Kamervragen over problemen met RandstadRail

Den Haag – Op 9 januari 2007 heeft Minister Peijs van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op de vragen van het lid Van Hijum over problemen met RandstadRail.

Hieronder leest u de volledig brief br.3414 Vragen van het lid van Hijum over problemen met RandstadRail | Kamerstuk | 2007-01-09.

Geachte voorzitter,

Het lid Van Hijum heeft vragen gesteld over problemen met de Randstadrail. Hierbij treft u mijn antwoorden aan.

  • 1 Hebt u kennisgenomen van de berichtgeving over de problemen met de Randstadrail in het Algemeen Dagblad van heden?1)
    1 Ja.
    1) “Het klikt niet tussen wiel en rail”, Algemeen Dagblad, 6 december 2006
  • 2 Deelt u de visie van professor Hansen (TU Delft) dat de problemen met de Randstadrail worden veroorzaakt door een ontwerpfout?
    2 De oorzaken van de verschillende ontsporingen zijn in onderzoek. De inspectie Verkeer en Waterstaat doet onderzoek naar de ontsporing te Leidschendam. De ontsporingen op het Haagse tramnet worden onderzocht door de HTM. Ik wil niet vooruitlopen op het resultaat van deze onderzoeken. Speculeren over mogelijke oorzaken van de ontsporingen leidt mijn inziens alleen tot een onnodig negatief beeld over RandstadRail. Ik heb daarom nog geen oordeel over de visie van de heer Hansen.
  • 3 Is de constatering van deze professor juist, dat ons land geen standaardbreedte voor lightrailspoor kent en dat elke stad of regio zijn eigen standaard kan kiezen?
    3 Alle rails (tram, metro én trein) in Nederland hebben wel degelijk dezelfde standaard breedte van 1435 mm (spoorwijdte). Niemand heeft enig belang bij afwijken van deze standaard; alle maken gebruik van dit zogenaamde normaalspoor. Juist daarom kunnen metro vanuit Rotterdam en het tramnet van Den Haag aan elkaar verbonden worden.
    Wel is het zo dat er verschillen zijn in ontwerp van lichte en zware voertuigen (o.a. wielen), zodat in geval van gezamenlijk gebruik of verandering van gebruik aanpassingen nodig zijn. Bij RandstadRail zijn onder meer het beveiligingssysteem aangepast en is de energievoorziening aangepast aan de systemen van de HTM en de RET.
  • 4 Zo ja, acht u dat wenselijk, met het oog op het met elkaar (kunnen) verbinden van verschillende netwerken?
    4 Zoals hierboven al aangegeven is er een standaardbreedte.
  • 5 Wilt u toezeggen te bezien welke (wettelijke) mogelijkheden er zijn om te komen tot voorschriften met standaardafmetingen voor dit type spoorverbindingen en om dit aan de orde te stellen in het reguliere overleg met de vervoersregio’s?

    5 Zie hiervoor het antwoord opvraag 3. Er is geen noodzaak voor verdergaande wettelijke regeling.

Hoogachtend,
DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Karla Peijs