Kamervragen over treinreizigers die uren vastzitten

Den Haag – Op 27 februari 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met de antwoorden op de vragen van het lid Roemer over reizigers die urenlang in een trein vast hebben gezeten.

Hieronder leest u de volledig brief br.508. Kamervragen van Roemer over reizigers die urenlang in een trein vast hebben gezeten | Kamerstuk | 2007-02-27.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Roemer over reizigers die urenlang in een trein vast hebben gezeten.

  • 1. Wat is uw mening over het incident waarbij treinreizigers noodgedwongen vier uur in een trein vast hebben gezeten tussen Bodegraven en Woerden als gevolg van stroomuitval?(1)
    1. Het is vervelend voor de reizigers om zolang in de trein vast te zitten. Er was echter sprake van een uitzonderlijke situatie. De bovenleiding was kapot en naast het betreffende spoor loopt geen weg. Tevens vond het incident ’s avonds plaats en was er daardoor minimale verlichting. In verband met de veiligheid van de reizigers en het personeel is er voor gekozen om de passagiers in de trein te laten zitten.
    (1) http://binnenland.nieuws.nl/447763/Treinreizigers_urenlang_vast_bij_Woerden
  • 2. Kunt u aangeven wat het beleid is in situaties zoals een defecte bovenleiding, een stroomstoring of een incident met zelfdoding ten aanzien van het wegslepen van treinen of het bevrijden van reizigers uit gestrande treinen.
    2. Deze situaties worden telkens apart beoordeeld waarbij de veiligheid van de reizigers en het personeel het zwaarst wegen. Tevens zal beoordeeld moeten worden wanneer er weer met treinen gereden kan worden. Na een aanrijding bijvoorbeeld moet eerst de spoorbaan vrijgegeven worden voordat er verder gereden kan worden. Als blijkt dat de veiligheid van de passagiers gegarandeerd kan worden en dat de spoorbaan weer gebruikt kan worden, kunnen treinen worden weggesleept of kan reizigers vervangend materieel worden aangeboden. Bij zelfdodingen en aanrijdingen helpt een diesellocomotief echter niet omdat de trein wel kan rijden, maar de spoorbaan kan niet vrijgegeven worden. Als de bovenleiding vernield is, ligt er ook vaak een stuk bovenleiding op de rails. Dit zal eerst verwijderd moeten worden voordat de diesellocomotief kan rijden. Of als een trein verstrikt is geraakt in de bovenleiding, kan de trein niet weggesleept worden omdat dat de bovenleiding dan verder vernield wordt. Het inzetten van een diesellocomotief biedt derhalve slechts in enkele gevallen uitkomst.
  • 3. Wat is uw mening over de suggestie van OV-Vereniging Reizigers om de spoorvervoerders dieseltreinen in de laten zetten om een gestrande trein te verplaatsen?(2)
    3. Het vorderen van diesellocomotieven behoort reeds tot de afspraken, dit kan in opdracht van ProRail. Vervoerders zijn verplicht om daar zo snel mogelijk invulling aan te geven. Zoals uit het antwoord bij vraag 2 blijkt kan het wegslepen van een trein met een diesellocomotief slechts in een enkel geval uitkomst bieden.
    (2) http://www,nreizigers.nl/2007/01/30/dieseltreinen-achter-de-hand-voor-defecte-bovenleiding
  • 4. Klopt het dat in het geval van een calamiteit het al mogelijk is om een dieselloc van een goederentrein te vorderen? Zo ja, waarom is hier bij het incident op 29 januari 2007 geen gebruik van gemaakt? Zo neen, bent u bereid dit alsnog mogelijk te maken?
    4. Ja dat klopt. ProRail kan aanwijzingen geven aan spoorwegondernemingen ten behoeve van een vlotte of veilige afwikkeling van het treinverkeer. Onder de omstandigheden (zie vraag 1) was het voor passagiers en personeel het veiligst dat de passagiers in de trein bleven zitten en daarom is er niet voor gekozen een dieselloc te vorderen.
  • 5. Welke maatregelen gaat u nemen om in voorkomende gevallen de reizigers sneller en toch veilig uit de trein te kunnen krijgen?
    5. De veiligheid van de reizigers staat altijd voorop. Waar het mogelijk is om reizigers veilig en sneller uit de trein te komen wordt dat uiteraard gedaan. Het voorval tussen Bodegraven en Woerden is zeer uitzonderlijk. Ik acht het bestaande beleid van ProRail en de NS-R toereikend om dergelijke unieke situaties het hoofd te bieden.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
Camiel Eurlings