Sein

Een sein is binnen het spoorsysteem een duidelijk zichtbaar object of duidelijk hoorbaar geluidssignaal, waarmee specifieke informatie aan spoorwegpersoneel of reizigers overgedragen kan worden. Alle seinen ten behoeve van het spoorwegpersoneel zijn thans beschreven in het NSR-Seinenboek en in de daarop gebaseerde Bijlage 4 van de Regeling Spoorverkeer, te vinden op www.ivw.nl.

Vaak wordt als eerste aan de mechanische of lichtseinen langs de spoorbaan gedacht, maar dat is dus te beperkt gedefinieerd. Ook de borden langs de baan, de geluids- en lichtsignalen van de ATB en zelfs het fluitje van de conducteur zijn spoorwegseinen met een formele wettelijke betekenis. Seinen worden onderscheiden in a) veiligheidsgerelateerd en b) niet-veiligheidsgerelateerd. Veiligheidsgerelateerde seinen zijn in ieder geval hoofdseinen bediend en automatisch (P-seinen), Voorsein, seinen vallende onder het XG regime, afsluitlantarens, S-borden, snelheidsborden, etc.

Niet-veiligheidsgerelateerde seinen zijn de seinen die bijv. onder het LH-regime vallen, de blauwe stopplaatsborden en -lampen, verkenborden, kenborden, etc.

Ook kunnen de seinen worden onderverdeeld in vaste seinen, verplaatsbare seinen, geluidsseinen en treinseinen.

Vaste seinen zijn seinen die niet vrij verplaatsbaar zijn zoals alle lichtseinen, bakens, borden, wisselseinen, weegbrugseinen, kenborden, etc.

Verplaatsbare seinen zijn vlagseinen en handseinen.

Geluidsseinen zijn seinen die met de tyfoon, mondfluit en rangeerhoorn gegeven worden.

Treinseinen zijn bijv. de front- en sluitseinen aan de voor- en achterzijde van treinen.