Kamervragen over de spoorlijn Arnhem-Winterswijk

Den Haag – Op 13 maart 2008 hebben minister Eurlings en staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op de vragen die het lid Roemer heeft gesteld over de spoorlijn Arnhem-Winterswijk.

Hieronder leest u de volledig brief 20081081 beantwoording kamervragen spoorlijn Arnhem-Winterswijk. Kamerstuk | 2008-03-13.

Geachte voorzitter,

Hierbij beantwoorden wij de vragen die het lid Roemer heeft gesteld over de spoorlijn Arnhem-Winterswijk.

1. Wat is uw mening over het bericht dat, ondanks het feit dat voldoende geld beschikbaar is, ProRail toch niet snel het spoor tussen Arnhem en Winterswijk gaat opknappen?

1. Volgens onze informatie wil ProRail wel degelijk het spoor tussen Arnhem en Winterswijk opknappen. Zoals de staatssecretaris u op 27 november 2007 heeft bericht (brief met kenmerk VENW/DGP-2007/9181) was ProRail toen bezig met de gedetailleerde uitwerking (het werk aanbestedingsklaar maken, voorbereiden wettelijke RO-procedures e.d.) van het pakket aan verbeteringsmaatregelen, gericht op het voorkomen van vertragingen en het verhogen van de veiligheid en betrouwbaarheid op het spoor Zevenaar-Winterswijk. Dit pakket bevat een verbeterd systeem voor de detectie van de treinen, een passeerspoor bij station Doetinchem De Huet en aangepaste wissels in Wehl en Doetinchem. Bovendien plaatst ProRail op een groot aantal plaatsen hekwerken om de veiligheid voor het publiek te vergroten en zal bekabeling worden vervangen door glasvezel. Het overleg over de verbeteringen is gestart in 2004. Over het pakket zijn eind 2006 met provincie Gelderland, Syntus en ProRail bestuurlijke afspraken gemaakt. In 2007 zijn daar op verzoek van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen nog enkele aanvullingen op afgesproken. De uitwerking van de plannen door ProRail heeft meer tijd gekost dan aanvankelijk gepland. ProRail heeft aangeven dat inmiddels het pakket maatregelen is uitgewerkt, inclusief de planning. Deze planning is er op gericht om de maatregelen in 2008 en 2009 zoveel mogelijk gereed te hebben. Het geheel zal in maart 2010 zijn afgerond. Wij begrijpen dat de provincie grote moeite heeft met deze einddatum (mede gelet op de genoemde eerdere vertraging in de uitwerking van de plannen maar daar inmiddels met ProRail over heeft gesproken. ProRail heeft in dat gesprek de planning nader toegelicht. Dat heeft echter nog niet tot overeenstemming geleid. Door de provincie is aangegeven dat hier op korte termijn met ProRail verder over wordt gesproken.

2. Kunt u aangeven waarom dit spoor niet opgeknapt kan worden?

2. Zie het antwoord op vraag 1.

3. Bent u op de hoogte van de grote problemen van deze spoorlijn door achterstallig onderhoud terwijl er wel grote kansen voor deze spoorlijn zijn? Wat is uw mening hierover?

3. Ja, we zijn hiervan op de hoogte. Zie daarvoor ook de eerdere brief van 27 november 2007 van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer naar aanleiding van vragen van de leden De Krom, Koopmans en Mastwijk over de problemen op deze spoorlijn (brief met kenmerk VENW/DGP-2007/9181). De treindienst op dit baanvak is – in verhouding met identieke spoorlijnen in Nederland – vaker verstoord dan gemiddeld. Eind 2006 hebben provincie Gelderland, Syntus en ProRail bestuurlijke afspraken gemaakt, gericht op het voorkomen van vertragingen en het verhogen van de veiligheid en betrouwbaarheid van het spoor op dit spoorbaanvak. Ook zal het treinmaterieel worden aangepast zodat reizigersstromen beter en sneller kunnen worden verwerkt. Partijen hebben daarom afgesproken zowel te investeren in de railinfrastructuur als ook in het treinmaterieel van Syntus.

4. Wanneer zal het achterstallige onderhoud bij de spoorlijn Arnhem-Winterswijk worden aangepakt?

4. Zie het antwoord op de vragen 1 en 3.

5. Wat is uw mening over de uitspraken van de gedeputeerde van de provincie Gelderland, die ProRail niet slagvaardig noemt en liever het spoor zelf gaat aanpakken? Kunt u zich voorstellen dat provincies en vervoerders liever het werk zelf oppakken dan dit aan ProRail over laten? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om dit te veranderen? Zo neen, waarom niet?

5. We begrijpen het standpunt van de gedeputeerde dat het oplossen van de problemen niet snel genoeg gaat. Het oplossen van de problemen op deze spoorlijn heeft ook langer geduurd dan de bedoeling was. ProRail heeft VenW echter verzekerd dat haar er alles aan gelegen is om samen met concessieverleners en vervoerders in het belang van het reizigersvervoer mee te denken en slagvaardig mee te werken aan onder andere het oplossen van regionale mobiliteitsvraagstukken. ProRail werkt hier continu aan en dat verwacht ik ook van ProRail. Daarnaast hebben wij er echter begrip voor dat ProRail net als ieder ander afhankelijk is van wettelijk vastgestelde regels en doorlooptijden met betrekking tot procedures voor aanbesteding, vergunningen en ruimtelijke ordening. Zoals bij vraag 1 al aangegeven zijn de provincie en ProRail inmiddels in gesprek over de uitwerking van de planning.

6. Hoe betitelt u de samenwerking tussen de landelijke spoorbeheerder ProRail en de concessiehouder van het hoofdrailnet NS richting de overige spoorvervoerders? Wat vindt u ervan dat de NS nauwelijks naar andere vervoerders wil verwijzen? Wat is uw mening over het feit dat de vervoerders de treintijden slecht op elkaar hebben afgestemd? Wat vindt u ervan dat NS-reisplanner op internet geen melding maakt van de tarieven van een rit bij een andere vervoerder?

6. Alle partijen in de spoorsector zijn bezig om gezamenlijk de klantgerichtheid te vergroten. Een reiziger wil reizen van deur tot deur en daarbij geen hinder ondervinden als hij “toevallig” van verschillende vervoerders gebruik maakt. Vervoerders hebben er dus belang bij om hun diensten zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Dat draagt immers bij aan de tevredenheid van hun klanten. Wij delen niet het beeld dat NS niet zou (willen) samenwerken met of verwijzen naar andere (spoor)vervoerders. NS heeft VenW desgevraagd de volgende voorbeelden gegeven:

• NS biedt via haar internet-site www.ns.nl aan:

o Reisadviezen, inclusief alle Nederlandse spoorvervoerders

o actuele vertrektijden van grotere stations idem

o werkzaamheden aan het spoor idem

o verstoringen, idem

• NS biedt via haar kaartautomaten vervoerbewijzen inclusief alle Nederlandse spoorvervoerders aan.

• Op lijnen van andere spoorvervoerders is het NS-tarief van toepassing. NS geeft hierbij de laagste prijs; hierover is een toelichting op de NS-site aanwezig. Dit geldt specifiek voor twee lijnen: Arnhem – Tiel en Zutphen – Hengelo.

• Op www.ns.nl zijn onder “Kaartjes, geldigheid kaartje” links naar de overige vervoerders opgenomen.

• Op www.ns.nl staan onder service, interessante sites, ook links naar de andere Nederlandse spoorvervoerders.

7. Welke maatregelen gaat u nemen om de samenwerking tussen ProRail, NS en decentrale vervoerders te verbeteren?

7. De ordening van de spoorsector is erop gericht de samenwerking tussen partijen te bevorderen. En die beweging zien we ook daadwerkelijk optreden. Als uit de evaluatie van de spoorwetgeving zou blijken dat er drempels zijn voor samenwerking, zal de minister alsnog maatregelen overwegen.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Kamervragen over spoortraject Arnhem – Winterswijk (27-11-2007)