Evaluatie Wet personenvervoer 2000

Den Haag – De Wet personenvervoer 2000 vormt de basis waarop de provincies en de WGR plus regio’s het regionale en lokale openbaar vervoer organiseren. Het was het sluitstuk van een grote decentralisatie operatie in het afgelopen decennium. Provincies lopen voorop bij de uitvoering van de wet omdat zij ook de in de wet verplichte ontkoppeling van eigendom en opdrachtgeverschap hebben doorgevoerd en op grote schaal zijn overgegaan tot aanbesteding van het busvervoer en regionaal treinvervoer.

In de vier grote steden, waar de grootste reizigersmarkt zit, is nog nauwelijks aan marktwerking gedaan. Medio april 2006 stond een technische evaluatie van de wet centraal in een algemeen overleg tussen de openbaar vervoer specialisten van de Tweede Kamer en minister Peijs van Verkeer en Waterstaat.

Al eerder had het IPO in een brief aangegeven dat de provincies zich goed konden vinden in de lijn van het kabinetstandpunt dat naar de Kamer was gestuurd. De discussie in de Kamer ging vooral over de marktmacht van het staatsbedrijf Connexxion, het gebrek aan nieuwe spelers op de markt van regionaal openbaar vervoer en de behoudende manier waarop provincies hun aanbesteding inrichten. Met dat laatste punt wordt vooral het gebrek aan innovatie bedoeld. Een aantal Kamerleden vond dat marktpartijen gestimuleerd moeten worden om met vernieuwende concepten voor het openbaar vervoer te komen. Dichtgeregelde bestekken geven daar geen ruimte aan.

In haar antwoord gaf minister Peijs aan dat de decentralisatie wat haar betreft geen punt van discussie is. De positie van decentrale overheden wordt nog verder versterkt en de vergunningplicht wordt aanzienlijk vereenvoudigd. Ze werkt in goede harmonie samen met provincies en stadsregio’s. Er is een goede verantwoordelijkheidsverdeling waarbij de evaluatie van de BDU (Brede Doeluitkering) in 2007 moet aangeven of de hoogte en verdeling van decentrale middelen voldoende is voor een goede uitvoering van de ambities uit de Nota Mobiliteit.

In de tweede ronde van de discussie ging het vervolgens alleen nog over de positie van het personeel bij aanbestedingen. Er is bij concessiewisseling nu nog een bescherming van het zittende personeel. De massale aanwezigheid van buschauffeurs op de publieke tribune maakte duidelijk dat dit politiek punt nummer één was. Nagenoeg alle fracties, behalve VVD en LPF, waren voor verlenging van de beschermende maatregel van met name het rijdend personeel. De minister bleef bij haar standpunt dat ze daar eerst de oplossing van werkgevers en werknemers voor wilde afwachten. Het CDA-lid Van Mastwijk kondigde daarop aan behoefte te hebben aan een vervolg op het AO zodat de Kamer zich in een motie over dit onderwerp kan uitspreken. Naar verwachting zal ook de SP met een aantal moties komen, met name om basiskwaliteit op te leggen voor heel Nederland.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Interprovinciaal Overleg (IPO)