Kamerbrief over kabinetsstandpunt Zuiderzeelijn


Den Haag – Op 25 april 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin een reactie op het verzoek van de vaste commissie voor V&W om zo spoedig mogelijk het standpunt van het kabinet over de Zuiderzeelijn te ontvangen.

Hieronder leest u de volledig brief br.83 verzoek kabinetsstandpunt aanvulling structuurvisie Zuiderzeelijn | Kamerstuk | 2007-04-25.

Geachte voorzitter,

Uw vaste commissie voor V&W heeft verzocht om zo spoedig mogelijk het standpunt van het kabinet over de Zuiderzeelijn te ontvangen. Aanleiding voor dit verzoek is de brief van mijn voorganger van 13 oktober 2006, waarbij de Aanvulling op de Structuurvisie aan uw Kamer is aangeboden.

Het kabinet heeft echter nog geen standpunt ingenomen over dit project. Ik kan daarom nog niet op het verzoek ingaan. Wel kan ik aangeven wat de eerste stap zal zijn om tot een kabinetsstandpunt te komen: gesprekken met de betrokken regio’s. Dit zijn Noord-Nederland en de Noordvleugel van de Randstad. Doel van deze gesprekken is om een beeld te krijgen van de positie van deze regio’s en het vervolgproces te bespreken.
De gesprekken zullen worden gevoerd als in alle betrokken provincies de nieuwe colleges van Gedeputeerde Staten zijn gevormd. Naar verwachting betekent dit dat de gesprekken in de maand mei 2007 zullen plaatsvinden. Na mijn gesprekken met de betrokken regio’s zal ik u informeren over het verdere proces om te komen tot een standpunt van het kabinet.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Camiel Eurlings

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Aanbieding Aanvulling op Structuurvisie Zuiderzeelijn (17-10-2006)