Nederlandse inzet in het Galileo dossier

Den Haag – Op 30 mei 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over de Nederlandse inzet in het Galileo dossier.

Hieronder leest u de volledig brief br.265 Nederlandse inzet in het Galileo dossier. Publicatiedatum: 30-05-2007 | stukdatum: 30-05-2007.

Geachte voorzitter,

In deze brief informeer ik u op hoofdlijnen over de Nederlandse inzet in het Galileo dossier voor de Raad in juni, op grond van informatie die thans beschikbaar is. Aanleiding hiervoor is de constatering dat de totstandkoming van een akkoord met de beoogde concessiehouder, op grond van de eerder overeengekomen voorwaarden, zeer onwaarschijnlijk is. Ter voorbereiding op de besluitvorming in de Raad in juni heeft de Europese Commissie op 16 mei 2007 een mededeling uitgebracht. Uit deze mededeling blijkt dat de Commissie verschillende opties onderzocht heeft, waarvan er in haar ogen slechts twee voor continuering van het project plausibel zijn.

In deze mededeling belicht de Commissie de volgende punten:

• de rapportage over de voortgang in de onderhandelingen over de concessie,

• mogelijke opties voor het continueren van het project,

• de financiële consequenties.

Contractonderhandelingen worden beëindigd

De Commissie trekt de conclusie dat sinds de Transportraad van 22 maart 2007 geen vorderingen zijn geboekt in de onderhandelingen met het consortium. Hiermee is niet voldaan aan de eisen van de Raad. De Commissie concludeert dat de onderhandelingen met dit consortium niet zullen leiden tot een tijdige contractsluiting tegen aanvaardbare voorwaarden en kosten voor de publieke sector. De risico’s blijken dusdanig groot en bovendien niet goed in te schatten dat private partijen alleen tegen zeer hoge vergoedingen uit publieke middelen een contract willen aangaan. Zowel het consortium als de Europese Commissie geven aan dat men eerder een inschattingsfout heeft gemaakt. Hiermee wordt uitvoering van het volledige project door middel van Publiek Private Samenwerking (PPS) te duur en zou het bovendien nog meer vertraging oplopen in vergelijking met het oorspronkelijke tijdpad. Nog daargelaten dat het huidige consortium niet in staat blijkt om zich adequaat te organiseren. De Commissie stelt de Raad voor om de contractonderhandelingen te beëindigen.

Het is jammer dat de onderhandelingen met het consortium zijn vastgelopen en er geen uitzicht is op een positief resultaat. Nederland is immers uit overwegingen van kostenefficiëntie en levensvatbaarheid van het systeem altijd voorstander geweest van een Publiek Private Samenwerking (PPS). Ik deel de mening van de Commissie dat voortzetting van de onderhandelingen met het consortium zinloos is. Hiermee is overigens geen antwoord gegeven op de vraag of een andere vorm van PPS mogelijk is, eventueel in een latere fase van het programma.

Continuering van het project

De conclusie dat een PPS op dit moment niet mogelijk is betekent dat niet voldaan is aan een eerder gestelde voorwaarde van de Raad. De Commissie pleit desondanks vurig voor het continueren van het project, en wordt hierin ondermeer gesteund door het Duitse EU-Voorzitterschap.

Aan Galileo-gerelateerde activiteiten is tot nu toe €2,5 mrd uitgegeven. Ophouden zou volgens de Commissie een substantieel verlies aan mogelijkheden voor de maak- en dienstenindustrie inhouden. De wereldwijde markt voor satellietnavigatiediensten bedraagt vanaf 2025 naar schatting €450 mrd. Hiervan zou Europa eenderde kunnen invullen met Galileo. Europa zou over enkele jaren het enige economisch/politieke blok zijn zonder eigen satellietsysteem met bijbehorende afhankelijkheid van de (militaire) systemen GPS (VS; bestaand, wordt gemoderniseerd), GLONASS (Russische Federatie; bestaand, wordt gemoderniseerd) en Compass (China; start bouw begonnen). Waarschijnlijk zal geen van de andere lidstaten pleiten voor stopzetting van het project.

Ik zie de economische voordelen van een Europees systeem, met name vanwege de markt voor diensten. Tevens levert Galileo een verbetering van plaatsbepaling voor brede toepassingen, in combinatie met GPS. Voor mogelijke instemming met voortzetting van het project is de overtuiging nodig dat de gekozen optie voldoende garanties biedt voor een efficiënte uitvoering en de totstandkoming van een hoogwaardig systeem. De private sector dient in een zo vroeg mogelijk stadium te worden betrokken. Naar mijn mening kan er geen sprake zijn van een definitieve keuze voor een optie voordat er ook duidelijkheid bestaat over de financiering.

Opties voor continuering

De twee door de Commissie uitgewerkte opties gaan uit van een groter publiek aandeel in de bouw van het systeem.

• Volledig publiek gebouwd vergt € 9-10 mrd voor de periode tot 2030. De Commissie denkt dat het grootste deel van de investering kan worden terugverdiend. Deze optie vergt wel de hoogste investering in de huidige Europese begrotingsperiode (€3,4 mrd). Het systeem kan eind 2012 klaar zijn. Deze optie gaat wel uit van private exploitatie.

• In de tweede optie wordt de mogelijkheid geschetst van gedeeltelijke private betrokkenheid in de bouwfase nadat 18 satellieten publiek zijn aanbesteed en een rompsysteem zich heeft bewezen. De kosten hiervan worden geschat op €10-11 mrd, waarvan in de huidige begrotingsperiode €3,0 mrd (vanwege de private investering in de bouw van de resterende satellieten). Ook in deze optie kan het grootste deel van de kosten worden terugverdiend. Het systeem kan eind 2013 klaar zijn. Ook in deze optie is de exploitatie in private handen.

De Commissie spreekt een nadrukkelijke voorkeur uit voor de eerste optie die wordt beoordeeld als de gunstigste, meest realistische en op lange termijn de goedkoopste optie. Voor de goede orde, volgens de Commissie leidt voortzetting van de onderhandelingen met het consortium tot hogere uitgaven voor de publieke sector dan in de beide hierboven geschetste opties. Naar mijn mening zijn de inschattingen van de Commissie over zowel de kosten als de verwachte inkomsten vooralsnog onvoldoende onderbouwd om een definitief, accuraat oordeel te kunnen geven over de meest gewenste optie van de twee, door de Commissie uitgewerkte alternatieven.

Ik ben van mening dat de voor- en nadelen van de verschillende opties grondige bestudering vergen alvorens de Raad een goed onderbouwd besluit kan nemen over de te volgen koers. Hierbij werkt mijn departement nauw samen met de experts van andere departementen. Hiervoor is voldoende tijd nodig, zodat het niet wenselijk zou zijn dat de Raad zich in juni reeds vastlegt op één bepaalde optie. Dit temeer, omdat de Commissie de nadere financiële onderbouwing pas in september zal presenteren.

Financiering

Uitgaande van de private investering van tweederde van de bouwkosten van het systeem is binnen de huidige Financiële Perspectieven 2007-2013 €1 mrd gereserveerd. Een groter publiek aandeel in de bouw zal hoe dan ook meer kosten, ook in de periode tot 2013. Afhankelijk van de gekozen optie kunnen deze additionele kosten volgens de Commissie variëren van €1,4 mrd tot €2,4 mrd boven op het nu reeds gereserveerde miljard. De opties waarin sprake is van een gedeeltelijke PPS in de bouw worden de kosten gedeeltelijk afgewenteld op de volgende begrotingsperiodes. De Commissie ziet weinig mogelijkheden in een reallocatie van middelen binnen de huidige Financiële Perspectieven. Wachten op de begrotingsherziening in 2008/2009 is volgens de Commissie onacceptabel, omdat dit te veel vertraging zou veroorzaken. De Commissie stelt voor om een bepaling binnen het Inter-Institutionele Akkoord (IIA) te gebruiken die het mogelijk maakt om onder voorwaarden de plafonds van de Financiële Perspectieven met 0,03% van het EU-Bruto Nationaal Inkomen op te hogen. De voorwaarden om van deze mogelijkheid gebruik te maken is dat het moet gaan om financiering van een onvoorziene omstandigheid en dat de Commissie voldoende heeft aangetoond dat er geen mogelijkheden zijn om de additionele middelen te vinden via herschikking. Daarvan ben ik nog niet overtuigd. Een andere optie van de Commissie is om via ‘versterkte samenwerking’ vrijwillige nationale bijdragen van lidstaten te mobiliseren. De Commissie zal in september komen met een uitgebreid voorstel over de benodigde additionele financiering, die uitvoerig en grondig zullen worden bestudeerd en beoordeeld.

Nederland zet in op dekking van de additionele kosten via herschikking binnen de Financiële Perspectieven. Ophoging van de plafonds van de huidige Financiële Perspectieven voor Galileo schept een ongewenst precedent en ondermijnt het karakter van de Financiële Perspectieven als disciplinerend budgettair kader. Deze plafonds zijn immers vorig jaar pas in werking getreden. Het alternatief van ‘versterkte samenwerking’ draagt echter het risico met zich mee dat verschillende vrijwillige bijdragen van lidstaten afbreuk dreigen te doen aan het principe van gelijkwaardigheid van alle lidstaten bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van het Galileo-project.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings