Kamervragen over veiligheid op de Maaslijn

Den Haag – Op 26 maart 2007 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op de vragen van het lid Van der Ham over de veiligheid op de Maaslijn.

Hieronder leest u de volledig brief br.11008001. Antwoorden op de kamervragen inzake de veiligheid op de Maaslijn | Kamerstuk | 2007-03-26.

Geachte voorzitter,

In antwoord op de vragen van het lid Van der Ham over de veiligheid op de Maaslijn bericht ik u als volgt.

  • 1. Bent u bekend met problemen op de zogenoemde Maaslijn, waar treinvervoer geëxploiteerd wordt door Veolia op de route Roermond-Venlo-Nijmegen?
    1. Veolia is in december 2006 gestart met de exploitatie van het reizigersvervoer op deze lijn. Gedurende de eerste twee weken na de start zijn er problemen geweest die werden veroorzaakt door tekort aan materieel. Dit leidde tot erg volle treinen. Ook heeft zich een aantal rood sein passages (STS) voorgedaan.
  • 2. Klopt het dat Veolia gebruik maakt van zeer verouderd treinmateriaal (zogenaamde Wadlopers), waarbij er geen conducteur op de trein aanwezig is en de machinist geen verbinding heeft met de achtergelegen rijtuigen? Klopt het dat de treinen onvoldoende beveiligd zijn, waardoor de deur niet automatisch openspringt, zoals bij andere voertuigen gebruikelijk is wanneer een passagier klem zit? Klopt het dat door overvolle treinen, waar de machinist geen zicht op heeft, onverantwoorde situaties ontstaan? Hoe beoordeelt u dit?
    2. Voor het vervoer maakt Veolia gebruik van zogeheten DH materieel, ook wel Wadlopers genoemd. Dit materiaal dateert uit de jaren ‘80 en is toegelaten op de Maaslijn. Veolia kon niet tijdig over moderner materieel beschikken. Het huidige materieel wordt naar verwachting in oktober/november van dit jaar vervangen.
    Deze treinen zijn ontworpen voor eenmansbediening; er is geen conducteur aanwezig. De deuren hebben geen inklembeveiliging. Daarom zijn specifieke eisen gesteld aan de vertrekprocedure. Die bestaan onder meer uit voorschriften voor de machinist om zich ervan te verzekeren dat geen reizigers tussen de deuren bekneld zitten. Daarnaast geeft een lichtsignaal in de cabine aan of de deuren goed gesloten zijn. De procedure is bekend en beproefd en levert geen extra veiligheidsrisico op.
  • 3. Zijn er meerdere problemen inzake de veiligheid van het treinverkeer op deze lijn waar u van op de hoogte bent? Zo ja, welke?
    3. Bij de start van de exploitatie heeft zich een aantal STS’en voorgedaan. STS’en vormen een belangrijk veiligheidsprobleem. De Inspectie Verkeer en Waterstaat heeft daarover direct Veolia aangesproken. De Inspectie en Veolia zijn beiden onderzoeken gestart naar de oorzaken, gericht op het voorkomen van STS’en.
  • 4. Zijn er andere trajecten in Nederland waar met hetzelfde materieel (de zogenaamde Wadlopers) wordt gereden? Zo ja, waar? Zijn daar soortgelijke problemen? Hoe wordt daar mee omgegaan?
    4. In Groningen en Friesland wordt met hetzelfde materieel gereden. Er zijn mij daar geen problemen bekend met de eenmansbediening.
  • 5. Kent de Inspectie voor Verkeer en Waterstaat (IVW) de situatie? Heeft de IVW ingegrepen? Ziet u aanleiding om in te grijpen in deze situatie?
    5. Het gebruik van de eenmansbediening met bijbehorende procedures is bekend en beproefd. De uitvoering van de exploitatie door Veolia is door de Inspectie geïnspecteerd. Er zijn geen relevante afwijkingen geconstateerd van de regelgeving, noch is een verhoogd veiligheidsrisico gesignaleerd buiten de bij vraag 3 genoemde STS’en. De Inspectie ziet buiten de gesignaleerde STS’en geen redenen om in te grijpen.
  • 6. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor de eventueel onveilige situatie? Wie zou de verantwoordelijke partij moeten aanspreken wanneer de onveilige situatie niet aanvaardbaar blijkt? Bent u bereid naar de fysieke en sociale veiligheid op de Maaslijn een onderzoek in te stellen? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet, welke actie zult u dan ondernemen?
    6. De vervoerder is verantwoordelijk voor een veilig vervoer. De Inspectie ziet toe of dit inderdaad het geval is en spreekt de vervoerder hier zonodig op aan. Uit de inspectie van de IVW naar de wijze van exploitatie van de Maaslijn blijkt geen sprake van een onveilige situatie. Ik zie dan ook geen noodzaak actie te ondernemen.

Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
mw. J.C. Huizinga-Heringa

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Stadsregio bezorgd over dienstverlening op Maaslijn (14-12-2006)
Dienstverlening Veolia op Maaslijn snel beter (18-12-2006)

Meer informatie over het MIT-project Vermindering passages stoptonend sein vindt u op de projectpagina op Infrasite