Meer en betere parkeervoorzieningen bij stations

Utrecht – Eerste 33 locaties met 6.600 parkeerplaatsen in gebruik genomen. Totaal aantal parkeerplaatsen wordt verdubbeld tot ruim 20.000. Doel: reis naar station vergemakkelijken en extra treinreizigers trekken.

NS heeft vandaag de eerste 33 verbeterde en uitgebreide parkeerterreinen voor treinreizigers officieel in gebruik gesteld. Voorzieningen als verlichting, service en toezicht zijn verbeterd en het aantal parkeerplekken is hier met ca. 2.700 uitgebreid tot 6.600. Het totale project omvat 110 stations met ruim 20.000 parkeerplaatsen, waarvan de helft nieuwe. Een deel van de terreinen is gratis te gebruiken. Op de betaalde parkeerplaatsen krijgen klanten van NS voorrang en korting.

Ongeveer 8% van de treinreizigers komt met de auto naar het station. NS wil de tevredenheid van klanten over de parkeervoorzieningen verhogen maar wil ook nieuwe reizigers aantrekken. De uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen zorgt voor vermindering van de parkeeroverlast rond de stations. NS werkt samen met ProRail, Q-Park en de gemeenten aan de parkeervoorzieningen.

Betaald parkeren (P+R)
Voor eind 2006 wil NS 60 terreinen voor het betaald parkeren verbeteren. Werkzaamheden NS: uitbreiden van parkeerplaatsen, nieuwe bestrating, verbeteren van groenvoorziening, verlichting en verwijzing. Q-Park treedt op als risico dragende exploitant. Werkzaamheden Q-Park: 7×24 service via intercom, cashfree betalen, parkeerinformatie, abonnementenbeheer. Vandaag worden 29 terreinen voor betaald parkeren opgeleverd.
ANWB verleent de status ‘P+R’ aan de parkeerterreinen. Partners: NS, ProRail, Q-Park.

Onbetaald parkeren
NS wil voor eind 2008 50 gratis parkeerterreinen verbeteren. Werkzaamheden: opknappen en uitbreiden van parkeerplaatsen en verbeteren van service, toezicht en verlichting. Meppel, Gilze Rijen, Boxmeer en Venray zijn opgeleverd. Dit jaar volgen: Emmen, Anna Paulowna en Bunde. Partners: NS, ProRail, gemeenten.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Nederlandse Spoorwegen

Meer en betere parkeervoorzieningen bij stations | Infrasite

Meer en betere parkeervoorzieningen bij stations

Utrecht – Eerste 33 locaties met 6.600 parkeerplaatsen in gebruik genomen. Totaal aantal parkeerplaatsen wordt verdubbeld tot ruim 20.000. Doel: reis naar station vergemakkelijken en extra treinreizigers trekken.

NS heeft vandaag de eerste 33 verbeterde en uitgebreide parkeerterreinen voor treinreizigers officieel in gebruik gesteld. Voorzieningen als verlichting, service en toezicht zijn verbeterd en het aantal parkeerplekken is hier met ca. 2.700 uitgebreid tot 6.600. Het totale project omvat 110 stations met ruim 20.000 parkeerplaatsen, waarvan de helft nieuwe. Een deel van de terreinen is gratis te gebruiken. Op de betaalde parkeerplaatsen krijgen klanten van NS voorrang en korting.

Ongeveer 8% van de treinreizigers komt met de auto naar het station. NS wil de tevredenheid van klanten over de parkeervoorzieningen verhogen maar wil ook nieuwe reizigers aantrekken. De uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen zorgt voor vermindering van de parkeeroverlast rond de stations. NS werkt samen met ProRail, Q-Park en de gemeenten aan de parkeervoorzieningen.

Betaald parkeren (P+R)
Voor eind 2006 wil NS 60 terreinen voor het betaald parkeren verbeteren. Werkzaamheden NS: uitbreiden van parkeerplaatsen, nieuwe bestrating, verbeteren van groenvoorziening, verlichting en verwijzing. Q-Park treedt op als risico dragende exploitant. Werkzaamheden Q-Park: 7×24 service via intercom, cashfree betalen, parkeerinformatie, abonnementenbeheer. Vandaag worden 29 terreinen voor betaald parkeren opgeleverd.
ANWB verleent de status ‘P+R’ aan de parkeerterreinen. Partners: NS, ProRail, Q-Park.

Onbetaald parkeren
NS wil voor eind 2008 50 gratis parkeerterreinen verbeteren. Werkzaamheden: opknappen en uitbreiden van parkeerplaatsen en verbeteren van service, toezicht en verlichting. Meppel, Gilze Rijen, Boxmeer en Venray zijn opgeleverd. Dit jaar volgen: Emmen, Anna Paulowna en Bunde. Partners: NS, ProRail, gemeenten.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Nederlandse Spoorwegen