Oplossing voor detectie ontsporingsrisico te zien in spoorwegmuseum

Bezoekers van het spoorwegmuseum kunnen vanaf vandaag van dichtbij zien hoe het risico op een mogelijke ontsporing van een trein kan worden teruggebracht. In het museum staat het Gotcha systeem. In het project Quo Vadis II heeft ProRail de oudere generatie systemen laten vervangen door de laatste versie van Gotcha. De systemen signaleren gebreken bij treinen tijdens de treinrit: zij meten de wielcondities en het gewicht van de trein. De bezoekers van het spoorwegmuseum krijgen een beeld van drie generaties Gotcha sensoren. De werking hiervan wordt op interactieve wijze uitgelegd in een proefveld wat te vinden is op het onlangs vernieuwde buitenterrein.

Waarom in het spoorwegmuseum?

Aanleiding voor dit nieuwe museumstuk, is de oplevering van het Quo Vadis project waarbinnen Lloyd’s Register in opdracht van ProRail op 45 strategisch gekozen locaties in het Nederlandse spoorwegnet Gotcha systemen heeft geïnstalleerd.

Het spoorwegmuseum heeft een belangrijk deel van het buitenterrein volledig vernieuwd. Nu is er ruimte voor het tentoonstellen van een aantal meer infrastructuurgerelateerde objecten, in aanvulling op de uitgebreide materieelcollectie. Ter gelegenheid van de oplevering van het project heeft ProRail een Gotcha systeem aangeboden aan het spoorwegmuseum.

Hoe werkt het?

De werking van Gotcha is gebaseerd op sensoren in de treinbaan. Daarmee wordt gemeten hoe groot de krachten zijn tussen wiel en rail. Daaruit kan men onder meer afleiden of het gewicht van een trein gelijkmatig verdeeld is over de verschillende assen. Een abnormale verdeling kan duiden op defecten aan het wielstel, het wiel of de lagers of op een verkeerde wijze van belading. Ook signaleert het systeem eventuele wieldefecten. De vervoerders kunnen de gegevens uit Gotcha gebruiken voor de onderhoudsplanning van treinen. Dat betekent dat zij in een vroegtijdig stadium worden geïnformeerd over kwaliteitsproblemen en automatisch geconstateerde gebreken. Het Quo Vadis project is een invulling van de ambitie van de spoorsector om onder meer het risico op ontsporingen zoveel als mogelijk te verkleinen. In dat kader heeft ProRail bij de Gotcha meetposten ook systemen laten installeren voor de detectie van warmgelopen wiellagers.

Eind 2011 zet ProRail een volgende belangrijke stap in het voorkomen van ontsporingen. Dan is de zogenaamde “directe signalering” op basis van Quo Vadis informatie bij de ProRail verkeersleiding een feit. Verkeersleiders van ProRail kunnen dan bij mogelijke defecten aan goederentreinen direct opdracht geven aan de machinisten om langzaam te rijden of om de trein stil te zetten. Zo kan ProRail eventuele ontsporingen als gevolg van ‘onronde’ wielen en/of warmgelopen lagers vroegtijdig detecteren en mogelijke ontsporingen helpen voorkomen.

De veiligheidsagenda goederenvervoer

In combinatie met intensievere controles op materieel draagt de ingebruikname van de nieuwe generatie Quo Vadis bij aan het verkleinen van de kans op ongevallen op het spoor. Deze maatregelen zijn onderdeel van de veiligheidsagenda goederenvervoer die ProRail en Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) hebben ontwikkeld om het vervoer van goederen per spoor nog veiliger te maken. De KNV leden/spoorgoederenvervoerders en ProRail zijn naar aanleiding van een aantal incidenten op het spoor met elkaar aan de slag gegaan om het Nederlandse spoorgoederenvervoer nog veiliger te maken. Naast extra controles en ontsporingdetectie wordt er ook meer aandacht besteed aan wegbekendheid voor zowel Nederlandse als buitenlandse machinisten.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ricardo Rail