Liberalisering passagiersvervoer per spoor van baan

Liberalisering nationale passagiersvervoer per spoor van de baan

Brussel, Belgie – De amendementen die beoogden het nationale passagiersvervoer per spoor uiterlijk per 2017 te liberaliseren, krijgen niet de vereiste absolute meerderheid van stemmen (393) achter zich. Daarmee is een belangrijk punt van conflict tussen het EP en de Raad van de baan.

Rapporteur Georg JARZEMBOWSKI (EVP-ED, DE) zegt na afloop van de stemming het volgende: "We hebben de benodigde 393 stemmen niet gekregen, zodat het openstellen van de markt geen issue meer is in de conciliatieprocedure. Zo’n 200 leden stemden niet mee met deze stemming op donderdag, waarschijnlijk omdat ze niet meer aanwezig waren. Op woensdag was het misschien wel gelukt. De regels van het EP moeten worden gerespecteerd, maar ik voorzie voor de toekomst veel problemen met onze wijze van besluitvorming."

Het Parlement geeft wel het groene licht voor meer concurrentie in het internationale passagiersvervoer. Het EP bepaalt dat de Europese spoorwegen per 1 januari 2010 worden opengesteld voor concurrentie op het gebied van het internationale vervoer van passagiers.

Compensatie voor passagiers bij vertragingen
Het Parlement stemt vóór uitbreiding naar het binnenlandse vervoer van de regels voor de compensatie van passagiers bij vertragingen. Het volgt daarmee zijn rapporteur Dirk STERCKX (ALDE/ADLE, BE) die stelde dat het niet zinvol is een verordening op te stellen die uitsluitend voor treinreizigers op grensoverschrijdende trajecten geldt, daar dezen slechts enkele procenten van het totale aantal reizigers per spoor uitmaken.

Onder de verordening worden zaken geregeld als de verstrekking van informatie aan passagiers, de aansprakelijkheid bij letstel of overlijden en de voorziening van hulp aan mindervaliden. Het EP bepaalt dat reizigers die geconfronteerd worden met vertragingen een deel van de prijs van hun ticket kunnen terugkrijgen, namelijk:

  • 25% van de prijs van het ticket bij vertraging van meer dan 60 minuten;
  • 50% van de prijs van het ticket bij vertraging van meer dan 120 minuten.

Deze regeling geldt niet wanneer de vertraging het gevolg is van overmacht.

Voorts bepaalt het EP dat de aansprakelijkheid van een spoorwegonderneming voor schadevergoeding in geval van dood of lichamelijk letsel van een reiziger financieel niet begrensd is. De leden vinden dat de reiziger en zijn gezin schadeloos moeten worden gesteld voor alle geleden schade (waaronder begrepen inkomstenderving en arbeidsongeschiktheid).

Verder bepaalt het EP dat alle uitbaters van vervoersdiensten per spoor ervoor dienen te zorgen dat stations, perrons en treinen toegankelijk zijn en vrij van obstakels. In de toekomst moeten treinen bovendien ruimtes hebben voor het vervoer van kinderwagens, rolstoelen, fietsen en sportuitrustingen.

Een Europees rijbewijs voor treinbestuurders
Het Parlement neemt het verslag van rapporteur Gilles SAVARY (PES, FR) ongewijzigd aan. De Raad vindt dat alleen treinbestuurders een rijbewijs moeten hebben. Het EP bepaalt echter dat al het treinpersoneel dat (mede) veiligheidstaken uitvoert (zoals conducteurs), in het bezit dient te zijn van een certificaat waarmee het kan aantonen dat het beschikt over de vereiste vaardigheden.

De drie verslagen maken deel uit van het zogenoemde derde spoorwegpakket. Er blijven verschillen van inzicht bestaan tussen het Parlement en de Raad. Daarom zal er een derde lezing volgen.

Procedure: Medebeslissing, tweede lezing / Debat: 17 januari 2007 / Stemming: 18 januari 2007 / Gemeenschappelijke standpunten aangenomen

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Europees Parlement