NMa: Stel specifieke eisen aan concessieverlening hoofdrailnet

PersonenvervoerDe Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) roept de minister van Infrastructuur en Milieu op om scherp te onderhandelen met partijen over de komende concessieverlening van het hoofdrailnet. “Het moment daarvoor is nu aangebroken. Met de aanbesteding verbindt de overheid zich voor minimaal tien jaar aan een vervoerder. De NS bezit de huidige concessie van het hoofdrailnet en moet meer druk voelen een optimaal aanbod te doen”, aldus Chris Fonteijn, voorzitter van de Raad van Bestuur van de NMa.

Fonteijn doet deze oproep naar aanleiding van de publicatie van de Marktscan Personenvervoer, waarin de NMa vanuit een economisch perspectief naar de spoormarkt voor personenvervoer kijkt.

De huidige concessie voor het hoofdrailnet is in handen van NS en loopt tot 1 januari 2015. Momenteel bereidt het ministerie van Infrastructuur en Milieu de nieuwe concessieverlening voor. De NMa heeft geen voorkeur voor onderhands gunnen of openbaar aanbesteden, als de gekozen optie maar zorgvuldig wordt uitgewerkt, aldus Fonteijn. Dat betekent dat de prestaties van de spoorvervoerders specifieker en concreter omschreven moeten worden in de nieuwe concessie. Ook zou een onafhankelijke instantie de vervoersprestatie voortaan moeten meten. Hoe vervoerders presteren kan transparanter door vaker en op meer detailniveau te publiceren over hoe ze het doen. Verder vindt de NMa het belangrijk dat de positie van de regionale vervoerders ten opzichte van de NS wordt verbeterd.

Afhankelijke relatie tussen vervoerders

De NS en de overige vervoerders op het spoor hebben een afhankelijke relatie. De regionale vervoerders zijn op diverse punten afhankelijk van NS als enige leverancier. Daarom wil de NMa onderzoeken of bepaalde producten en diensten gereguleerd moeten worden die regionale vervoerders nu min of meer gedwongen bij NS moeten af te nemen. Te denken valt aan reisinformatie, vervoerbewijzen en kaartautomaten. Fonteijn: “De regionale vervoerders hebben door deze afhankelijkheid onvoldoende onderhandelingspositie ten opzichte van NS wanneer de prijzen en voorwaarden van deze producten en diensten worden vastgesteld. Daardoor kunnen ze ook minder efficiënt werken. De NMa adviseert regulering op deze punten in te voeren om de positie van de regionale vervoerders te versterken.”

Geen synergie op regionale lijnen

Decentrale overheden moeten meer mogelijkheden gebruiken om synergievoordelen te behalen. Ze kunnen bijvoorbeeld concessies koppelen aan rechten om de infrastructuur commercieel te exploiteren, zoals nu ook gebeurt bij de concessie voor het hoofdrailnet. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verhuren van vierkante meters voor winkels, wachtruimtes en toiletten. De aanbestedende regio kan zelf bepalen hoe een station er uit komt te zien en wat het serviceniveau daar is. Daar maken de decentrale overheden nog weinig gebruik van.

Investeren in innovaties loont

Consumenten zijn bereid zijn meer te betalen omdat ze baat hebben bij recente innovaties in het personenvervoer. Stille treinen, WiFi, Infoplus en het E-ticket zijn voorbeelden van efficiënte innovaties: in relatief korte tijd zijn de investeringen hier terug verdiend. Hoewel de ov-chipkaart veelal negatief in de publiciteit komt, lijkt het alsof er voldoende marge is om de innovatie toch efficiënt uit te laten pakken. Voor hogesnelheidstreinen geldt dit wanneer het puur economisch wordt bekeken minder: de vraag lijkt te gering en de afstanden zijn in Nederland te kort om deze investering maatschappelijk efficiënt te maken.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: NMA (Nederlandse Mededingingsautoriteit)