Kamervragen veiligheid op NS-treinen en stations

Den Haag – Op 5 september 2007 hebben Minister Eurlings en Staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op de door het lid Mastwijk gestelde vragen over de (sociale) veiligheid op NS-treinen en stations.

Hieronder leest u de volledig brief br.6549 Beantwoording kamervragen lid Mastwijk over de (sociale) veiligheid op NS-treinen en stations. Kamerstuk | 2007-09-05.

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de door het lid Mastwijk gestelde vragen over de (sociale) veiligheid op NS-treinen en stations.

  • 1. Heeft u kennis genomen van het tv-programma van Eén Vandaag van 17 juli 2007 waarin de resultaten werden gepresenteerd van een enquête onder ruim 850 NS-medewerkers? Welke maatregelen wilt u, in overleg met de NS-directie, op zeer korte termijn nemen om verbetering te brengen in de in het Tv-programma geschetste situatie?

    1. Ja, ik heb kennis genomen van het tv-programma van Eén Vandaag van 17 juli 2007. De resultaten van de enquête leiden tot bezorgdheid. Het is echter in de eerste plaats aan de NS-directie om, als ze dit nodig acht, maatregelen te nemen. Overvolle treinen en agressie tegen NS-medewerkers zijn overigens onderwerpen die beide terugkomen in het jaarlijkse Vervoerplan. Ik verwacht eind augustus de halfjaarrapportage over het Vervoerplan 2007, zodat ik kan beoordelen hoe de prestaties van het afgelopen halfjaar zijn geweest.

  • 2. Hoe beoordeelt u de resultaten van deze enquête en welke maatregelen gaat u nemen om de gesignaleerde misstanden weg te werken?

    2. De zorg voor (de veiligheid van) het personeel en de klanten van een zelfstandig bedrijf ligt primair bij de leiding van dat bedrijf en niet bij de overheid. Dat wil overigens niet zeggen dat ik mij niets gelegen laat liggen aan de veiligheid bij NS. Overigens is mij gebleken dat de enquête een respons van 10% had. Dit betekent dat 90% van de benaderde NS-medewerkers om uiteenlopende redenen niet gereageerd heeft.

  • 3. Hoe zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden geregeld in geval van vertrek of juist uitstel daarvan van volle respectievelijk te volle treinen? Welke voorschriften gelden om te voorkomen dat de veiligheid van de passagier in gevaar komt, zulks in relatie tot de ontsporing vorig jaar van een trein bij Muiderpoort? Zijn deze voorschriften voldoende duidelijk en bent u van mening dat deze voldoende worden nageleefd?

    3. De Spoorwegwet bepaalt dat NS ervoor verantwoordelijk is dat het treinvervoer veilig is. Dus ook in een volle trein. De wet geeft daarvoor geen nadere voorschriften of criteria zoals een maximum aantal staanplaatsen per wagon. Het is aan de deskundigheid van de vervoerder om te bepalen of een concrete situatie veilig is. NS moet dus bepalen of een trein zo vol is dat het niet meer veilig is om te rijden. NS bepaalt ook welke NS-functionaris in de trein verantwoordelijk is om te besluiten of het wel of niet veilig is om een volle trein te laten rijden. Volgens het onderzoek zou hierover onder het personeel van NS onduidelijkheid bestaan. NS heeft dit signaal opgepakt en de machinisten en conducteurs herbevestigd dat de hoofdconducteur bepaalt of het wel of niet veilig is om te vertrekken. Dit is nu voldoende duidelijk.

  • 4. Wilt u daarnaast ingaan op het in genoemde TV-programma behandelde aspect van agressie tegen rijdend personeel? Wilt u met name ingaan op de vraag hoe u aankijkt tegen uw rol in het kader van de veiligheid, met name waar het gaat om bedreiging van personeel met fysiek geweld en zelfs met wapens?

    4. Ik wil vooropstellen dat ik bedreiging van NS-personeel met fysiek geweld en zelfs met wapens onaanvaardbaar vind. Maar het is primair de plicht van NS om te zorgen voor de veiligheid van reizigers en personeel. Mijn rol ten aanzien van sociale veiligheid is om er in de concessierelatie met NS op toe te zien dat NS haar zorgplicht voor de veiligheid van reizigers en personeel goed invult. Eind augustus ontvang ik de halfjaarrapportage van NS over het vervoerplan 2007. Ik wil op dat moment beoordelen in hoeverre NS op koers ligt om de afgesproken prestaties voor 2007 te halen. Dit geldt ook voor de onderwerpen aangeboden vervoer en sociale veiligheid. Daarnaast vind ik het mijn taak om samen met mijn collega’s van onder andere Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Justitie te zorgen voor randvoorwaarden die de vervoerders bij de invulling van hun zorgplicht ondersteunen. Deze aanpak heeft doeltreffend gewerkt bij het Aanvalsplan SVOV. In dat kader zijn bijvoorbeeld ook afspraken gemaakt met de politie over bijstand in die gevallen waarin NS-personeel bedreigd wordt met fysiek geweld. De politie behandelt dergelijke meldingen met prioriteit 1. Ik zal het bestaande, succesvolle beleid op dit punt dan ook voortzetten (zie ook mijn antwoord op vraag 6).

  • 5. Is het waar dat conducteurs steeds vaker besluiten in (volle, respectievelijk overvolle) treinen passagiers niet naar het vervoersbewijs te vragen uit angst voor agressie? Welke maatregelen gaat u nemen om deze situatie te verbeteren? Gaat u deze kwestie met uw ambtsgenoten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie bespreken?

    5. Ik heb uit andere bronnen dan het Eén Vandaag onderzoek geen informatie dat conducteurs vaker zouden besluiten om uit angst voor agressie geen vervoerbewijzen te controleren. Wel heb ik uit de jaarrapportage van NS in het kader van Vervoerplan 2006 geconstateerd dat de indicator trefkans conducteur (nog) niet op het afgesproken niveau ligt.

    Door mijn ambtgenoten van BZK en Justitie is eind vorig jaar het actieprogramma “Aanpak agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak” gestart. Dit actieprogramma is gebaseerd op twee strategieën, namelijk het verkleinen van de groep die agressief en gewelddadig gedrag vertoont en het realiseren van een effectief (overheids)optreden tegen de dader(s) van agressie en geweld. In het kader van het actieprogramma wordt er onder andere gewerkt aan één landelijke procedure voor de politie en het OM bij de strafrechtelijke aanpak van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Om te komen tot deze procedure en gelijktijdig recht te doen aan de wens van de Tweede Kamer om zo snel mogelijk tot vervolging van de dader(s) over te gaan, is begonnen met een onderzoek naar opsporings- en vervolgingstraject.

    Daarnaast houden werkgevers uiteraard hun eigen verantwoordelijkheid om te zorgen voor een goede opvang van werknemers tegen wie de agressie en het geweld zich richt.

  • 6. Deelt u de mening dat de noodzaak van het door ons gewenste vervolg-aanvalsplan sociale veiligheid eens te meer is aangetoond? Wanneer kunnen wij dit plan tegemoet zien?

    6. De evaluatie van het Aanvalsplan Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer heeft uitgewezen dat er in de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling is geweest van de sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Uit de gesprekken met vervoerders en concessieverlenende overheden is gebleken dat de veiligheidssituatie met het Aanvalsplan weer onder controle is. Voortzetting van de maatregelen en het alsnog voltooien van enkele nog niet afgeronde maatregelen zullen de kern zijn van dit vervolg-aanvalsplan, dat kort na het zomerreces naar de Kamer zal worden gestuurd.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Mw. J.C. Huizinga – Heringa

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Kamerbrief over overvolle treinen en agressie (29-08-2007)