Kamerbrief over vandalisme op het spoor

Den Haag – Op 26 februari 2008 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op de vragen van het lid Roemer over over treinvandalisme door obstakels op het spoor te leggen.

Hieronder leest u de volledig brief 20081087 Kamervragen van het lid Roemer over treinvandalisme door obstakels op het spoor leggen. Kamerstuk | 2008-02-26.

Geachte voorzitter,

Naar aanleiding van vragen van het lid Roemer over treinvandalisme door obstakels op het spoor te leggen kan ik u als volgt informeren.

1.

Wat is uw mening over het bericht dat een nachttrein bij Leeuwarden beschadigd is geraakt omdat vandalen een spoorstaaf op het spoor hadden gelegd? (1) (1) http://binnenland.nieuws.nl/496256/Nachttrein_beschadigd_door_spoorstaaf

1. Ik spreek mijn afschuw uit over het treinvandalisme-incident bij Leeuwarden dat aanleiding kan geven tot een ernstig ongeluk. Gelukkig is de schade beperkt gebleven tot alleen materiele schade aan de nachttrein.

2.

Kunt u uiteenzetten in hoeverre deze vorm van vandalisme zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld?

2. Uit de Trendanalyse 2006 blijkt dat er vanaf 2003 een duidelijk dalende lijn is van het aantal vandalismemeldingen. De meldingen hebben betrekking op de twee categorieën "(bijna) aanrijding van objecten door vandalisme" en "schade door vandalisme". Voor het jaar 2007 lijkt deze dalende trend van het aantal meldingen zich voort te zetten.

3.

Is er in de regio Leeuwarden ook voorlichting gegeven op scholen over de risico’s en de veroorzaakte overlast? Waar vindt deze voorlichting plaats en met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?

3. De Inspectie Verkeer en Waterstaat voert een onderzoek uit naar de achtergronden van spoorwegvandalisme. Het rapport van dit onderzoek zal binnenkort worden gepubliceerd. Uit het rapport komt onder meer naar voren dat vooral voorlichting op basisscholen effectief blijkt te kunnen zijn. Kinderen die nog geen vandalisme hebben gepleegd, zijn nog ontvankelijk voor voorlichting. Jongeren van het voortgezet onderwijs lijken hier minder ontvankelijk voor.

ProRail heeft de afgelopen jaren in het kader van de voorlichting voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs lespakketten (“Luisteris”, “Wat spoort hier allemaal niet? “en de Nieuwsbrief “Spelen bij het spoor: levensgevaarlijk en verboden! Informatie voor leerkrachten van basisscholen“) ontwikkeld. De lespakketten zijn jaarlijks aan alle scholen aangeboden en ook in de regio Leeuwarden zijn deze verspreid. Desgevraagd is ook toelichting op de scholen gegeven. Uit een telefonische enquête blijkt dat bijvoorbeeld van de 4000 basisscholen, bijna de helft gebruik heeft gemaakt van het materiaal van ProRail. Van die groep denkt ruim 82% dat kinderen door het gebruik van het materiaal beter zullen uitkijken!

4.

Kunt u uiteenzetten of in de regio Leeuwarden maatregelen genomen zijn om het spoor minder makkelijk bereikbaar te maken? Zo neen, waarom niet? Waar zijn dergelijke maatregelen wel genomen en met welk effect?

4. Het incident heeft plaatsgevonden in de nabijheid van een met een automatische halve overwegbomeninstallatie (AHOB) uitgeruste spoorwegovergang. De situatie ter plekke voldoet aan de gestelde normen om het spoor minder makkelijk bereikbaar te maken. Een spoorwegovergang blijft uiteraard gezien het openbare karakter ervan een kwetsbaar punt.

In het hele land zijn in de afgelopen jaren op basis van analyses op ‘hotspots’ door ProRail een aantal maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het afsluiten van het spoor door poorten, hekwerken, begroeiing en sloten, het verhogen van het toezicht bij het spoor door surveillance, het plaatsen van camera’s op plaatsen waar veel vandalisme voorkomt, het opruimen van de spooromgeving, acties op communicatief vlak zoals het plaatsen van waarschuwingsborden bij sluiproutes, het sturen van informatiebrieven naar omwonenden en voorlichting op scholen.

5.

Zijn de aannemers recent nog aangesproken op het laten slingeren van materiaal langs het spoor bij Leeuwarden? Zo neen, waarom niet? Waar is dit wel gebeurd en met welk resultaat?

5. ProRail is al enkele jaren bezig met een ‘Preventieprogramma’ in het kader van de actie “schoon en veilig spoor”. ProRail richt zich daarbij in eerste instantie tot de verantwoordelijke aannemers en spreekt hen daar continu op aan. Met hen zijn hierover ook contractuele afspraken gemaakt.

6. Hoe staat het met de uitvoering van de overige maatregelen die u noemt in de Kadernota railveiligheid ‘Veiligheid op rails’ uit november 2004?(2)

(2) http://www.verkeerenwaterstaat.nl/Images/Tweede%20Kadernota%20Veiligheid%20reader%20 (08-11-2004)_tcm195-166276.pdf

6. De Inspectie Verkeer en Waterstaat heeft brede aandacht voor vandalisme op het spoor en is op drie fronten met dit onderwerp bezig. Ten eerste voert zij objectgerichte inspecties uit. Uit de inspecties uitgevoerd in 2004 en 2005 bleek dat vooral op het gebied van het opruimen van materiaal na werkzaamheden nog veel verbetering nodig was. Met name het toezicht hierop door ProRail bleek althans in die jaren onvoldoende. ProRail heeft hierop een reeks van maatregelen afgekondigd om de aanwezigheid van (bouw)materialen bij het spoor terug te dringen. In 2006 en 2007 heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat tijdens reguliere inspecties gecontroleerd op objecten langs het spoor die aanleiding tot vandalisme kunnen geven en voor een onveilige situatie kunnen zorgen. Hoewel nog op diverse plaatsen objecten langs het spoor werden aangetroffen, signaleert de Inspectie een positieve ontwikkeling met betrekking tot de beheersing van ongewenste materialen langs het spoor. Ten tweede voert de Inspectie een fundamenteel onderzoek uit naar spoorwegvandalisme. Dit onderzoek heeft als doel beter inzicht te verkrijgen in de achtergronden van spoorwegvandalisme. Zo worden de omvang, aard en ernst van het probleem onderzocht, zijn de herstelkosten van spoorwegvandalisme in kaart gebracht en zijn de oorzaken en mogelijke maatregelen tegen spoorwegvandalisme geanalyseerd. Tot slot worden afspraken met het OM gemaakt over een gezamenlijke aanpak van spoorwegvandalisme. Er is nu nog een overlap op dit gebied tussen de werkzaamheden van de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het OM en het KLPD. In een convenant zullen werkafspraken met betrekking tot spoorwegvandalisme (of spoorwegcriminaliteit) tussen partijen worden vastgelegd.

7. Welke (aanvullende) maatregelen gaat u nemen om vandalisme bij het spoor verder terug te dringen?

7. In het verlengde van de vorige vraag neemt de Inspectie Verkeer en Waterstaat op drie fronten maatregelen om vandalisme op het spoor verder terug te dringen. Ten eerste gaat de Inspectie dit jaar – op gelijke wijze als in 2004 en 2005 – gerichte inspecties uitvoeren naar de aanwezigheid van (bouw)materialen langs het spoor. Ten tweede zal in het tweede kwartaal van dit jaar het rapport "spoorwegvandalisme" met de resultaten van het fundamentele onderzoek van de inspectie worden uitgebracht. Met dit rapport informeert de Inspectie de spoorbranche en de maatschappij over de stand van zaken van spoorwegvandalisme in Nederland. Met een beter inzicht in de problematiek kan het vandalisme op het spoor dan effectiever worden bestreden. Dit rapport zal ook aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Tot slot zal naar alle waarschijnlijk in maart dit jaar het convenant tussen de Inspectie en het OM worden ondertekend. In het convenant is afgesproken dat de inspectie en het OM elkaar op de hoogte houden van geconstateerde ontwikkelingen in het vandalisme en de maatregelen die hiertegen zijn of gaan worden genomen.

Ook door ProRail wordt op grond van gemaakte analyses een optimale mix van maatregelen gekozen die leiden tot het gewenste effect. In het algemeen gesteld gaat het om het volgende pakket aan maatregelen:

– analyses dadergroepen

– analyse probleemlocaties ‘hotspots’

– technische maatregelen: plaatsen en herstellen van hekwerken ter afscherming van de spoorinfrastructuur, plaatsen van verboden toegangbordjes, bieden van alternatieve paden, de inzet van camera’s en andere detectie middelen, het aanbrengen van extra verlichting, opruimen en schoonhouden van de spooromgeving

– communicatieve maatregelen: communicatie en contacten met omwonenden, communicatie met bedrijven, samenwerken met overheden en organisaties voorlichting op scholen (lespakketten voor basis- en middelbaaronderwijs) voorlichtingscampagne en uitdragen van de “boodschap vandalisme“ levert gevaarlijke situaties op, schade is enorm, er wordt hard opgetreden hoge boetes, ProRail verhaalt altijd de schade

– extra toezicht door beveiligingsdiensten en preventief en repressief toezicht door de BOA’s van ProRail i.s.m. KLPD Spoor.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Trendanalyse spoorwegveiligheid 2006

Meer informatie over onveilig gedrag rond het spoor vindt u op de website van ProRail