote complexen in Zeeland en Limburg-Zuid.

In bijlage 1 is overeenkomstig mijn toezegging een indicatieve planning opgenomen van de realisatie van nieuwe bediencentrales.

Kosten en besparingen van bedienen op afstand

Bij bedienen op afstand snijdt het mes aan twee kanten: het serviceniveau voor de vaarweggebruikers wordt verhoogd èn het levert besparingen voor de bedrijfsvoering op. Door de verhoging van het serviceniveau zoals onder andere 24 uurs bediening op alle hoofdvaarwegen en meer betrouwbare reistijden, treden voor de beroepsvaart positieve effecten op. Zo is uit een onderzoek voor de bediencentrales langs de Maasroute gebleken dat de gemiddelde vaartijd per schip op de Maasroute naar verwachting met ongeveer 15 minuten zal afnemen. Voor de recreatievaart is het voordeel vooral de verruiming van de bedieningstijden van bruggen en kleinere sluizen.

Een efficiëntere bedrijfsvoering zal ook voor Verkeer en Waterstaat tot kostenbesparingen leiden. Uitgangspunt is dat de voor het invoeren van bedienen op afstand noodzakelijke investeringen in ongeveer 10 jaar worden terugverdiend. Door een meer efficiënte bedrijfsvoering wordt tevens invulling gegeven aan het Kabinetsbeleid ‘meer doen met minder mensen’.

De investeringskosten van de geplande, nieuwe bediencentrales in Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Limburg worden thans geraamd op in totaal € 77 mln.

In bijlage 1 is overeenkomstig mijn toezegging, een indicatief overzicht opgenomen van de raming van de kosten en besparingen van de nog te realiseren bediencentrales.

Evaluatie van de stewards

De inzet van stewards in 2007 is geëvalueerd (zie bijlage 2). De inzet van de stewards gedurende de zomermaanden zal worden voortgezet, waarbij alle aanbevelingen uit de evaluatie zullen worden ingevoerd

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

Bijlagen

Meer informatie is te vinden in onderstaande bijlagen. In te zien via http://www.verkeerenwaterstaat.nl/actueel/kamerstukken

* 200877467133 Bijlage 1 Indicatief overzicht. Bijlage

* 200877467133 Bijlage 2 Interne evaluatie 2007 en adviezen 2008 RWS fysiek aanwezig op de sluis. Bijlage.