Nieuwe bodemdalingskaart laat zien waar Nederland verzakt

Nederland staat de komende jaren forse investeringen te wachten in onderhoud van onder meer dijken, wegen, bruggen, spoorlijnen en huizen. Een vernieuwde interactieve bodemdalingskaart van ons land toont op millimeterniveau waar zich verzakkingen voordoen. Beheerders van infrastructuur kunnen de kaart gebruiken om te bekijken hoe ernstig de verzakkingen zijn en waar herstel- en reparatiewerkzaamheden moeten gebeuren.

De kaart is publiek gemaakt door het Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (NCG) samen met SkyGeo en de Technische Universiteit Delft. Op de zeer gedetailleerde kaart is de beweging van meer dan 40 miljard meetpunten te zien. De metingen worden om de paar dagen gedaan door overvliegende radarsatellieten. Daardoor zijn de gegevens veel gedetailleerder dan in een eerdere versie van de kaart.

Beweging van bodem en objecten in beeld

“Een belangrijk verschil met de eerdere versie van de bodemdalingskaart is dat de meetgegevens niet alleen de beweging van de bodem laten zien, maar ook de beweging van allerlei objecten zoals bruggen, het spoor en gebouwen”, zegt Pieter Bas Leezenberg van SkyGeo, die de verwerking van de satellietdata heeft uitgevoerd. Met die informatie infrabeheerders kunnen bekijken waar onderhoud nodig is. De kaart laat goed zien dat dijken verschuiven, natuurgebieden uitdrogen en huizen, wegen en spoorlijnen verzakken, maar bijvoorbeeld ook dat de wateruitlaat van de kerncentrale bij Borssele aan verzakking onderhevig is of waar zich geologische breuken bevinden.

Aanvankelijk twijfelden de betrokken partijen of ze de vernieuwde kaart wel openbaar zouden maken omdat het juist interpreteren van de gegevens al gauw specialistische kennis vergt van de gebruikte satelliettechnologie. Vanwege het publieke belang is de kaart toch gepubliceerd.

Volgens de betrokken partijen zijn sommige metingen direct bruikbaar om vast te stellen waar actie nodig is. Andere gegevens zijn lastiger te interpreteren. In dat geval kunnen infrabeheerders ze gebruiken om verder onderzoek te doen.

Auteur: Redactie Infrasite