Kamerbrief over proef gratis OV Parkstad Limburg

Den Haag – Op 28 maart 2008 heeft staatssecretaris Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op kamervragen van het lid Roefs over het niet verlengen van de Gratis OV-proef in Parkstad Limburg tijdens de evaluatie.

Hieronder leest u de volledig brief 20082237 Antwoorden op kamervragen van het lid Roefs over het niet verlengen van de Gratis OV-proef in Parkstad Limburg tijdens de evaluatie. Kamerstuk | 2008-03-28.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Roefs over het niet verlengen van de Gratis OV-proef in Parkstad Limburg tijdens de evaluatie.

1.

Bent u bekend met de situatie die in Parkstad is ontstaan rondom het experiment Gratis OV, één van de vier door het Rijk geïnstigeerde initiatieven naar aanleiding van de motie-Roefs c.s. (Kamerstuk 30 368, nr. 5), zoals onder andere beschreven in het opiniestuk in Dagblad ‘De Limburger’?

1.

Ja.

2.

Wat was er afgesproken over de duur van het experiment en het tijdstip van evaluatie?

2.

Het experiment met gratis OV voor ouderen van 65-plus in de daluren in Parkstad Limburg liep van 1 juni 2007 tot 31 december 2007. De afspraken over de evaluatie zijn opgenomen in het Monitoringplan ‘Gratis’ OV ouderen in Parkstad Limburg. In de subsidiebeschikking is opgenomen dat de activiteiten (nametingen) uiterlijk 15 maart 2008 worden afgerond. De eindevaluatie Parkstad Limburg wordt vervolgens als input gebruikt voor de nationale eindrapportage.

3.

Hoe heeft de berekening van de kosten van het experiment plaatsgevonden? Hoe was de verdeling van de kosten daarvan?

3.

De hoogte van de subsidie van mijn ministerie aan Parkstad Limburg is bepaald op basis van de ingediende offerte van Veolia, de geschatte kosten van marketing en communicatie over gratis OV en productie en distributie van de vervoerbewijzen. De verdeling van de kosten was 50% rijk en 50% Parkstad Limburg.

4.

Wat was de reden voor het feit dat, hoewel de provincie bereid was om verlenging van het experiment mede te bekostigen, Parkstad hier uiteindelijk van af heeft gezien?

4.

De deelnemende gemeenten binnen Parkstad Limburg hebben hiertoe besloten vanwege de vergoeding die vervoerder Veolia vraagt voor de verlenging tot 1 juli 2008. De gevraagde vergoeding is hoger dan de betaalde vergoeding in 2007.

5.

Heeft de door Veolia ingediende, slecht onderbouwde, offerte daarbij een rol gespeeld? Deelt u de mening dat er wel een fatsoenlijke financiële onderbouwing had moeten zijn?

5.

Veolia heeft de offerte onderbouwd. Kort gezegd komt het erop neer dat Veolia, naar eigen zeggen, in 2007 een lager bedrag heeft geoffreerd. Veolia is voor 2008 uitgegaan van de tellingen die in opdracht van VenW ten behoeve van de eindevaluatie zijn gedaan. Bovendien heeft Veolia alle ouderen die gratis in de bus zitten meegeteld voor de inkomstenderving, niet alleen de ouderen die in de situatie vóór de invoering van het experiment met de bus reisden. Deze zaken hebben tot verschil van inzicht tussen Veolia en Parkstad Limburg over toerekenbare aantallen 65+reizigers geleid.

6.

Deelt u de mening dat er een degelijke afronding van het experiment moet komen in het belang van de monitoring van doelgroepenvervoer in het openbaar vervoer en dat gedurende die evaluatie de proef moet doorlopen?

6.

Ik deel de mening dat het experiment met gratis OV voor ouderen van 65-plus in de daluren in Parkstad Limburg goed geëvalueerd moet worden en dat gebeurt ook. Voor de nameting is het noodzakelijk dat het experiment afgerond is. Pas dan kan onder meer worden geconstateerd hoeveel nieuwe reizigers in het OV zijn gebleven. Om die reden kan, gedurende de evaluatie, het experiment niet doorlopen.

7.

Wilt u alles in het werk stellen om deze in Parkstad ontstane impasse te doorbreken?

7.

Ik heb met beide partijen contact gehad en uit deze contacten is mij geen impasse gebleken. Partijen zijn in goed overleg tot dit besluit gekomen.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa