Project Mainportontwikkeling Rotterdam: Voortgangsrapportage 2

Den Haag – Op 28 september 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR).

Hieronder leest u de volledig brief br.46288. Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Voortgangsrapportage 2. Kamerstuk | 2007-09-28.

Geachte voorzitter,

Conform de Regeling grote projecten rapporteer ik uw Kamer elk half jaar over de voortgang van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Hierbij bied ik u de tweede Voortgangsrapportage (VGR2) over de verslagperiode 1 januari – 30 juni 2007 aan. In deze brief ga ik tevens in op recente ontwikkelingen en op de afspraken die ik met uw Kamer op 4 juli 2007 in het Algemeen Overleg over de eerste Voortgangsrapportage heb gemaakt. Zoals afgesproken wordt jaarlijks het rapport van de departementale auditdiensten opgesteld. Dit rapport wordt separaat in oktober toegezonden.

Hoofdpunten VGR2

De VGR2 beschrijft de voortgang van PMR, gebaseerd op de rapportages van de uitvoerende partijen over de deelprojecten, en beschrijft de onderdelen van het project die door het Rijk uitgevoerd worden.

De voortgang van de deelprojecten in de verslagperiode voldoet in grote lijnen aan de verwachtingen. Belangrijke behaalde mijlpalen bij het deelproject Landaanwinning zijn de gelijktijdige ter inzage legging van de milieueffectrapporten en de voorontwerpen van ruimtelijke besluiten tussen 20 april en 31 mei 2007 en de afronding van de toets op staatssteun door de Europese Commissie. Voor de bij dit deelproject behorende natuurcompensatie zijn behaalde mijlpalen de ter inzage legging van het ontwerp Aanwijzingsbesluit Voordelta (als onderdeel van de eerste tranche van in totaal 111 Aanwijzingsbesluiten) en van het ontwerp Beheerplan Voordelta.

Voor het deelproject 750 ha is een richtinggevend advies van de Rijksadviseur van het landschap uitgebracht en voor Bestaand Rotterdams Gebied zijn de geplande projecten (verder) ter uitvoering genomen.

De onderlinge samenhang in de uitvoering van de drie deelprojecten van PMR is in de verslagperiode niet in het geding gekomen. Derhalve is geen aanleiding of noodzaak geweest de in de PKB genoemde instrumenten van doorzetkracht in te zetten.

Relevante ontwikkelingen in de projectomgeving zijn onder andere het Urgentieprogramma Randstad (UPR) en het Natura 2000-beleid. PMR is onderdeel uit gaan maken van UPR. De ontwikkeling van de mainport en haar bereikbaarheid worden daarmee in een samenhangend lange termijn kader geplaatst. De natuurcompensatie voor de landaanwinning is ingebed in het Natura 2000-beleid. Het debat over de verdere procedures ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000, dat een dezer dagen plaatsvindt tussen uw Kamer en de regering, is daarmee direct van invloed op voortgang van de natuurcompensatie in PMR-verband.

Ten aanzien van de projectbeheersing zijn geen wijzigingen in de scope van het project te melden, noch verandering in de financiën, behoudens de gebruikelijke aanpassing van het prijspeil. Conform uw verzoek in het AO van 4 juli 2007 over de eerste Voortgangsrapportage, vermeld ik hier expliciet dat geen onttrekkingen aan de post onvoorzien hebben plaatsgevonden. Over de planning staat in deze VGR dat de concessie voor de landaanwinning, en daarmee de start van de realisatie, op een eerder moment (vaststelling bestemmingsplan door Gemeenteraad in plaats van goedkeuring door Gedeputeerde Staten) wordt gekoppeld aan de ruimtelijke procedures van de gemeente Rotterdam. Dit bekort de doorlooptijd van de procedures die voorafgaan aan de start uitvoering met enkele maanden. Tot slot: met de positieve afronding van de notificatieprocedure voor staatssteun bij de Europese Commissie is een eerder benoemd risico geheel komen te vervallen.

Ontwikkelingen na de peildatum

Na de verslagperiode van VGR2 hebben zich ontwikkelingen voorgedaan, waarvan ik uw Kamer deelgenoot wil maken.

Ten aanzien van het deelproject landaanwinning heb ik in de eerste VGR gerapporteerd over onzekerheden, de uiterst ambitieuze planning, de complexiteit, en de onderlinge samenhang van de procedures. Specifiek heb ik als risico’s benoemd: vertraging van de milieueffectrapporten (MER Aanleg en MER Bestemming), risico’s die voortkomen uit complexiteit van de procedures en een risico op schorsingen van procedures.

Medio augustus 2007 is gebleken dat de Commissie voor de milieueffectrapportage een aantal kanttekeningen zet bij de opgestelde milieueffectrapporten, die in het vervolg van de procedures zouden kunnen leiden tot het optreden van de hiervoor genoemde risico’s (vragen vanuit complexiteit en schorsingen van procedures).

De opsteller van beide milieueffectrapporten, het Havenbedrijf Rotterdam, heeft in nauw overleg met de bevoegde overheden vastgesteld dat risico’s uit hoofde van de kanttekeningen van de Commissie voor de milieueffectrapportage, naar alle waarschijnlijkheid kunnen worden weggenomen met een nadere toelichting op de beide milieueffectrapporten. Het opstellen van deze nadere toelichting vergt enkele maanden voorbereidingstijd, waarna de Commissie voor de milieueffectrapportage haar advisering over MER Aanleg en MER Bestemming eind dit jaar kan afronden.

De bevoegde overheden hebben ingestemd met het verzoek van het Havenbedrijf Rotterdam om de gelegenheid te krijgen deze nadere toelichting te geven. Vanuit een afweging tussen zorgvuldigheid en snelheid kan ik deze aanpak billijken.

De wethouder van de gemeente Rotterdam heeft mij laten weten dat een en ander tot gevolg heeft dat de bekendmaking van de ontwerpen van de ruimtelijke plannen enkele maanden vertraging oploopt en niet volgens planning eind september 2007 plaatsvindt. Ik heb deze melding van de gemeente Rotterdam onverwijld aan uw Kamer doorgestuurd. Mede door toepassing van de versnellingsoptie, zoals in de VGR2 is toegelicht, werkt deze vertraging maar in beperkte mate door naar het moment waarop de start van de aanleg van de landaanwinning kan plaatsgrijpen. De start van de aanleg is daarmee niet juli 2008 zoals in de VGR2 is beschreven, maar valt nog wel binnen de bandbreedte ‘tweede helft 2008’, waar ook in de Basisrapportage van is uitgegaan.

Voor de 750 ha natuur- en recreatiegebied is na de verslagperiode een belangrijke stap gezet. Voor het Landschapspark Buytenland (600 ha op IJsselmonde) is de procedure naar een bestemmingsplan formeel in gang gezet met de publicatie van de startnotitie MER op 20 september 2007 (start ter inzage legging). Bij de projecten in Bestaand Rotterdams Gebied hebben zich na de verslagperiode geen bijzondere ontwikkelingen voorgedaan.

Planning

Uw Kamer heeft in het eerder genoemde Algemeen Overleg van 4 juli 2007 onder meer aangedrongen op het benoemen van een Top-5 met versnellingsopties voor de realisatie van Maasvlakte 2. Allereerst merk ik op dat de reeds aangebrachte versnelling (door de concessie eerder aan het ruimtelijk planproces van de gemeente Rotterdam te koppelen) de genoemde vertraging in de afronding van de m.e.r.-procedure goeddeels opvangt. Zoals ik hierna toelicht biedt de planning vervolgens geen ruimte voor verdere versnelling zonder afbreuk te doen aan de goede balans tussen zorgvuldigheid en snelheid. De bestendige wens om de procedures zo vlot mogelijk te doorlopen heeft immers al geleid tot een planning waarin geen speling zit. De doorlooptijden van de kritieke paden zijn, binnen de wettelijke mogelijkheden, bekort. De afzonderlijke procedures zijn waar mogelijk parallel geschakeld, in plaats van na elkaar. Verder in elkaar schuiven leidt tot een onjuiste en onlogische volgorde in besluiten, een toename van juridische risico’s en wellicht tot schade aan de kwaliteit van de rechtsbescherming.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Als minister van VenW wil ik geen voordracht doen aan de Kroon om de vergunning te verlenen om land te winnen (de concessie) zonder dat voldoende (juridische) zekerheid bestaat over het toekomstige gebruik van dat land, in dit geval als haven- en industriegebied. Aanvankelijk was voorzien dat ik de concessie in procedure zou brengen als de provincie het betreffende bestemmingsplan had goedgekeurd en de beroepsgang geen blokkades liet zien. Thans zijn de procedures sterk in elkaar geschoven en ben ik al bereid de voordracht te doen aan de Kroon om de concessie te verlenen op het moment dat de Gemeenteraad van Rotterdam het bestemmingsplan Maasvlakte 2 heeft vastgesteld en het vrijstellingsbesluit ex artikel 19 Wro is genomen. Uw Kamer heeft in het AO van 4 juli 2007 aangedrongen de concessie niet meer dan 1 maand na deze ruimtelijke besluiten van de gemeente af te geven. Zoals eerder aangegeven ben ik bereid om alle mogelijke spoed te betrachten zodra de genoemde ruimtelijke besluiten zijn genomen.

Een ander voorbeeld waarin zorgvuldigheid wordt gepaard aan snelheid betreft Natura 2000. Het Aanwijzingsbesluit voor de Voordelta maakt deel uit van de eerste tranche van Aanwijzingsbesluiten in heel Nederland. De zorgvuldige besluitvorming over die gehele eerste tranche, waarin ook overleg met uw Kamer is voorzien, vergt een langer tijdpad dan voor de voortgang van PMR wenselijk is. Derhalve is afgesproken met het ministerie van LNV dat alles in het werk wordt gesteld om voor de voor PMR essentiële besluiten over Natura 2000 een zodanig zelfstandig besluitvormingtraject te hanteren dat de gevolgen voor PMR tot een minimum worden beperkt.

De voorbeelden tonen aan dat uiterste grenzen zijn opgezocht bij het aanbrengen van versnelling. Verdere versnelling behoort niet tot de mogelijkheden, zonder een grote afbreuk aan de kwaliteit (rechtsbescherming en risico op schorsing en vernietiging).

Samenvattend leidt het evenwicht tussen zorgvuldigheid en snelheid tot de slotsom:

  • Meer tijd is nodig voor een nadere toelichting op MER Aanleg en MER Bestemming. Zodra deze toelichting gereed is kan de Commissie voor de milieueffectrapportage haar advisering afronden;
  • Daarmee schuiven alle procedures voor de landaanwinning en de natuurcompensatie in de tijd op. Het moment van de start aanleg Maasvlakte 2 valt echter nog steeds binnen de bandbreedte van de planning: ‘tweede helft 2008’;
  • Het bestemmingsplan voor Maasvlakte 2 blijft op het kritieke pad en de planning van de gemeente Rotterdam is nog steeds ambitieus.

Luchtkwaliteit

In het Algemeen Overleg van 4 juli 2007 heeft u gevraagd naar het tijdschema dat wordt gehanteerd bij het tot stand komen van de Overeenkomst Luchtkwaliteit. Zoals u weet dient de Overeenkomst Luchtkwaliteit er toe om zeker te stellen dat het bestemmingsplan Maasvlakte 2 voldoet aan de geldende regelgeving voor de luchtkwaliteit. Aangezien de parlementaire behandeling van de Wet luchtkwaliteit nog niet is afgerond wordt het bestemmingsplan Maasvlakte 2 getoetst aan het Besluit
Luchtkwaliteit 2005. Bij die toetsing wordt ingespeeld op de recente uitspraak van de Raad van State over het Tracébesluit A4 Burgerveen – Leiden door extra aandacht te besteden aan enkele aspecten van de onderbouwing van het bestemmingsplan Maasvlakte 2.

De totstandkoming van de Overeenkomst is direct gekoppeld aan de besluitvorming en aan het tijdschema van het bestemmingsplan Maasvlakte 2. Ik zal er op toezien dat deze koppeling op een zorgvuldige wijze tot stand komt. Voor het tijdschema betekent de koppeling dat de gemeente Rotterdam de tekst van de voorgenomen Overeenkomst Luchtkwaliteit in ieder geval publiceert bij het ontwerp bestemmingsplan Maasvlakte 2. Volgens de planning van de gemeente Rotterdam is dat begin januari 2008. Conform uw verzoek, gedaan bij het Algemeen Overleg, zal ik uw Kamer de Overeenkomst op dat moment toesturen.

Over het ontwerp bestemmingsplan kunnen zienswijzen worden ingebracht, waarbij de belanghebbenden de tekst van de voorgenomen Overeenkomst kunnen betrekken. Na verwerking van de zienswijzen gaat de Gemeenteraad van Rotterdam over tot vaststelling van het bestemmingsplan. Naar ik aanneem zal de Gemeenteraad deze stap pas zetten als de uitvoering van de compenserende maatregelen voor de luchtkwaliteit zeker is gesteld. Om die zekerheid te bieden dient ondertekening van de Overeenkomst plaats te vinden voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan Maasvlakte 2 in de Raad.

Short sea shipping

In het Algemeen Overleg van 4 juli 2007 heeft uw Kamer gevraagd om, naast de Voortgangsrapportage over PMR, ook informatie te verschaffen over de bevordering van short sea shipping. Uit de Nationale Mobiliteitsmonitor blijkt dat short sea shipping in omvang is toegenomen van 24,5 mln ton in 2000, naar 35,1 mln ton in 2005. Inmiddels is ook bekend dat de doelstelling om in 2010 40 miljoen ton te vervoeren via short sea al in 2007 is bereikt. De inspanningen van de overheid voor de bevordering van short sea shipping zijn gericht op het wegnemen van knelpunten en belemmeringen van organisatorische, wetgevende of administratieve aard. Conform de Beleidsbrief Logistiek en Supply Chains (juni 2006) richt de voorlichting zich met name op het intermodale vervoersaspect. Op EU-niveau is gewerkt aan vereenvoudigde douaneprocedures, de één-loketfunctie voor elektronische douane-aangifte en het stroomlijnen van inspecties. Samen met Vlaanderen heeft Nederland het afgelopen najaar het initiatief genomen tot instelling van de EU-Task Force ‘Motorways of the Sea’ waar alle Noordzeelanden aan deelnemen.

Ter stimulering van innovatie van de zeevaartsector is in 2006 een regeling voor de sector opgesteld conform Nota Mobiliteit. Deze regeling, met een omvang van

10 miljoen euro is op 24 januari 2007 door Brussel goedgekeurd. Voldoende havencapaciteit en het wegnemen van belemmeringen, zoals hiervoor genoemd, dragen bij tot het verder versterken van de concurrentiepositie van short sea shipping.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

Project Mainportontwikkeling Rotterdam: Voortgangsrapportage 2 | Infrasite

Project Mainportontwikkeling Rotterdam: Voortgangsrapportage 2

Den Haag – Op 28 september 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR).

Hieronder leest u de volledig brief br.46288. Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Voortgangsrapportage 2. Kamerstuk | 2007-09-28.

Geachte voorzitter,

Conform de Regeling grote projecten rapporteer ik uw Kamer elk half jaar over de voortgang van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Hierbij bied ik u de tweede Voortgangsrapportage (VGR2) over de verslagperiode 1 januari – 30 juni 2007 aan. In deze brief ga ik tevens in op recente ontwikkelingen en op de afspraken die ik met uw Kamer op 4 juli 2007 in het Algemeen Overleg over de eerste Voortgangsrapportage heb gemaakt. Zoals afgesproken wordt jaarlijks het rapport van de departementale auditdiensten opgesteld. Dit rapport wordt separaat in oktober toegezonden.

Hoofdpunten VGR2

De VGR2 beschrijft de voortgang van PMR, gebaseerd op de rapportages van de uitvoerende partijen over de deelprojecten, en beschrijft de onderdelen van het project die door het Rijk uitgevoerd worden.

De voortgang van de deelprojecten in de verslagperiode voldoet in grote lijnen aan de verwachtingen. Belangrijke behaalde mijlpalen bij het deelproject Landaanwinning zijn de gelijktijdige ter inzage legging van de milieueffectrapporten en de voorontwerpen van ruimtelijke besluiten tussen 20 april en 31 mei 2007 en de afronding van de toets op staatssteun door de Europese Commissie. Voor de bij dit deelproject behorende natuurcompensatie zijn behaalde mijlpalen de ter inzage legging van het ontwerp Aanwijzingsbesluit Voordelta (als onderdeel van de eerste tranche van in totaal 111 Aanwijzingsbesluiten) en van het ontwerp Beheerplan Voordelta.

Voor het deelproject 750 ha is een richtinggevend advies van de Rijksadviseur van het landschap uitgebracht en voor Bestaand Rotterdams Gebied zijn de geplande projecten (verder) ter uitvoering genomen.

De onderlinge samenhang in de uitvoering van de drie deelprojecten van PMR is in de verslagperiode niet in het geding gekomen. Derhalve is geen aanleiding of noodzaak geweest de in de PKB genoemde instrumenten van doorzetkracht in te zetten.

Relevante ontwikkelingen in de projectomgeving zijn onder andere het Urgentieprogramma Randstad (UPR) en het Natura 2000-beleid. PMR is onderdeel uit gaan maken van UPR. De ontwikkeling van de mainport en haar bereikbaarheid worden daarmee in een samenhangend lange termijn kader geplaatst. De natuurcompensatie voor de landaanwinning is ingebed in het Natura 2000-beleid. Het debat over de verdere procedures ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000, dat een dezer dagen plaatsvindt tussen uw Kamer en de regering, is daarmee direct van invloed op voortgang van de natuurcompensatie in PMR-verband.

Ten aanzien van de projectbeheersing zijn geen wijzigingen in de scope van het project te melden, noch verandering in de financiën, behoudens de gebruikelijke aanpassing van het prijspeil. Conform uw verzoek in het AO van 4 juli 2007 over de eerste Voortgangsrapportage, vermeld ik hier expliciet dat geen onttrekkingen aan de post onvoorzien hebben plaatsgevonden. Over de planning staat in deze VGR dat de concessie voor de landaanwinning, en daarmee de start van de realisatie, op een eerder moment (vaststelling bestemmingsplan door Gemeenteraad in plaats van goedkeuring door Gedeputeerde Staten) wordt gekoppeld aan de ruimtelijke procedures van de gemeente Rotterdam. Dit bekort de doorlooptijd van de procedures die voorafgaan aan de start uitvoering met enkele maanden. Tot slot: met de positieve afronding van de notificatieprocedure voor staatssteun bij de Europese Commissie is een eerder benoemd risico geheel komen te vervallen.

Ontwikkelingen na de peildatum

Na de verslagperiode van VGR2 hebben zich ontwikkelingen voorgedaan, waarvan ik uw Kamer deelgenoot wil maken.

Ten aanzien van het deelproject landaanwinning heb ik in de eerste VGR gerapporteerd over onzekerheden, de uiterst ambitieuze planning, de complexiteit, en de onderlinge samenhang van de procedures. Specifiek heb ik als risico’s benoemd: vertraging van de milieueffectrapporten (MER Aanleg en MER Bestemming), risico’s die voortkomen uit complexiteit van de procedures en een risico op schorsingen van procedures.

Medio augustus 2007 is gebleken dat de Commissie voor de milieueffectrapportage een aantal kanttekeningen zet bij de opgestelde milieueffectrapporten, die in het vervolg van de procedures zouden kunnen leiden tot het optreden van de hiervoor genoemde risico’s (vragen vanuit complexiteit en schorsingen van procedures).

De opsteller van beide milieueffectrapporten, het Havenbedrijf Rotterdam, heeft in nauw overleg met de bevoegde overheden vastgesteld dat risico’s uit hoofde van de kanttekeningen van de Commissie voor de milieueffectrapportage, naar alle waarschijnlijkheid kunnen worden weggenomen met een nadere toelichting op de beide milieueffectrapporten. Het opstellen van deze nadere toelichting vergt enkele maanden voorbereidingstijd, waarna de Commissie voor de milieueffectrapportage haar advisering over MER Aanleg en MER Bestemming eind dit jaar kan afronden.

De bevoegde overheden hebben ingestemd met het verzoek van het Havenbedrijf Rotterdam om de gelegenheid te krijgen deze nadere toelichting te geven. Vanuit een afweging tussen zorgvuldigheid en snelheid kan ik deze aanpak billijken.

De wethouder van de gemeente Rotterdam heeft mij laten weten dat een en ander tot gevolg heeft dat de bekendmaking van de ontwerpen van de ruimtelijke plannen enkele maanden vertraging oploopt en niet volgens planning eind september 2007 plaatsvindt. Ik heb deze melding van de gemeente Rotterdam onverwijld aan uw Kamer doorgestuurd. Mede door toepassing van de versnellingsoptie, zoals in de VGR2 is toegelicht, werkt deze vertraging maar in beperkte mate door naar het moment waarop de start van de aanleg van de landaanwinning kan plaatsgrijpen. De start van de aanleg is daarmee niet juli 2008 zoals in de VGR2 is beschreven, maar valt nog wel binnen de bandbreedte ‘tweede helft 2008’, waar ook in de Basisrapportage van is uitgegaan.

Voor de 750 ha natuur- en recreatiegebied is na de verslagperiode een belangrijke stap gezet. Voor het Landschapspark Buytenland (600 ha op IJsselmonde) is de procedure naar een bestemmingsplan formeel in gang gezet met de publicatie van de startnotitie MER op 20 september 2007 (start ter inzage legging). Bij de projecten in Bestaand Rotterdams Gebied hebben zich na de verslagperiode geen bijzondere ontwikkelingen voorgedaan.

Planning

Uw Kamer heeft in het eerder genoemde Algemeen Overleg van 4 juli 2007 onder meer aangedrongen op het benoemen van een Top-5 met versnellingsopties voor de realisatie van Maasvlakte 2. Allereerst merk ik op dat de reeds aangebrachte versnelling (door de concessie eerder aan het ruimtelijk planproces van de gemeente Rotterdam te koppelen) de genoemde vertraging in de afronding van de m.e.r.-procedure goeddeels opvangt. Zoals ik hierna toelicht biedt de planning vervolgens geen ruimte voor verdere versnelling zonder afbreuk te doen aan de goede balans tussen zorgvuldigheid en snelheid. De bestendige wens om de procedures zo vlot mogelijk te doorlopen heeft immers al geleid tot een planning waarin geen speling zit. De doorlooptijden van de kritieke paden zijn, binnen de wettelijke mogelijkheden, bekort. De afzonderlijke procedures zijn waar mogelijk parallel geschakeld, in plaats van na elkaar. Verder in elkaar schuiven leidt tot een onjuiste en onlogische volgorde in besluiten, een toename van juridische risico’s en wellicht tot schade aan de kwaliteit van de rechtsbescherming.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Als minister van VenW wil ik geen voordracht doen aan de Kroon om de vergunning te verlenen om land te winnen (de concessie) zonder dat voldoende (juridische) zekerheid bestaat over het toekomstige gebruik van dat land, in dit geval als haven- en industriegebied. Aanvankelijk was voorzien dat ik de concessie in procedure zou brengen als de provincie het betreffende bestemmingsplan had goedgekeurd en de beroepsgang geen blokkades liet zien. Thans zijn de procedures sterk in elkaar geschoven en ben ik al bereid de voordracht te doen aan de Kroon om de concessie te verlenen op het moment dat de Gemeenteraad van Rotterdam het bestemmingsplan Maasvlakte 2 heeft vastgesteld en het vrijstellingsbesluit ex artikel 19 Wro is genomen. Uw Kamer heeft in het AO van 4 juli 2007 aangedrongen de concessie niet meer dan 1 maand na deze ruimtelijke besluiten van de gemeente af te geven. Zoals eerder aangegeven ben ik bereid om alle mogelijke spoed te betrachten zodra de genoemde ruimtelijke besluiten zijn genomen.

Een ander voorbeeld waarin zorgvuldigheid wordt gepaard aan snelheid betreft Natura 2000. Het Aanwijzingsbesluit voor de Voordelta maakt deel uit van de eerste tranche van Aanwijzingsbesluiten in heel Nederland. De zorgvuldige besluitvorming over die gehele eerste tranche, waarin ook overleg met uw Kamer is voorzien, vergt een langer tijdpad dan voor de voortgang van PMR wenselijk is. Derhalve is afgesproken met het ministerie van LNV dat alles in het werk wordt gesteld om voor de voor PMR essentiële besluiten over Natura 2000 een zodanig zelfstandig besluitvormingtraject te hanteren dat de gevolgen voor PMR tot een minimum worden beperkt.

De voorbeelden tonen aan dat uiterste grenzen zijn opgezocht bij het aanbrengen van versnelling. Verdere versnelling behoort niet tot de mogelijkheden, zonder een grote afbreuk aan de kwaliteit (rechtsbescherming en risico op schorsing en vernietiging).

Samenvattend leidt het evenwicht tussen zorgvuldigheid en snelheid tot de slotsom:

  • Meer tijd is nodig voor een nadere toelichting op MER Aanleg en MER Bestemming. Zodra deze toelichting gereed is kan de Commissie voor de milieueffectrapportage haar advisering afronden;
  • Daarmee schuiven alle procedures voor de landaanwinning en de natuurcompensatie in de tijd op. Het moment van de start aanleg Maasvlakte 2 valt echter nog steeds binnen de bandbreedte van de planning: ‘tweede helft 2008’;
  • Het bestemmingsplan voor Maasvlakte 2 blijft op het kritieke pad en de planning van de gemeente Rotterdam is nog steeds ambitieus.

Luchtkwaliteit

In het Algemeen Overleg van 4 juli 2007 heeft u gevraagd naar het tijdschema dat wordt gehanteerd bij het tot stand komen van de Overeenkomst Luchtkwaliteit. Zoals u weet dient de Overeenkomst Luchtkwaliteit er toe om zeker te stellen dat het bestemmingsplan Maasvlakte 2 voldoet aan de geldende regelgeving voor de luchtkwaliteit. Aangezien de parlementaire behandeling van de Wet luchtkwaliteit nog niet is afgerond wordt het bestemmingsplan Maasvlakte 2 getoetst aan het Besluit
Luchtkwaliteit 2005. Bij die toetsing wordt ingespeeld op de recente uitspraak van de Raad van State over het Tracébesluit A4 Burgerveen – Leiden door extra aandacht te besteden aan enkele aspecten van de onderbouwing van het bestemmingsplan Maasvlakte 2.

De totstandkoming van de Overeenkomst is direct gekoppeld aan de besluitvorming en aan het tijdschema van het bestemmingsplan Maasvlakte 2. Ik zal er op toezien dat deze koppeling op een zorgvuldige wijze tot stand komt. Voor het tijdschema betekent de koppeling dat de gemeente Rotterdam de tekst van de voorgenomen Overeenkomst Luchtkwaliteit in ieder geval publiceert bij het ontwerp bestemmingsplan Maasvlakte 2. Volgens de planning van de gemeente Rotterdam is dat begin januari 2008. Conform uw verzoek, gedaan bij het Algemeen Overleg, zal ik uw Kamer de Overeenkomst op dat moment toesturen.

Over het ontwerp bestemmingsplan kunnen zienswijzen worden ingebracht, waarbij de belanghebbenden de tekst van de voorgenomen Overeenkomst kunnen betrekken. Na verwerking van de zienswijzen gaat de Gemeenteraad van Rotterdam over tot vaststelling van het bestemmingsplan. Naar ik aanneem zal de Gemeenteraad deze stap pas zetten als de uitvoering van de compenserende maatregelen voor de luchtkwaliteit zeker is gesteld. Om die zekerheid te bieden dient ondertekening van de Overeenkomst plaats te vinden voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan Maasvlakte 2 in de Raad.

Short sea shipping

In het Algemeen Overleg van 4 juli 2007 heeft uw Kamer gevraagd om, naast de Voortgangsrapportage over PMR, ook informatie te verschaffen over de bevordering van short sea shipping. Uit de Nationale Mobiliteitsmonitor blijkt dat short sea shipping in omvang is toegenomen van 24,5 mln ton in 2000, naar 35,1 mln ton in 2005. Inmiddels is ook bekend dat de doelstelling om in 2010 40 miljoen ton te vervoeren via short sea al in 2007 is bereikt. De inspanningen van de overheid voor de bevordering van short sea shipping zijn gericht op het wegnemen van knelpunten en belemmeringen van organisatorische, wetgevende of administratieve aard. Conform de Beleidsbrief Logistiek en Supply Chains (juni 2006) richt de voorlichting zich met name op het intermodale vervoersaspect. Op EU-niveau is gewerkt aan vereenvoudigde douaneprocedures, de één-loketfunctie voor elektronische douane-aangifte en het stroomlijnen van inspecties. Samen met Vlaanderen heeft Nederland het afgelopen najaar het initiatief genomen tot instelling van de EU-Task Force ‘Motorways of the Sea’ waar alle Noordzeelanden aan deelnemen.

Ter stimulering van innovatie van de zeevaartsector is in 2006 een regeling voor de sector opgesteld conform Nota Mobiliteit. Deze regeling, met een omvang van

10 miljoen euro is op 24 januari 2007 door Brussel goedgekeurd. Voldoende havencapaciteit en het wegnemen van belemmeringen, zoals hiervoor genoemd, dragen bij tot het verder versterken van de concurrentiepositie van short sea shipping.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings