Coronacrisis leidt tot substantiële daling uitstoot in 2020

De huidige coronacrisis leidt tot economische neergang, en daardoor ook tot een daling van de CO2-uitstoot. De mate waarin de uitstoot daalt, hangt echter sterk af van de ernst en duur van de crisis. Het gaat hier om een in eerste instantie eenmalig, substantieel effect. In hoeverre de crisis ook op langere termijn effect heeft op de Nederlandse uitstoot hangt af van de mate en snelheid waarin de economie zich herstelt, van reacties van burgers en bedrijven, en van aanpassingen in overheidsbeleid.

Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving in een studie over de effecten van de coronacrisis op de Nederlandse emissies in 2020. Deze studie wordt uitgebracht in reactie op vragen die van diverse zijden zijn gesteld aan het PBL.

Het PBL neemt als uitgangspunt voor zijn analyse de scenario’s die het Centraal Planbureau in maart heeft uitgebracht over de gevolgen van de coronacrisis voor de economie. De PBL-studie zoomt in op de sectoren transport en mobiliteit, industrie, gebouwde omgeving en landbouw en op de elektriciteitsvraag.

Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om een raming, maar om een verkenning van denkbare ontwikkelingen.

Schatting daling uitstoot in 2020

Het eerste CPB-scenario gaat uit van een kortdurende crisis, waarbij de crisis met name het tweede kwartaal van 2020 raakt en het herstel zich inzet vanaf het derde kwartaal. In dit scenario schat het PBL de daling van de emissies in 2020 op 6 tot 7 Mton CO2 -equivalenten ten opzichte van onze raming van december 2019. Inclusief andere incidentele factoren resulteert in Nederland dan een reductie van 24 tot 25% ten opzichte van 1990.

In het tweede scenario van het CPB zijn de economische gevolgen veel ernstiger en valt het dieptepunt van de crisis pas in het derde kwartaal. De daling van de uitstoot zou, inclusief andere incidentele factoren, in dit scenario oplopen tot 15 – 17,5 Mton CO2 eq. in 2020, dat is 27 – 29% ten opzichte van 1990.

Het PBL benadrukt dat beide schattingen met veel onzekerheden zijn omgeven en niet berusten op volledige doorrekeningen.

Doorwerking op de langere termijn

In hoeverre de daling van de uitstoot op langere termijn doorwerkt, hangt van verschillende zaken af. Afhankelijk van de mate waarin de economie zich herstelt, zal ook de uitstoot van broeikasgassen weer toenemen. Als burgers en bedrijven hun manier van werken structureel aanpassen, kan dit bijdragen aan blijvend lagere uitstoot van mobiliteit en transport. Anderzijds kunnen bedrijven in en na een periode van crisis investeringen in schonere technologie uitstellen. De lage CO2 -prijs op de Europese emissiemarkt is ook niet bevorderlijk voor de energietransitie door bedrijven.

Van groot belang is hoe de overheid in haar beleid reageert op de crisis. Specifieke maatregelen om de economie in en na de coronacrisis te versterken moeten tijdgebonden en doelgericht zijn, en op korte termijn effect hebben. Als nadere steunpakketten overwogen worden, zouden investeringen in energie-infrastructuur of energiezuinige renovatie van gebouwen een optie kunnen zijn, juist omdat de conjunctuurgevoelige bouwnijverheid sterk geraakt zal worden.

Voor behalen Urgenda-doel integrale analyse nodig

In deze studie heeft het PBL de coronacrisis geanalyseerd als een incidentele gebeurtenis. Er is niet gekeken naar de invloed op het type productie (bijvoorbeeld gascentrale of kolencentrale) en ook niet naar de import of export van elektriciteit (die sterk kan fluctueren door kleine prijsverschillen). Daarvoor is een integrale analyse noodzakelijk. De scenario’s kunnen daarom niet gebruikt worden om te beoordelen of aan de opdracht van de rechter in de Urgendazaak is voldaan, omdat de elektriciteitsproductie een cruciale en onzekere variabele is.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)