Meer garanties nodig voor afschaffing strippenkaart

Amersfoort – ROVER en andere consumentenorganisaties hebben de Tweede Kamer per brief gevraagd om meer duidelijkheid vóór de minister besluit het huidige stelsel van Nationale Vervoerbewijzen (NVB, o.a. strippenkaarten, dagkaarten, sterabonnementen) af te schaffen.

Vanaf dat moment bepalen provincies en stadsregio’s de tarieven van het stads- en streekvervoer. Wij vinden dat de OV-tarieven in het tijdperk van de chipkaart geen chaos mogen worden en dat de Tweede Kamer de prijsontwikkeling van het reizen in de spits aan een maximum moet blijven binden. Ook zijn er meer afspraken nodig om nadelige prijseffecten te voorkomen voor reizigers die nu met één kaartje gebruik maken van zowel NS als andere vervoerbedrijven (regionale treindiensten, bussen, trams en metro). Bij de invoering van de OV-chipkaart zijn veel overheden en bedrijven betrokken. Wij vinden dat V&W hierbij veel meer de regie moet nemen. Hieronder vindt u de volledige brief.

Geachte leden van de commissie,

De verzamelde consumentenorganisaties ANWB, CG-Raad, Consumentenbond, Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties, Reizigersvereniging ROVER en de ROCOVs, de regionale consumentenvertegenwoordigers, willen u in verband met het Algemeen Overleg van 21 juni a.s. graag op de hoogte brengen van hun standpunt over het ‘go-besluit’ OV-Chipkaart.

De consumentenorganisaties staan nog altijd positief tegenover een chipkaart voor het gehele OV en vinden het besluit om het Nationaal Vervoerbewijs (NVB) een jaar later af te schaffen verstandig, omdat er nog aan veel zaken gewerkt moet worden. Wel maken wij ons grote zorgen over tarieven, privacy, acceptatie door de reiziger en de regievoering. Met name op deze punten is, vinden wij, nog niet voldaan aan de eisen die wij afgelopen herfst in een gezamenlijk reizigersmanifest (zie bijlage) hebben gesteld. Een belangrijk onderwerp is het tarievenbeleid in met name het stads- en streekvervoer na afschaffing van het NVB. Wij zijn van mening dat meer duidelijkheid over het tarievenhuis, de landelijk geldende regels en de zaken die tot de verantwoordelijkheid van de decentrale overheden behoren absoluut noodzakelijk is. De minister zou op deze punten dan ook meer garanties moeten afgeven alvorens de strippenkaart af te schaffen. We hopen dat de Kamer deze garanties kan afdwingen! tijdens het overleg op 21 juni. Hieronder puntsgewijs een korte toelichting op onze zorgpunten.

Tarieven
Om een tarievenchaos en ongewenste tariefverhogingen tijdens de periode van invoering en na 1 januari 2009 te voorkomen is het noodzakelijk dat er goede afspraken komen tussen vervoerbedrijven en decentrale overheden (die dan tariefverantwoordelijk zijn), onder krachtige regie van de minister. Voor de acceptatie van de chipkaart is het essentieel dat de reiziger kan blijven rekenen op een betaalbaar OV met voorspelbare, goed te communiceren tarieven. Prijsstijgingen, of een vermoeden hiervan, kunnen fataal zijn voor de acceptatie van de chipkaart.

Wij maken ons ook zorgen over de periode ná de invoeringsfase. Wij vinden dat niet moet worden aangestuurd op hogere tarieven die het OV-gebruik in de spits ontmoedigen, zoals het geval is in de door Hypercube onderzochte business case. Mede gezien de relatie met het prijsbeleid voor het autorijden, vinden wij het noodzakelijk dat de prijsontwikkeling van het OV aan een verantwoord maximum wordt gebonden waarover de Tweede Kamer zeggenschap blijft behouden. Dit maximum kan niet worden gedefinieerd in termen van ‘opbrengstneutraliteit’, omdat dit een saldo van meerdere effecten is dat bovendien niet goed te toetsen en te monitoren is.
Het kan niet zo zijn dat de reiziger op zijn reis door het openbaar vervoer te maken krijgt met kortingsregelingen, abonnementsvormen en tariefstructuren die per concessiegebied verschillen. Tijdens het tijdperk van de chipkaart moet net als onder het huidige, wettelijke stelsel van Nationale Vervoerbewijzen (NVB) een voldoende mate van tariefduidelijkheid gewaarborgd zijn. Daarover, en over de prijseffecten als gevolg van het afschaffen van het NVB (waartoe ook andere kaartsoorten dan de strippenkaart behoren, zoals dagkaarten en diverse abonnementsvormen) moet duidelijkheid bestaan vóór een beslissing tot intrekking van het NVB wordt genomen. De minister moet daarom, alvorens de strippenkaart af te schaffen, van de decentrale overheden een gezamenlijke visie eisen op de systematiek van het nieuwe tarievenhuis. Het bestaande afsprakenkader biedt hierover onvoldoende duidelijkheid. Bij deze invulling dienen de landelijke consumentenorganisaties en de Rocovs betrokken te wo! rden. Kort gezegd: het is niet verstandig het bestaande tarievengebouw (het NVB) te slopen terwijl van het nieuwe gebouw zelfs de fundamenten nog niet af zijn.

Privacy
De minister gaat ervan uit dat het verschil van inzicht tussen vervoerbedrijven enerzijds en CBP en consumentenorganisaties anderzijds over het gebruik van persoonsgegevens zich de komende periode oplost. Wij begrijpen niet waar dat vertrouwen op is gebaseerd en willen garanties van de vervoerbedrijven dat zij expliciet en actief toestemming vragen aan reizigers voor het gebruik van hun gegevens voor marketingdoeleinden.

Klantacceptatie
De resultaten van het – betrekkelijk kleinschalige – onderzoek onder Rotterdamse reizigers worden door de minister wel erg makkelijk vertaald naar een positieve klanthouding. Wij vinden een algemeen rapportcijfer van een 6,4 aan de magere kant. Frequente reizigers blijken overigens een lager oordeel te geven dan incidentele reizigers. Verder is de chipkaart tijdens de onderzoekperiode door reizigers nog niet getest op tram en stadsbus en – vanwege de late invoering door NS – evenmin op combinatieritten van trein en overig OV. Om zeker te zijn van voldoende klantacceptatie zullen volgens ons meer testen en onderzoek dienen plaats te vinden naar reizigerswensen tijdens de gefaseerde invoering de komende jaren.

Regie
Bij de invoering van de OV-chipkaart zijn 19 decentrale overheden, 13 vervoerbedrijven, 5 landelijke reizigersorganisaties en 23 regionale ‘Rocovs’ betrokken. Dat vergt een krachtige regievoering van de minister, als eindverantwoordelijke voor het openbaar vervoer in ons land. Hoewel wij hier al sinds 2003 op aandringen, heeft deze regiefunctie onvoldoende gestalte gekregen. Dat heeft, aldus het rapport van Hypercube over de maatschappelijke kosten en baten van de chipkaart (pagina 23, projectkosten) de BV Nederland al miljoenen euro’s gekost. Verder is het onacceptabel wanneer de reiziger te maken zou krijgen met een wirwar van displays, poortjes, oplaadpalen enzovoorts en moet de communicatie worden gestroomlijnd. Wanneer vervoerbedrijven niet uit zichzelf samenwerken moet de overheid als regisseur hen hiertoe aanzetten.

Tot zover deze reactie in hoofdlijnen. Uit het feit dat deze brief namens alle betrokken consumentenorganisaties is opgesteld, mag u de urgentie ervan afleiden. Alleen wanneer er meer garanties en waarborgen zijn dat de chipkaart daadwerkelijk reisvoordeel gaat opleveren voor de klant, kunnen wij bij onze achterbannen met een positief verhaal komen. We hopen dat u dit geluid zult laten doorklinken tijdens het overleg met de minister. Uiteraard zijn we graag bereid tot verdere toelichting.

Namens bovengenoemde organisaties,
Met vriendelijke groet,
Consumentenbond

Klaske de Jonge
directeur

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: ROVER