Trendbreuk mobiliteitsbeleid stadsregio

Visie op aanpak regionale verkeersproblematiek

Nijmegen – Bereikbaarheid binnen de regio, daar zet het College van Bestuur van de Stadsregio Arnhem Nijmegen (KAN) stevig op in de komende jaren. Vandaag, donderdag 18 mei, stelde het college het concept vast van de Regionale Nota Mobiliteit. Dit is het nieuwe mobiliteitsbeleid voor de periode tot 2020. Portefeuillehouder Mobiliteit, Jan Walraven: “Als we niet snel ingrijpen, staat over 5 jaar het verkeer in de regio vast op de wegen en is het spoor overbelast. Wij nemen nu onze verantwoordelijkheid, door de komende jaren vooral te investeren in het verbeteren van interne bereikbaarheid. Door de mobiliteit op regionale schaal aan te pakken zetten we belangrijke stappen op weg naar een regio die aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend is”.

De bereikbaarheid van de Stadsregio Arnhem Nijmegen (KAN) komt steeds verder onder druk te staan. Niet alleen groeit het autoverkeer, maar ook het spoor krijgt te maken met capaciteitsproblemen. De verwachte mobiliteitsgroei veroorzaakt steeds meer knelpunten op het gebied van aantrekkelijkheid (geluid, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit) en op het gebied van bereikbaarheid (bv. files en parkeerproblemen). De stadsregio staat voor de uitdaging om deze mobiliteitsgroei op een goede en verantwoorde manier te laten plaatsvinden. Dit betekent dat regionale aandacht nodig is voor de bereikbaarheid van de regio.

Trendbreuk

Walraven: “De externe bereikbaarheid van de regio zal de komende jaren verbeteren. In 2020 is de stadsregio goed bereikbaar van buitenaf, door uitbreiding van de railinfrastructuur in en rondom Arnhem (aanleg extra perron en twee vrije kruisingen) en de verbetering van het wegennet (A12, A50 en A15). Daar wordt allemaal al hard aan gewerkt door of dankzij het Rijk, de provincie, gemeenten en de stadsregio. Wij moeten ons nu vooral richten op de bereikbaarheid binnen de regio. Vooral hier krijgt de regio te maken met vertragingen en problemen.” Met de keuze voor interne bereikbaarheid realiseert het college een trendbreuk, niet eerder koos het bestuur zo nadrukkelijk als het ging om mobiliteit en bereikbaarheid.

Van lokale naar regionale projecten

Deze keuze heeft behoorlijke gevolgen voor het soort projecten dat de stadsregio financiert. De focus verschuift van lokale naar (boven)regionale projecten. En als het gaat om verkeersveiligheid, dan voert de stadsregio alleen nog dat uit wat wettelijk verplicht is. Hier komt de nadruk te liggen op preventieve maatregelen. Aan alle andere veiligheidsmaatregelen betaalt de stadsregio niet meer mee.

Ook het fietsbeleid wordt anders ingevuld. Het richt zich uitsluitend op het afronden van het regionaal fietsroutenetwerk en het realiseren van betere fietsvoorzieningen.

Meest drukke routes aanpakken

Het bestuur van de stadsregio ziet twee manieren om zijn keuze voor verbetering van de bereikbaarheid in te vullen. Ten eerste wordt gekeken op welke routes de verkeersstromen het grootst zijn. Op deze routes moet het autoverkeer goed doorstromen en is hoogwaardig regionaal openbaar vervoer belangrijk. Walraven: “We zullen de komende jaren bijvoorbeeld investeren in de tweede stadsbrug bij Nijmegen, in het optimaliseren van een fietsroutenetwerk en in de komst van meer treinstations. Maar we gaan ook op zoek naar nieuwe, innovatieve vormen van openbaar vervoerssystemen.”

Goed op elkaar aansluiten

Ten tweede worden de pijlen gericht op het beter op elkaar laten aansluiten van verschillende vervoersmiddelen: de overstap van bus op trein, maar ook de aansluiting van fiets en auto op openbaar vervoer. “Het gaat erom dat mensen zich gemakkelijk, snel en comfortabel kunnen verplaatsen binnen onze regio”, aldus Walraven. “We voeren een actief beleid om aantrekkelijke alternatieven voor het autogebruik aan te bieden, met name op de drukke verkeersassen (bijvoorbeeld Arnhem-Nijmegen of Zevenaar-Arnhem).”

Regionale aanpak is noodzakelijk

Het oplossen van de regionale verkeersproblematiek vraagt om een regionale aanpak. Een aanpak die de gemeentegrenzen overschrijdt dus. Voor mobiliteit heeft de Stadsregio Arnhem Nijmegen (KAN) per jaar ongeveer 60 miljoen euro beschikbaar. Het bestuur van de stadsregio kiest er nadrukkelijk voor om deze beschikbare financiële middelen maximaal voor de regionale bereikbaarheid in te zetten. Met als doel het versterken van de regio als geheel.

Inspraak

Het college van bestuur van de Stadsregio Arnhem Nijmegen (KAN) geeft het concept van de Regionale Nota Mobiliteit vrij voor inspraak en vraagt belanghebbenden om hun reactie. Schriftelijke inspraakreacties kunnen tot 18 augustus a.s. worden gestuurd aan het college van bestuur van de stadsregio. De conceptnota ligt ter inzage op het kantoor van de stadsregio en is te downloaden vanaf www.kan.nl. De bedoeling is dat de nota in het najaar door de KAN-raad wordt vastgesteld.