Infrabel: stiptheid in 2007 verbeteren

Brussel – Infrabel, de Belgische spoorinfrastructuurbeheerder, noteerde in 2006 een daling van de stiptheid van de treinen op haar netwerk. Enkele grote incidenten op de belangrijke spoorassen van en naar Brussel hadden vooral tijdens de ochtend- en avondpieken een serieuze impact op de regelmaat van het treinverkeer. Infrabel is niet tevreden met dit resultaat en verontschuldigt zich bij de reizigers voor de opgelopen vertragingen. Onze grootste bezorgdheid gaat uit naar de klanten die dagelijks de trein nemen. Infrabel verhoogt haar inspanningen om de regelmaat van het treinverkeer in 2007 te verbeteren. Alle Infrabel-medewerkers zullen meer dan ooit alles in het werk stellen om de reizigers elke dag opnieuw zo optimaal mogelijk te laten reizen. Stiptheid blijft samen met veiligheid onze grootste prioriteit.

90,6 % van de treinen op tijd
In 2006 reden 90,6 % van de treinen op tijd of met een vertraging van 5 minuten of minder. Dit is een daling van 1,3 % in vergelijking met 2005. In dit cijfer zitten ook de vertragingen die werden veroorzaakt door externe omstandigheden waar we zelf niets aan kunnen doen zoals persoonsongevallen, vandalisme, koperdiefstallen, gekantelde vrachtwagens op sporen, vertragingen aan treinen vanuit naburige spoornetten… Ook de vertragingen die het gevolg zijn van grote investeringswerken zijn hierin verrekend. Die investeringen zullen op termijn het netwerk en de reizigers ten goede komen én zorgen voor een verhoogde capaciteit en stipter treinverkeer.

Het beheerscontract met de overheid voorziet een mogelijke neutralisatie voor vertragingen door externe factoren. Volgens die normen noteerde Infrabel in 2006 een stiptheid van 94,0 % wat een daling is van 0,8 % in vergelijking met vorig jaar. 23,7 % van de vertragingen (in minuten) zijn een gevolg van externe factoren en werken (t.o.v. 25,7 % in 2005); 31,7 % van de vertragingen is toe te schrijven aan de spoorinfrastructuurbeheerder tegenover 30,0 % in 2005 én 44,6 % van de vertragingen (t.o.v. 42,0 % in 2005) is te wijten aan de spoorwegondernemingen.

Daarenboven steeg het aantal afgeschafte treinen van 8.426 in 2005 naar 8.801 in 2006. Dit is iets minder dan 0,7 % van het totaal aantal treinen dat jaarlijks op ons netwerk rijdt. Hiervan is 20,4 % te wijten aan Infrabel, 53,2 % aan de belangrijkste spoorwegonderneming en 26,3 % aan externe factoren.

Verscheidenheid aan factoren
De resultaten in 2006 werden sterk beïnvloed door een aantal grote incidenten op de belangrijkste spoorassen van en naar Brussel met heel wat vertragingen voor de reizigers tijdens de ochtend- en avondspits. Zo hebben drie uitzonderlijke incidenten in 2006 zeer belangrijke vertragingen veroorzaakt: het spontaan in beweging gekomen leeg treinstel in Brussel-Schuman in januari, de schade aan de bovenleidingen van de lijn 50A Brussel-Denderleeuw in juni of vrij recent nog in december de brand in het tractie-onderstation van Brussel-Zuid. Deze drie voorvallen maken met andere voorvallen 0,6% van alle incidenten uit die 28% van alle vertragingen in 2006 vertegenwoordigen.

De vertragingen in 2006 worden onder andere veroorzaakt door de vele onderhoudswerken en investeringen die het comfort en de veiligheid van de reizigers en het personeel moeten vergroten. Jammer genoeg zijn vertragingen vaak de prijs die men moet betalen voor een moderner netwerk en een betere stiptheid in de toekomst.

Tussen 2000 en 2005, is het aantal reizigers met ongeveer 24 % toegenomen, en in 2006 nog eens met 6,2 % tegenover 2005. Deze spectaculaire toename van het aantal treinreizigers heeft vooral in de spits gevolgen voor de stiptheid, zeker ook als er belangrijke vernieuwingswerken aan de perrons en in de stations worden uitgevoerd. Meer reizigers betekent ook dat men meer tijd nodig heeft om in of uit de trein te stappen.

De uitzonderlijke grote hitte en de hevige onweders en blikseminslagen die er vaak mee gepaard gingen, lagen vooral in de maanden juni en juli aan de basis van heel wat vertragingen.

Stiptheid op de belangrijke assen naar Brussel
De stiptheid op vier belangrijke assen naar Brussel gaat achteruit. Het niveau blijft behouden of er is een lichte verbetering op de overige zes spoorassen.

De stiptheid is vooral afgenomen op de volgende lijnen:

  • De stiptheid op de lijn Brussel-Antwerpen is gedaald van 88,3 % tot 86,1 %. Een daling die het gevolg is van de uitgebreide moderniseringswerken op deze verbinding en van de beperkte mogelijkheden door de grootschalige werken in Antwerpen-Centraal (die trouwens klaar zullen zijn in 2007). De stiptheid op de lijn is ook benadeeld door de vertragingen op het Nederlandse spoornet en door enkele belangrijke incidenten, zoals een bommelding in Antwerpen-Centraal in september;
  • De stiptheid op de lijn Brussel-Denderleeuw is gedaald van 94 % tot 92,7 %. Deze resultaten zijn bijna volledig te wijten aan de slechte resultaten van de maand juni, toen de bovenleiding op de lijn 50A zwaar werd beschadigd ter hoogte van de vertakking Sint‑Katharina-Lombeek waardoor er geen treinen meer konden rijden en het treinverkeer gedurende verscheidene dagen moest worden omgeleid;
  • De stiptheid op de lijn Brussel-Namen heeft vooral geleden onder enkele incidenten met zware impact zoals het leeg treinstel in Brussel-Schuman dat in januari spontaan in beweging kwam en heel wat schade heeft veroorzaakt; het stijgende aantal zones met snelheidsbeperkingen (24,2 % meer dan in 2005) én de klassieke oorzaken zoals takken in de bovenleiding, afgevallen bladeren op de sporen én de onderhouds- en moderniseringswerken.

Lijn / 2005 / 2006
25-27 Brussel-Antwerpen / 88,3% / 86,1 %
36-36C Brussel-Luik / 95,1% / 95,5 %
50A Brussel-Oostende / 91,7% / 91,7 %
50 Brussel-Denderleeuw / 94,0% / 92,7 %
60 Brussel-Dendermonde / 96,6% / 95,8 %
89 Brussel-Kortrijk / 92,0% / 92,2 %
94 Brussel-Doornik / 92,6% / 92,8 %
96 Brussel-Bergen / 93,5% / 93,8 %
124 Brussel-Charleroi / 90,1% / 90,7 %
161 Brussel-Namen / 93,0% / 91,1 %
TOTAAL / 92,4% / 92,0%

Meerjarenplan voor een verbeterde stiptheid
In februari 2006 lanceerde het directiecomité van Infrabel de eerste acties van een meerjarenplan om de stiptheid te verbeteren. Deze acties beogen drie doelstellingen:

  • In de eerste plaats het voorkomen van storingen en incidenten op het netwerk door de vernieuwing van de seininrichting en de bovenleiding om deze installaties beter te beschermen tegen de extreme weersomstandigheden zoals blikseminslag, enz.;
  • Ten tweede, bvb. het inzetten van 22 snelle interventieteams, die gespecialiseerd zijn op vlak van elektriciteit om zo de impact van storingen te beperken;
  • Ten derde is het ook de bedoeling om de info aan de reizigers over incidenten op het spoor te verbeteren door bvb. optimaal gebruik te maken van geluidsinstallaties in de stations en stopplaatsen én betere informatieverspreiding in de treinen.

Om de stiptheid te verbeteren, zijn het merendeel van deze geplande acties al van toepassing of gepland voor een langere termijn. Sommige maatregelen zijn al uitgevoerd zoals het samenbrengen van alle verkeersleidingen in één Traffic Control (verkeerscoördinatiecentrum); het opstellen van een noodplan om de regelmaat van het treinverkeer te garanderen op bepaalde spoorlijnen; maar ook het plaatsen van omroepinstallaties in alle stopplaatsen van het hele net (eerste fase van het programma PIDAAS).

Specifieke maatregelen in 2007
We zijn ons bewust van de ongunstige resultaten in 2006 en hebben beslist om dit jaar specifieke middelen in te zetten om de vertragingen aan te pakken. De stiptheid is samen met de veiligheid dé prioriteit voor Infrabel. Bovenop de vroeger getroffen maatregelen worden er dit jaar verschillende nieuwe acties gepland op het vlak van beheer van het treinverkeer, de veiligheid, de infrastructuur, de opleiding van het personeel, de verspreiding van informatie enz. Het gaat in totaal om niet minder dan 52 maatregelen (voor 2006 en 2007) waarvan we hier de voornaamste vermelden:

  • Verhoogde, blijvende inzet en waakzaamheid van al het Infrabel-personeel op het terrein;
  • Specifieke investeringen op vlak van opleiding en sensibilisatie voor het personeel;
  • Herbekijken van de investeringen en prioriteit geven aan infrastructuurvernieuwingen die op korte termijn de stiptheid ten goede komen;
  • Optimalisatie van de dagelijkse organisatie door o.a. de inzet van 22 interventieploegen die onmiddellijk kunnen ingrijpen als er op het terrein iets fout loopt;
  • Verdere optimalisatie van de samenwerking met de NMBS en de NMBS-Holding om respectievelijk de dienstverlening aan de reizigers én de veiligheid in en rond de stations te verbeteren;
  • Verfijning van de diverse middelen met het oog op een snelle en correcte informatiedoorstroming naar de reizigers.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: NMBS / SNCB