Kamerbrief over vervoer gevaarlijke stoffen per spoor

Den Haag – Op 3 september 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin over de antwoorden op de vragen van het lid Van Heugten over het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor over de Brabantroute.

Hieronder leest u de volledig brief br.9214 Kamervragen Van Heugten over het vervoer gevaarlijke stoffen. Kamerstuk |2007-09-03.

Geachte voorzitter,

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen van het lid Van Heugten over het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor over de Brabantroute.

  • 1. Hebt u kennisgenomen van het feit dat op 26 juli bij Tilburg-West een goederentrein geladen met o.a. het vluchtige en brandbare gas propyleenoxyde bijna op een passagierstrein is gebotst?(1)

    1. Ik heb kennisgenomen van het feit dat op 26 juli 2007 bij Tilburg-West een passagierstrein bijna op een goederentrein is gebotst.

    (1) Brabants Dagblad, 27 juli 2007, “Tilburg is ontsnapt aan een ramp”

  • 2. Deelt u de mening dat het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor op een gemengd spoorwegnet door stedelijke gebieden, zoals bij de Brabantroute het geval is, risico’s met zich meebrengt, en dat het daarom veel veiliger is om het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor zoveel mogelijk via de speciale goederenspoorlijn de Betuweroute te laten plaatsvinden? Zo ja, gaat u hier iets aan doen? Zo neen, waarom niet?

    2. Vervoer van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee, ook voor de bebouwde omgeving. Ik ben het dan ook met u eens om dit vervoer zo veel mogelijk via de Betuweroute af te wikkelen. Ondanks de ingebruikneming van de Betuweroute zal er echter ook vervoer van gevaarlijke stoffen over de Brabantroute blijven plaatsvinden, bijvoorbeeld van en naar de chemische complexen in Moerdijk (Shell) en Limburg (DSM, Sabic).

    In het kader van de ontwikkeling van het Basisnet Spoor wordt op basis van de geactualiseerde beleidsvrije marktverwachtingen van ProRail en de ruimtelijke plannen en ambities van gemeenten onderzocht of er sprake is van knelpunten en/of aandachtspunten op het gebied van externe veiligheid. Voor eventuele knelpunten en/of aandachtspunten zal naar oplossingen worden gezocht. Mijn ambtsvoorganger heeft bij brief van 27 januari 2006 aan de Tweede Kamer aangegeven dat daarbij bestaande bestuurlijke afspraken, zoals die ten aanzien van bepaalde nationale sleutelprojecten, zullen worden gerespecteerd. Voor oplossingen voor eventuele knelpunten en/of aandachtspunten zal onder andere worden gekeken naar mogelijkheden om vervoerstromen te verleggen, bijvoorbeeld van de Brabantroute naar de Betuweroute. Als er dan nog knelpunten overblijven, zal in overleg met de betreffende gemeenten naar lokale oplossingen worden gezocht.

  • 3. Welke maatregelen gaat u treffen om het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor over de Brabantroute te verminderen of veiliger te maken?

    3. Zoals bekend is de belangrijkste maatregel de ingebruikneming van de Betuweroute, en ervoor zorgen dat die maximaal gebruikt kan worden voor (onder andere) vervoer van gevaarlijke stoffen. Daar wordt hard aan gewerkt. Daarnaast wordt in samenwerking met provincies, gemeenten en bedrijfsleven het Basisnet Spoor ontwikkeld waarin een grens zal worden gesteld aan de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over (onder andere) de Brabantroute. Zie ook mijn antwoord op vraag 2.

    Voorts werkt mijn ministerie in internationaal verband aan regelgeving om de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen, waarvoor overigens al strenge eisen gelden, verder te verbeteren. Zo worden er bijvoorbeeld inspanningen verricht om maatregelen in te voeren die de kans op het optreden van een BLEVE(2) verder verminderen.

    Tenslotte wordt er op nationaal niveau gewerkt aan een Gezamenlijke Uitvoeringsagenda (in het kader van spoor 2 van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen) waarin overheden, bedrijven en hulpverleners aangeven wat zij gaan doen om de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen verder te verbeteren.

    (2) BLEVE = Boiling Liquid Evaporation Explosion; een gas-explosie als gevolg van een vloeistofbrand onder een ketelwagon met gas.

  • 4. Waarom vindt er op dit moment nog steeds vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor over de Brabantroute plaats?

    4. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt – geheel conform de regels – plaats over bijna alle spoorlijnen van het Nederlandse spoorwegnet, waaronder ook de Brabantroute. Zoals bekend is de Betuweroute in het ‘ingroei-jaar’ nog niet onbeperkt beschikbaar voor vervoer, maar wanneer de Betuweroute volop in gebruik is (naar verwachting in de loop van 2008) zal het vervoer van gevaarlijke stoffen via de Brabantroute en via de Utrechtroute afnemen, omdat verwacht wordt dat het doorgaande internationale goederenvervoer dan steeds meer via de Betuweroute gaat. Ook dan zal er overigens, zoals ik in mijn antwoord op vraag 2 heb aangegeven, altijd vervoer van gevaarlijke stoffen over de Brabantroute moeten blijven plaatsvinden.

  • 5. Heeft u kennisgenomen van de brief die de burgemeesters van acht Midden-Brabantse gemeenten ca. 2 weken geleden hebben gestuurd over het goederenvervoer per spoor door Brabant? Zo ja, wat is uw reactie op deze brief?

    5. Ja, ik heb kennisgenomen van deze brief. Ik zal u een afschrift sturen van mijn antwoord op de brief.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings