Slechte zichtbaarheid oorzaak door rood sein rijden

Den Haag – De slechte zichtbaarheid van zogeheten lichtgeleiderseinen door zware sneeuwval was de oorzaak van vier afzonderlijke stoptonend sein passages op 3 maart 2006. Dit concludeert de Inspectie Verkeer en Waterstaat op basis van haar onderzoek naar de voorvallen, die plaatsvonden bij Gouda, Rotterdam en Dordrecht.

De lichtgeleiderseinen waren door hevige sneeuwval dichtgesneeuwd en daardoor niet of nauwelijks zichtbaar. Lichtgeleiderseinen zijn seinen waarbij de lichtbron niet in het sein is geplaatst, maar waarbij licht door middel van een glasvezelkabel over een afstand getransporteerd wordt. Omdat zonlicht geen invloed heeft op de zichtbaarheid hebben de lichtgeleiderseinen geen zonnekappen. De kans bestaat daardoor echter wel dat de seinen dicht kunnen sneeuwen. Spoorbeheerder ProRail pakt naar aanleiding van deze voorvallen het plaatsen van kappen met verhoogde prioriteit op.

In de ochtend van 3 maart 2006 hadden diverse machinisten aan de treindienstleiders van ProRail gemeld dat verschillende seinen, ook de betrokken seinen, slecht te zien waren door de sneeuw. ProRail gaf geen waarschuwingen uit aan machinisten en legde geen beperkingen op aan het treinverkeer. Het handboek voor treindienstleiders geeft namelijk geen handreiking over de handelwijze bij door sneeuwval slecht zichtbare seinen. Wel werd de treindienst te Gouda na de tweede roodsein passage voor enkele uren gestaakt.

De inspectie verwacht van ProRail dat zij nog dit jaar het handboek voor treindienstleiders aanpast en een duidelijke werkwijze aangeeft hoe te handelen bij slecht zichtbare seinen.

Meer informatie
Onderzoeksrapport voorval maart 2006

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)